EEN HOCKEYMEISJE GAAT OVER LIJKEN

Hakken, rammen en meppen. Vrouwenhockey op basis van wilskracht. In de beleving van Carole Thate (24) past geen gemakzucht. Na een verblijf van drie jaar in de Verenigde Staten is de nieuwe spelverdeelster van Amsterdam er van doordrongen, dat de Nederlandse speelsters gebaat zijn bij de Amerikaanse mentaliteit. “Half acht is half acht en niet vijf over half acht.”

Tegen het einde van het gesprek slaakt ze plotseling een diepe zucht. “Waar praten we eigenlijk over? Kijk om je heen, sla de krant open en de ellende komt je tegemoet. En dan zitten wij hier te zeuren over een sport waarbij je met een stuk hout achter een bal aanrent.” Na een volgende zucht: “Soms verliezen we het belang van de sport uit het oog. Laten we alsjeblieft niet overdrijven. Het is maar hockey hoor. Prachtige sport, daar niet van. Maar laten we ons concentreren op de dingen die werkelijk belangrijk zijn.”

Haar relativerende woorden komen als een verrassing. Alsof ze zich op de valreep wil verontschuldigen voor de uitspraken die ze zojuist heeft gedaan. Alsof ze wil zeggen: begrijp mij vooral niet verkeerd. Carole Thate nam in het verleden vaak geen blad voor de mond en werd op grond daarvan eens uit de nationale selectie gezet. Maar ook dit keer kan ze het niet laten te zeggen waar het volgens haar op staat.

“Hockey in Nederland is geen topsport, zeker niet op clubniveau. Tenminste niet in de absolute zin van het woord. Het is meer een 'tijdelijke' topsport. Zoals in de aanloop naar de Olympische Spelen bijvoorbeeld. Maar ooit gehoord van 'tijdelijke' topsport? Nee toch zeker. Dat bestaat niet. Aan de ene kant willen we het in Nederland allemaal heel professioneel aanpakken en doen we dat in zekere zin ook, maar aan de andere kant is het vaak lachwekkend amateuristisch. Het is het gewoon nog niet helemaal. Te vrijblijvend, nog niet volgroeid.”

Het Nederlandse vrouwenhockey speelt internationaal een ondergeschikte rol. De bronzen medaille die de ploeg van bondscoach Tom van 't Hek onlangs bij de Olympische Spelen won, heeft daar volgens Thate weinig verandering in gebracht. “Die derde plaats in Atlanta was op dat moment het maximaal haalbare. Zuid-Korea en Australië speelden ons helemaal zoek. Daar konden wij onmogelijk van winnen. Daarom vierden wij die bronzen plak ook alsof het goud was. Nu wacht de volgende uitdaging en dat is om aansluiting te vinden bij Korea en vooral Australië.”

Maar hoe? Thate trekt een ernstig gezicht. “Het gevaar bestaat dat we nu denken dat het gat zomaar weer even te overbruggen is. Maar dat is onzin, want het is nog steeds een gigantische stap. We moeten vooral niet denken dat we op de goede weg zijn. Dan hou je jezelf voor de gek. Gelukkig weet Tom dat als geen ander.”

Zelfgenoegzaamheid is de uit Amerika teruggekeede spelverdeelster van Amsterdam vreemd. “We zullen keihard moeten werken. Dat betekent niet automatisch meer of harder trainen, zoals sommigen denken. Het draait om de beleving. Daar kun je niet op trainen. De belangrijkste omslag moet zich in het hoofd voltrekken. De beleving waarmee momenteel hockey wordt bedreven, is niet de manier om weer aansluiting met de wereldtop te krijgen. Op internationaal niveau moet je toch afstand doen van die vrijheid-blijheid-gedachte die in de hoofdklasse heerst. Anders blijf je 'hangen' in de subtop.”

Thate ging in Atlanta voorop in de strijd. Als een maaimachine raasde ze over het kunstgras. Hockeysters mogen dan vaak worden gekenschetst als 'meisjes', de manier waarop de middenveldster zich bij de Spelen manifesteerde, riep herinneringen op aan de 'gouden' lichting die in de jaren tachtig onder leiding van bondscoach Gijs van Heumen successen vierde.

Tegenstanders kregen een beuk, medespelers een snauw. Thate: “Waarom niet? Als het nodig is, dan moet dat. Een paar jaar geleden was Nederland superieur op basis van techniek. Een paar aardige acties met stick en bal volstaat niet langer. Nu komt het veel meer aan op mentale beleving van de sport. Naast de groepstrainingen ook zelf werken, aan je conditie bijvoorbeeld. Dat vraagt om een andere instelling, een ander soort mensen.”

Hockey op basis van wilskracht, dat is waar Thate voor staat. “Soms word ik onrustig. Op momenten waar iedereen maar wat aanklooit. Als er werkelijk niets lukt en je aan alle kanten voorbij wordt gelopen, gooi dan de beuk erin. Laat zien wie je bent. Laat je attitude spreken, zoals ze in Amerika zeggen.”

Ruim drie jaar geleden vertrok Thate naar de Verenigde Staten. Het Nederlandse hockeyklimaat was ze beu, net als de vele ontsporingen in haar studie. “Ik had het wel gezien hier. Was op een dood spoor beland. Toen ik zeventien was werd ik al geselecteerd voor de Nederlandse ploeg. Vanaf dat moment verliep alles heel gladjes. Maar van mezelf moest ik blijven doorgroeien. Ik wilde alleen maar beter worden. Zo snel mogelijk. Maar op een gegeven moment lukte niets meer. Toen heb ik mijn conclusies getrokken en ben ik weggegaan.”

