Dominique uit Togo en Gracia uit Sierra Leone

Dominique verliet haar geboortegrond in Togo in 1993. Ze kan moeilijk uitleggen waarom. “Je was politiek actief”, zegt haar Deense vriendin snel tegen haar. Dominique (28) liet een kind achter. Ging met het vliegtuig naar Denemarken. Wilde naar Duitsland reizen met de trein. Daar is het illegale leven immers makkelijker, had ze gehoord.

Maar ze werd tegengehouden bij de Deens-Duitse grens. Teruggestuurd naar Denemarken, omdat dat het eerste Europese land was waar ze was binnengekomen. Daar vroeg ze asiel aan. Haar verzoek werd afgewezen. Dominique dook onder en klopte aan bij de organisatie Flygtning under Jorden, die haar onderdak bood en geld gaf. Sindsdien heeft ze bij particulieren op kamers gewoond. Drie maanden geleden werd haar zoon geboren. Ooit hoopt ze weer aan het werk te kunnen als naaister, haar oude beroep.

Gracia (16) zag begin 1995 hoe rebellen haar dorp in Sierra Leone plat brandden. Met haar zus vluchtte ze naar een nabijgelegen stad, waar haar moeder verbleef. Die stuurde haar door naar Denemarken, samen met haar zus. Tijdens het verblijf in een asielcentrum raakte ze zwanger. Haar asielverzoek werd afgewezen. Zo belandde ze op straat, waar ze werd gevonden door medewerkers van Flygtning under Jorden. Via hen kwam ze in een commune en baarde haar dochter. Met de vader van het kind heeft Gracia geen contact meer. “Hij is ook illegaal, ergens in Denemarken.” Ze wil dat haar kind een goede opleiding krijgt, maar liever nog zou ze zelf naar school gaan. Haar zus - die inmiddels is getrouwd met een Deense man - ziet ze zelden. Ze zou zelf ook wel willen trouwen met een Deen. “Maar ik ben pas zestien.”