BOLKESTEIN (5)

In de Wetenschapsbijlage van 7 september wijst Frits Bolkestein thematisch geörienteerd geschiedenisonderwijs af. Bolkestein vreest dat de projectmatige aanpak leidt tot 'chaotisch denken'. Hij stelt daarom een terugkeer voor naar een traditioneel curriculum dat een algemeen overzicht geeft van de belangrijkste politieke, economische en culturele feiten uit de (vaderlandse) geschiedenis.

Bolkestein heeft gelijk als hij stelt dat het geschiedenisonderwijs er in Nederland slecht voor staat. Maar zijn voorstel is onrealistisch, want alle nu beschikbare uren zouden gemakkelijk te vullen zijn met het eindeloos repeteren van rijtjes graven, stadhouders en koningen, zonder dat de leerling ontdekt wat een stadhouder eigenlijk is of leert subjectiviteit in bronnen te onderkennen. Het resultaat is armzalige vulling van het geheugen, zonder enig inzicht of begrip.

Welke feiten moet men kiezen? Bolkestein maakt zich er gemakkelijk van af met een opsomming die zo vaag is dat zij ongetwijfeld in elk gangbaar curriculum terug te vinden is.

Het keuzeprobleem is niet bedacht door 'onbezonnen Amerikaanse cultuurrelativisten', zoals Bolkestein bekrompen formuleert, maar een gevolg van nieuwe onderzoeksvragen en de toename van het historisch onderzoek in de afgelopen decennia: nooit waren er meer 'feiten' beschikbaar, waaruit leraren een keuze moeten maken. Wat Bolkestein nu als de belangrijkste feiten beschouwt, is wat hem in de schoolbanken als 'de' geschiedenis is gepresenteerd. Inmiddels is 'de' geschiedenis complexer geworden. Bolkestein stelt in feite voor de ontwikkelingen van de laatste decennia te negeren. Alsof men in het natuurkunde-onderwijs de quantummechanica zou negeren, uit angst dat de leerlingen chaotisch zouden gaan denken.