De verwijdering uit de nationale selectie had daar ook mee te maken. Nadat Thate in een Amsterdams sportblad stevige kritiek uitte aan het adres van de toenmalige bondscoach Bert Wentink zette deze haar meteen buiten de ploeg. “Het klinkt misschien vreemd, maar voor mij was het een opluchting. Achteraf kun je stellen dat ik misschien bewust de confontatie heb gezocht. Ik zat niet lekker in mijn vel. De onvrede moest eruit. En helemaal ongelijk had ik niet. Dat bleek wel een half jaar later. De ploeg eindigde op het WK in Dublin als zesde en Wentink stapte daarna zelf op omdat de verhouding met de spelersgroep helemaal scheef lag.”

In de Verenigde Staten sloot Thate zich aan bij het universiteitsteam van de James Madison University in Harrisonburg, Virginia. “Hockeytechnisch stelde het allemaal betrekkelijk weinig voor. Sommigen konden er echt geen hout van, maar die hadden tijdens een wedstrijd wel een houding van: wat je ook probeert, je komt er niet langs. Een over-mijn-lijk-mentaliteit. Soms was het misschien iets te hard, maar de tegenstander wist tenminste dat je op het veld stond.”

De sportbeleving in de Verenigde Staten heeft een onuitwisbare indruk op Thate gemaakt. “Daar bestaan geen excuses voor een mindere dag. Iedereen is heel taakbewust. Gemakzucht kennen ze niet. Gewoon doen waarvoor je op het veld staat en verder geen gezeik, waar ze in Nederland vaak een handje van hebben. Zo van: ik loop even minder hard, want ik heb een zware dag achter de rug. Dat irriteert mij mateloos. Ik voel me na de training pas lekker als ik alles heb gegeven. Je kunt zoveel meer dan je denkt. Als er iets is wat ik heb geleerd in Amerika, is het dàt wel.”

Thate leidde het universiteits-elftal twee keer naar de Amerikaanse titel. “Puur op basis van hartstocht en emotie werden we kampioen.” Haar sportieve prestaties bleven niet onopgemerkt. Ook al is hockey in Amerika een sport die nauwelijks tot de verbeelding spreekt. Het vooraanstaande tijdschrift Sports Illustrated schreef lovend over de Nederlandse. “Een teken van waardering. Voor mij ook een bewijs van mijn zelfstandigheid. Ja, natuurlijk streelt mij dat.” Bovendien werd ze samen met acht anderen genomineerd voor de titel 'Sportvrouw van het Jaar'. Over vier maanden maakt de jury in Nashville bekend wie de eretitel ten deel valt.

Ondanks haar successen in de Verenigde Staten leek haar interlandloopbaan na 55 wedstrijden voorbij. Totdat bondscoach Van 't Hek vorig najaar - teleurgesteld door het moeizaam verlopen olympische kwalificatietoernooi in Zuid-Afrika - contact met haar zocht. In Kaapstad had zich bij de Nederlandse ploeg een schrijnend gebrek aan mentale weerbaarheid voorgedaan. De bondscoach besloot dringend op zoek te gaan naar meer persoonlijkheden binnen zijn selectie. “Mijn interloopbaan begon toen eigenlijk pas”, zegt Thate. “Vroeger deed ik alleen maar mee, nu wil ik meer zijn dan zomaar een van de zestien. Iets betekenen, iets bijdragen en niet zomaar een interlandje meepikken, want dat hoeft voor mij niet.”

In januari van dit jaar volgde de rentree. Thate belandde in de evaluatiegesprekken van het teleurstellende kwalificatie-toernooi in Zuid-Afrika. “De meerderheid vond dat er meer leiding gegeven moest worden. Ze wilden van bovenaf meer duidelijkheid en meer structuur. Het was een kwestie van naar elkaar toegroeien.”

Thate zegt zelf weinig coaching nodig te hebben. “Dat is geen arrogantie, begrijp me niet verkeerd. Maar ik ben gemotiveerd en gedreven genoeg. In het veld sta ik er gewoon. Niet nadenken, maar doen. Juist als ik ga nadenken, gaat het vaak fout. Een coach is onmisbaar, maar uiteindelijk moet je het zelf doen. Een coach kan de beleving hooguit wat aanwakkeren.”

De vraag dringt zich op of vrouwen wellicht te lief en te aardig zijn voor een sport waarin het de laatste jaren steeds meer aankomt op fysieke kracht. Thate haalt de schouders op. “Waarom kunnen die Australiërs het wel? Die hebben een clubcompetitie die niet veel voorstelt, maar ze zijn wel wereldkampioen en olympisch kampioen.”

Thate keerde deze zomer terug bij Amsterdam, de club die ze ruim drie jaar geleden verliet. Bij haar oude club is ze herenigd met coach Carina Benninga, de recordinternational met wie Thate ooit samenspeelde. Benninga benoemde haar aanwinst meteen tot aanvoerster. Thate: “Een rol waarin ik nog moet groeien. Binnen de lijnen voel ik mij sowieso verantwoordelijk. Daar verandert weinig, maar buiten het veld moet ik mijn verantwoordelijkheden nog leren uitdragen.”

Wee degene die voortdurend te laat op de trainingen verschijnt. “Half acht is half acht en niet vijf over half acht. Ook op de trainingen moet je laten zien wie je bent. Doe je dat niet, ook prima. Maar dan liever niet in hetzelfde team als waarin ik speel.”