Echtpaar richt nieuw museum op voor figuratieve kunst; Luchtkasteel wordt realiteit

EELDE, 21 SEPT. Onlangs werd in de gemeente Eelde, tien kilometer onder de stad Groningen, het particuliere Museum voor Figuratieve Kunst opengesteld. Op 9 oktober zal de Koningin dit particuliere museum officieel openen. Oprichter is het echtpaar Van Groeningen-Hazenberg, dat met een grote subsidie van de Europese Gemeenschap en bijdragen van bedrijfsleven en donateurs een museumpaviljoen naast hun woonhuis realiseerde.

Museum voor Figuratieve kunst, Hoofdweg 76, Eelde. Di t/m zo 11-17u. Tentoonstelling De Veelheid: t/m 8 december. Cat: ƒ 39,-

“Eigenlijk wilden we van ons huis, het Nysinghhuis, een museum maken”, zegt Janneke van Groeningen in de Oudhollandse woonkeuken van hun 17de-eeuwse herenhuis. “Pas na onze dood zou het opengesteld moeten worden, zodat de wandschilderingen die Matthijs Röling, Wout Muller en andere figuratieve kunstenaars hier in zes verschillende kamers aanbrachten, voor publiek toegankelijk zouden zijn.” De 'hedendaagse stijlkamers' die zijn toegevoegd aan het gerestaureerde schultehuis in typisch noordelijke kloosterstijl, zullen vanaf volgend jaar gedurende kortere periodes te bezichtigen zijn.

De postume plannen van het psychologen-echtpaar werden verstoord door het voornemen van de gemeente Eelde om een flatgebouw tussen hun huis en de Hervormde Kerk te bouwen; 'een oceaanstomer van 75 meter maar liefst', aldus Janneke van Groeningen. Precies op het stuk land dat, net als het huis, 'teruggerestaureerd' zou worden zodat de buitenplaats Nysingh in zijn oude glorie zou herrijzen: compleet met appelhof, formele tuin en gracht.

“Wij stelden de gemeenteraad toen voor ons de grond in erfpacht te geven om er een apart museumgebouw op te zetten, dat een geheel zou vormen met het huis en de tuin”, aldus echtgenoot Jos van Groeningen. “Zo hoopten we het enig overgebleven oude dorpsaanzicht van Eelde, dit huis en de kerk, te beschermen.”

Het echtpaar had een jaar de tijd om geld te werven en zo de levensvatbaarheid van hun idee te bewijzen. Gesteund door een raad van advies waarin onder meer Matthijs Röling, de Groninger kunsthistoricus Diederik Kraaijpoel en Jan Jaap Heij (conservator van het Drents Museum) zitting hebben, lukte dat. Ook werd een Vriendenkring van het museum opgericht - “zij betaalden jarenlang contributie voor een luchtkasteel” - die het plan vooral lokaal een breder draagvlak gaf.

“Janneke heeft op heel wat Rotary-avondjes gesproken om contact te leggen met mensen die konden lobbyen bij de Europese Gemeenschap,” vertelt de heer Van Groeningen. Resultaat is een Euregio-subsidie van ruim anderhalf miljoen gulden, door het ministerie van Economische Zaken aangevuld tot bijna twee miljoen. Voorwaarde van de EG is, dat het Museum voor Figuratieve Kunst gaat samenwerken met musea in Noord-Duitsland.

Van de Gasunie en de noordelijke energiebedrijven samen kwam acht ton, terwijl ook het Bouwfonds, VSB-fonds en particulieren voor nog eens zeven ton garant stonden. “Donateurs die een ton of meer geven - en die zijn er - krijgen het recht in de Blauwe Kamer van Matthijs Röling een diner te houden”, zegt Jos van Groeningen, met een weids gebaar naar de palmbomen en olifanten die daar de muren bedekken.

