Antropologen

In zijn column 'Uit de verte, geen nieuws' (Z 7 september) verwijt A. de Swaan antropologen hun dienstbaarheid aan het bewind in hun werkgebied. Volgens hem manipuleren zij de feiten om de relaties daar te bewaren, zodat zij terug kunnen komen in het werkgebied.

De Swaan laat na te vermelden dat zijn collega's over het algemeen 'de feiten' niet verdraaien. In sommige gevallen leidt dit ertoe dat hun verdere toegang tot het gebied van onderzoek onmogelijk gemaakt wordt. Zo werd de politicoloog Bert Anderson na 1965 de toegang tot Indonesië ontzegd en werd mijzelf in 1992 een visum geweigerd om verder onderzoek te doen naar hindoe-moslim tegenstellingen in India.

Het is van belang om vast te stellen dat antropologen zich tegenwoordig veel kritischer uitlaten over de postkoloniale overheid dan indertijd over de koloniale overheid. De Swaan beweert verder dat ik in mijn bundel Modern Oriëntalisme alleen kritiek heb op denkwijzen die tot het verleden behoren. Dat zou je niet zeggen als je de furieuze reactie op die bundel van zijn collega-columnist Wesseling leest. De Swaans column is een mooi voorbeeld van modern oriëntalisme. Hij wekt de suggestie dat het probleem van de relatie met de overheid, met de opdrachtgever en met de onderzoeksgroep alleen speelt in de Derde Wereld, waar mensen onderdrukt worden en niet kunnen zeggen wat zij denken. Dat is een oriëntalistische gedachte, want het probleem doet zich evenzeer voor in de Westerse wereld.

Het verbaast mij dat De Swaan dit niet ziet, want hij heeft zelf in het verleden moeilijkheden gehad met de publicatie van gegevens over een ziekenhuis, waarin hij onderzoek deed. Dat ziekenhuis verbood hem de 'feiten' te publiceren. Ook zijn voorbeelden van antropologische manipulatie staan bol van oriëntalisme. Typerend is het voorbeeld van de antropologe die onderzoek doet onder islamitische vrouwen en alles weglaat wat haar contacten zou kunnen mishagen. Als er nu één onderwerp is waarover wij voortdurend kritisch worden genformeerd is dat wel van de 'benarde positie' van de moslimvrouwen. Het is veel moeilijker om dit te nuanceren in de Westerse beeldvorming dan om je er kritisch over uit te laten.

Sociaal-wetenschappers hebben een belangrijke verantwoordelijkheid tegenover diegenen die aan hun onderzoek meewerken en vooral tegenover mensen die zich in een zwakke positie bevinden. Het probleem van representatie is daarom veel subtieler dan De Swaans column doet vermoeden. De Swaan zou mijn boekje eens moeten lezen. Hij kan er nog wat van opsteken.