De verzorgingsstaat gaat dicht

Om te overleven houdt een illegaal in Nederland zich aan vier regels: Een. Trek nooit de aandacht. Stop voor rood licht; een ijverige agent mocht je eens staande houden voor zo'n simpele overtreding. Twee. Mijd ieder contact met de overheid. In haar computers slaat zij jouw gegevens op en deze worden op ieder - voor jou altijd ongewenst - moment uitgebraakt. Drie. Zorg voor een netwerk. Zonder familie, vrienden, dorpsgenoten ben je nergens. Vier. Zoek werk. Hulp is eindig, en zonder geld overleeft niemand.

De koppelingswet die woensdag en donderdag in de Tweede Kamer wordt behandeld, noopt de illegalen ertoe deze vier regels nog beter in acht te nemen. Met de wet worden de laatste mazen in het net gedicht. Want illegalen moeten Nederland uit. De koppelingswet is het sluitstuk van het Nederlandse vreemdelingenbeleid en is bedoeld om het gebruik van collectieve voorzieningen door illegalen uit te bannen. De sociale dienst, cursussen, het ziekenfonds - een illegaal mag er geen gebruik van maken. Door diverse bestanden en databanken aan elkaar te koppelen, kunnen ambtenaren van al deze instellingen met een druk op de knop zien of iemand legaal of illegaal in Nederland verblijft.

De nieuwe wet kent drie uitzonderingen: rechtsbijstand voor illegalen, hulp voor hen in acute medische nood en onderwijs voor leerplichtige kinderen. Een zeventienjarig Turks meisje bijvoorbeeld gaat al enkele jaren naar school. In een Amsterdamse buitenwijk bezoekt ze iedere dag het voorbereidend beroepsonderwijs. Het bestuur van de school en haar begeleider weten dat zij illegaal in Nederland verblijft, haar klasgenoten weten het niet. Het bestuur maakt het niets uit. Ieder kind heeft recht op onderwijs. Tientallen schoolbesturen denken er net zo over. Eind vorig jaar maakten ze in een brief aan het kabinet bezwaar tegen het feit dat zij illegale kinderen na hun zestiende van school moeten sturen. De school als verlengstuk van Nederlands sterke arm? Dat nooit, schreven ze. Het kabinet kwam tegemoet aan hun kritiek en veranderde het wetsvoorstel: illegale kinderen mogen de middelbare school afmaken.

Kinderen van illegalen volgen niet per definitie onderwijs. Uit angst voor ontdekking blijven veel illegalen juist ver van de ambtelijke molens. Ze maken weinig gebruik van collectieve voorzieningen. Het ministerie van justitie hield eind jaren tachtig een onderzoek onder duizend opgepakte illegalen. Slechts drie van hen bleken een bijstandsuitkering te hebben. Vraagt een illegaal huursubsidie aan? “Dan heeft hij of te veel lef of hij is gek”, zegt A. Kruyt. Hij was van 1976 tot 1985 jurist bij het Nederlands Centrum Buitenlanders. Hij ontkent dat illegalen in die jaren makkelijk toegang hadden tot 'inkomensvervangende' voorzieningen.

Maar bij arbeidsongeschiktheid kon een illegaal wèl een WAO-uitkering krijgen. Met medeweten van de overheid. Ongelukken deden zich vaak voor op het werk: versleten knieën van het jarenlang chrysanten plukken, afgehakte vingers op de visafslag van IJmuiden. Om in aanmerking te komen voor een WAO-uitkering had een illegaal dan al vaak jarenlang wit gewerkt. De werkgever droeg loonbelasting en premies af, en de fiscus en de bedrijfsverenigingen interesseerden het niets of dit geld van legaal of illegaal personeel afkomstig was. Enkele illegale werknemers zaten zelfs in het ziekenfonds.

Ook door laksheid van de overheid kon een illegaal zich lange tijd in Nederland handhaven. Mostafa Achalri bijvoorbeeld, schreef zich tien jaar geleden zonder moeite in het bevolkingsregister van Den Haag in. De ambtenaren verzuimden naar zijn verblijfsvergunning te vragen. Met een uittreksel van het bevolkingsregister mocht hij deelnemen aan het rij-examen en met het behaalde rijbewijs kon hij zich voortaan identificeren.

