Dagen durende aardbeving ging ongemerkt voorbij

Een aardbeving ontstaat door een plotselinge, onderlinge verschuiving van twee stukken aardkorst aan weerszijden van een breuk. Daarbij komt binnen gewoonlijk enkele seconden een hoeveelheid energie vrij die zich in de loop van (tientallen) jaren in het gesteente heeft opgezameld.

Maar de verschuiving die zo'n beving veroorzaakt behoeft niet altijd zo plotsklaps plaats te vinden. Een groep Amerikaanse en Australische geofysici heeft een 'beving' ontdekt die een week in beslag nam en volstrekt onopgemerkt zou zijn gebleven als er niet toevallig in de buurt meetinstrumenten hadden gestaan.

De beving vond plaats langs de bekende San Andreas-breuk, op een punt ongeveer honderd kilometer ten zuidoosten van San Francisco. Dicht bij deze breuk bevinden zich in twee boorputten van 140 meter diepte instrumenten die vervormingen in het gesteente registreren en aan het oppervlak staan instrumenten die veranderingen in de afstand tussen punten aan weerszijden van de breuk meten. Op 11 december 1992 begonnen deze instrumenten een soort 'beving' te registreren die hier sinds het begin van de metingen in 1984 nog nooit was waargenomen.

De beving begon met een relatief korte, snelle verschuiving, die werd gevolgd door een heel langzame en ruwweg exponentieel afnemende verschuiving die ongeveer een week duurde. Op 12 en 14 december werd deze beweging onderbroken door opnieuw een kortstondige snellere beweging. Toen het gesteente na een week definitief tot rust was gekomen, bleek aan het aardoppervlak een verschuiving van slechts enkele centimeters te hebben plaatsgevonden. Tijdens de verschuiving werden enkele malen heel zwakke seismische trillingen waargenomen. Hieruit leidden de onderzoekers af dat deze 'beving' een sterkte van magnitude 4,8 op de Richter-schaal zou hebben gehad als de bodembeweging in één keer - zoals gebruikelijk bij aardbevingen - had plaatsgevonden (Nature, 5 september).

In het verleden zijn wel eens bevingen waargenomen waarvan de bodembeweging een paar uur in beslag nam, maar deze extreem trage verschuiving spant duidelijk de kroon. De onderzoekers hebben berekend dat het 'bezwijkpunt' van het gesteente zich met een snelheid van enkele decimeters per seconde langs de breuk heeft voortgeplant, terwijl dit bij een gewone aardbeving enkele kilometers per seconde is. Misschien houdt het optreden van zo'n langzame beving verband met de betreffende plaats langs de San Andreas-breuk. Meer naar het noorden toe blijken de twee stukken aardkorst elkaar lange tijd vast te houden, alvorens in één keer door te schieten: zoals tijdens de aardbeving die in 1906 San Francisco verwoestte. Meer naar het zuiden toe kruipen de twee segmenten bijna constant met heel korte rukjes langs elkaar, waarbij frequent slechts heel zwakke - ongevaarlijke - seismische trillingen worden opgewekt.

    • George Beekman