Ton Alberts (die ook het ING-gebouw in Amsterdam-Zuidoost ontwierp) werd als architect aangetrokken, en zette in nauwe samenwerking met tuinarchitect Jorn Copijn (met wie hij in Amsterdam al samenwerkte) een 'organisch' museumpaviljoen neer. Het ligt deels ondergronds, de ingang ligt twee meter onder straatniveau ter hoogte van de gracht die erlangs slingert; straks, als het dak beplant is, zal het gebouw eruit zien als een begroeide heuvel.

Er tegenover staat het museumcafé “dat één buslading, dus 50 mensen, kan herbergen”; de ruimte tussen de beide gebouwtjes wordt een amfitheater dat afloopt naar de gracht. Daar zijn in de zomer concerten, poëzierecitals en theateropvoeringen te verwachten. Met de tuinaanleg - de appelhof, een buxustuin met vijver en een beeldendwaaltuin, waarvoor nog geld geworven moet - wordt pas dit najaar begonnen: “Over een jaar of drie kunnen bezoekers zien wat wij bedoelen met 'groene' architectuur”, aldus Janneke van Groeningen. Het museumpaviljoen moet er dan uitzien als een half begroeide folly, terwijl de geschoren en deels verwilderde buxussen 'als groene sculpturen' in de tuin zullen staan. Volgens een in de arm genomen marketing-bureau zullen er mettertijd ongeveer evenveel mensen komen voor de tuinen als voor het museum. Ook hoopt men een deel van de bezoekersstroom naar het nieuwe Groninger Museum naar Eelde te kunnen lokken; met de treintaxi ben je er binnen een kwartier.

Vanaf de enorme trappartij, die zicht geeft op de dakkapellen, heeft de bezoeker een fraai zicht op het landschap van de Nederlandse figuratie beneden. Tegen de violet-grijze wanden (onderbroken door de grillige, veelhoekige Fred Flintstone-ramen en -deuren van de organische architectuur) staan schilderijen en sculpturen van 24 figuratieve Nederlandse kunstenaars uit, onder wie Kees Verweij en Charlotte van Pallandt, en de in de raad van advies gezeten Herman Gordijn en Toine Moerbeek.

De expositie heeft de uitdagende titel De Veelheid: doelstelling van dit particuliere museum is immers, te laten zien hoe groot en rijk de variatie aan stijlen is binnen de figuratieve kunst. Van de surreële taferelen van Hermanus Berserik en de melancholieke blauwe landschappen van Peter Hartwig tot de wulpse beelden van kronkelende vrouwen door Carla Dijs.

Een dergelijke breed opgezette tentoonstelling staat geprogrammeerd voor ieder najaar, en wordt afgewisseld met solo-exposities en presentaties van particuliere collecties van figuratieve kunst. Op de verlanglijst staat de verzameling-Djoeke Bakker, voormalig eigenares van galerie Mokum.

Alle getoonde kunst is in bruikleen - het echtpaar Van Groeningen heeft zelf geen echte collectie -, maar niet alleen van particulieren, kunstenaars en verwante collecties zoals de ING, die overigens geen donatie deed: “Wij zijn misschien te veel een concurrent”, meent Jos van Groeningen.

Op de bruikleenlijst prijken verrassend genoeg ook het Centraal Museum in Utrecht, het Frans Halsmuseum te Haarlem en het Arnhemse museum.

In navolging van het echtpaar Scholten dat in Scheveningen het museum Beelden aan Zee stichtte, hebben de Van Groeningens - die zelf de directie van het museum gaan voeren - geen betaalde medewerkers maar uitsluitend vrijwilligers ingeschakeld. De twee assistent-conservatoren zijn werkloze kunsthistorici die pro deo in Eelde werken. De eigenlijke conservatoren zijn de leden van de adviesraadleden.

Jos van Groeningen benadrukt dat “dit museum niet bedoeld is als een oorlogsverklaring aan de modernistische kunst. Janneke en ik gaan graag naar het Stedelijk Museum en het Centre Pompidou. Maar wat hier wordt getoond, daar bestond geen museum voor in Nederland. Het is goed voor de kunst en de kunstenaars dat het er nu is.”