Illegalen vertellen sinds de eerste helft van de jaren negentig nog nauwelijks zulke verhalen. Na maatregelen als de Wet op de Identificatieplicht werken ze nog wel in branches als de tuinbouw, de horeca en de textiel, maar nu zwart en zonder rechten. En het arbeidsbureau vraagt sinds vorig jaar bij inschrijving steeds naar een geldig verblijfsdocument, zegt een woordvoerder van het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening (CBA). Dat werd vroeger soms achterwege gelaten.

In 1975 werden nog 15.000 illegalen gelegaliseerd. Deze actie was bedoeld om - aan de vooravond van de strengere Wet Arbeid Buitenlandse Werknemers (WABW) - schoon schip te maken. Vijf jaar later kwam er een soortgelijke regeling, bedoeld voor ongeveer 1.800 illegalen die aanvankelijk tussen wal en schip waren gevallen.

Nu krijgen steeds minder illegalen een verblijfsvergunning onder steeds strengere voorwaarden. Zo moet een illegaal kunnen aantonen langer dan zes jaar wit te hebben gewerkt in Nederland. Massaoud - hij wil niet met zijn echte naam in de krant - voldeed net niet aan die eis. Hij werkte jarenlang bij een tuinder in het Westland, maar gebruikte gedurende drie jaar de naam en het sociaal fiscaal nummer van een vriend. Deze verbleef legaal in Nederland, maar was inmiddels teruggekeerd naar zijn geboorteland Marokko. Massaoud kwam aan vijfeneenhalf jaar 'wit werk': geen verblijfsvergunning.

De koppelingswet moet het leven voor illegalen schier onmogelijk maken. “De overheid wil laten zien dat ze iets doet aan de toenemende migratie”, zegt rechtssocioloog C. Groenendijk van de universiteit Nijmegen. “Maar de overheid heeft weinig middelen om dit te reguleren. De meeste mensen mogen hier immers zijn; EG-burgers, asielzoekers, Antillianen, immigranten in het kader van gezinshereniging. De druk wordt dan groter om iets te doen aan mensen die hier niet mogen verblijven.”

En dat zijn de illegalen. Over hun precieze aantal in Nederland bestaan alleen gissingen. Zeker is dat het ministerie van justitie vorig jaar 40.024 vreemdelingen opdroeg Nederland te verlaten. Onzeker is of zij ook aan die oproep gehoor hebben gegeven.

Groenendijk constateert dat het beleid jegens illegalen in de jaren zeventig en tachtig weinig eenduidig is geweest. “De ministeries hadden allemaal verschillende belangen.” Zo wilde Justitie de illegaal kwijt, wilde Volkgezondheid voorkomen dat hij met open tbc in de Amsterdamse metro zat en vond Sociale Zaken het belangrijk dat de illegale werknemer niet nòg afhankelijker raakte van zijn werkgever.

Justitie heeft uiteindelijk de andere ministeries “om gekregen”, zoals Groenendijk het noemt - mede door de toename van asielzoekers en migranten, bezuinigingen in de sociale zekerheid, een tanende economie en groeiende vreemdelingenangst. Maar hij betwijfelt of het departement deze overwinning ook zal verzilveren. Groenendijk meent dat de vreemdelingendiensten, die al tijden met een forse achterstand kampen, de extra administratieve rompslomp die de koppelingswet met zich meebrengt, niet aan kunnen.

Bovendien kan iemand volgens de koppelingswet alleen legaal of illegaal in Nederland verblijven. Maar het ministerie van justitie en de vreemdelingendiensten hebben de afgelopen jaren juist allerlei 'tussencategorieën' geschapen. Mensen uit deze categorieën hebben geen verblijfsvergunning, maar worden 'gedoogd'. Ze wachten hier - tot de oorlog in hun land is afgelopen, of tot justitie zich heeft uitgesproken over hun hereniging met familie hier. In het komende Kamerdebat moet hun positie in de koppelingswet nog worden opgehelderd.

Voor de gedoogde gelden de vier overlevingsregels van de illegaal nog niet. In plaats van de vreemdelingenpolitie te mijden, zal hij iedere week in een lange rij voor het kantoor van de vreemdelingenpolitie staan om zijn zaak te bepleiten. Maar wordt de gedoogde alsnog uitgewezen, dan kan ook hij besluiten te stoppen voor rood licht, te netwerken, onvindbaar te blijven voor de overheid. Voor zover dat laatste na de koppelingswet nog mogelijk is.