Consensus Albanië duurt maar even

ROTTERDAM, 21 SEPT. Héél even leek het er op dat de ruziënde politieke partijen in Albanië het onder krachtige druk uit het buitenland eens waren geworden over de modaliteiten van de komende plaatselijke verkiezingen. Maar het wederzijds wantrouwen is vooralsnog zo groot dat de consensus maar een weekje stand hield. En nu is men het in Tirana weer wat men het gewoonlijk is: heftig oneens.

De Democratische Partij (DP) van president Sali Berisha heeft sinds de parlementsverkiezingen van 26 mei en 2 juni onder een spervuur van internationale kritiek gelegen. De belangrijkste oppositiepartij, de socialistische PSSh, ging al op de eerste verkiezingsdag over tot een boycot uit protest tegen wijdverbreide fraude en manipulatie. Ze kreeg na de verkiezingen gelijk van de internationale gemeenschap, de Europese Veiligheidsorganisatie, de OVSE, voorop, Washington en de Raad van Europa in haar kielzog. Albanië werd bedreigd met schorsing uit de Raad van Europa en met het schrappen van hulp en de Amerikaanse diplomaten bleven demonstratief weg bij de opening van het nieuwe, geheel door de DP gedomineerde - en door de socialisten geboycotte - Albanese parlement.

Hoewel president Berisha de verwijten trots en uitdagend van de hand wees, moest hij onder die druk toch instemmen met een 'ronde tafel', waarop de oppositie haar klachten kwijt kon en haar eisen over de volgende stembusslag - de gemeenteraadsverkiezingen van 20 oktober - kon formuleren. Sterker: op 5 september ging Berisha zowaar door de bocht, met drie concessies.

Hij beloofde dat de kiescommissies, die worden voorgezeten door een lid van de Democratische Partij, een socialistische vice-voorzitter krijgen, met dezelfde status en bevoegdheden als de voorzitter. Daarmee kwam hij tegemoet aan de belangrijkste eis van de oppositie. Berisha stemde ook in met een aanpassing van de controversiële wet die vroegere communistische functionarissen tot het jaar 2001 uit elk openbaar ambt weert. Die ook in het Westen gehekelde wet schakelt vrijwel al Berisha's linkse rivalen als zodanig uit. Voor de gemeenteraadsverkiezingen is nu bepaald dat de wet alleen van toepassing is op kandidaat-burgemeesters en niet op kandidaat-gemeenteraadsleden. De derde concessie betreft de toegang van de oppositie tot de televisie, op basis van gelijkheid met de DP. In de campagne voor de parlementsverkiezingen was de televisie hoogst DP-gezind.

Op basis van die concessies was de oppositie bereid haar boycot van de verkiezingen van oktober op te geven. Dat betekende overigens niet dat de strijdbijl was begraven. Hoezeer die nog onder handbereik lag toonde Berisha tijdens het congres van de socialisten, kort voordat hij met zijn concessies over de brug kwam. Berisha verblijdde dat congres met een groetboodschap. Dat was enerzijds een wat curieus restant uit communistische tijden, toen alom in Oost-Europa partijchefs zich in hun ivoren torens van tijd tot tijd genadiglijk verwaardigden pseudopartijen - indien aanwezig - bij Belangrijke Gebeurtenissen als een partijcongres alle succes te wensen. Anderzijds brak Berisha met de traditie door die groetboodschap vol kwade verwijten aan het adres van de congresserende socialisten te stoppen. Hun pogingen tot partijdemocratisering bestempelde de president als “een farce”. “Ik begroet uw beslissing Marx uit uw programma te schrappen en de dictatuur van Enver [de stalinistische leider Enver Hoxha] te veroordelen. Maar ik moet met spijt vaststellen dat dit geen hervorming maar een farce is”, aldus de president. Hij adviseerde de socialisten hun partij liever op te doeken en een nieuwe te stichten. Later zei Berisha dat de socialistische partij is “gekaapt door ex-communisten en ex-geheim agenten”, dat ze “incapabel is om de sociale democratie te aanvaarden”, dat “de partijhervorming gewoon een strijd tussen clans is” en dat de partij moet worden gezien als “het laatste bastion van stalinisten in Europa”.

Geen wonder dat de consensus niet lang heeft standgehouden. Toen, eind vorige week, ontstond toch weer ruzie. Acht oppositiepartijen, waaronder de socialisten, dreigden de gemeenteraadsverkiezingen van 20 oktober alsnog te boycotten uit protest tegen een door de Democraten doorgedrukt amendement op de kieswet. Daarin wordt bepaald dat leden van kiescommissies die deelnemen aan een boycot van verkiezingen of die weglopen uit de stemlokalen zich strafbaar maken en één tot drie jaar gevangenisstraf kunnen krijgen. Tritan Shehu, vice-premier en DP-kopstuk, rechtvaardigde de maatregel met het argument dat “het boycotten van het verkiezingsproces een aanslag op de democratie is”.

De voltallige oppositie ziet dat anders: met de maatregel maken de Democraten het hun critici - een week nadat ze eindelijk toegang hebben gekregen tot de kiescommissies - bij voorbaat onmogelijk hun ultieme wapen tegen verkiezingsfraude, de boycot, te gebruiken. Het blad Poli i Qendres omschreef het amendement als 'terroristisch', een 'belediging van het geweten van vrije burgers' en 'een record in het zwartboek van de Europese politiek'.

De oppositiepartijen eisen nu het aftreden van de voorzitter van de nationale kiescommissie, de onderminister voor lokale bevoegdheden en vooral onderminister van Binnenlandse Zaken Agim Shehu, die ze zien als de hoofdverantwoordelijke voor de fraude bij de recente parlementsverkiezingen.