Zeeman, schrijver, filmster; Jan de Hartog en Ergens in Nederland

De boeken van Jan de Hartog, gast van het jaar op het Nederlands Filmfestival, zijn vaak verfilmd. Maar de eerste keer dat de schrijver zich bemoeide met een film, had hij nog geen boek gepubliceerd. De Hartog speelde in 1939 de hoofdrol in Ergens in Nederland.

Het is meer dan een goede film, Ergens in Nederland uit 1940. Er zindert iets tussen de beide hoofdrolspelers, Lily Bouwmeester en Jan de Hartog. Zij is een jong maar al gevierd actrice en filmster van 38 - en getrouwd. Hij een jonge ambitieuze schrijver en beginnend acteur van 25.

Het is Jan de Hartogs debuut als filmacteur. Alsof hij al jaren in het vak zit speelt hij overtuigend de mannelijke hoofdrol van de jonge, pas getrouwde advocaat Frans van Loon die wegens de mobilisatie in 1939 op een mijnenveger dienst moet doen. De Hartog speelt zo fris, en de dialogen, die hij mede schreef, zijn zo snedig dat de film nu, na 56 jaar nog niet verouderd aandoet. Integendeel: ik ken geen Nederlandse film waarin zo geestig en tegelijk spannend ruzie wordt gemaakt door echtelieden.

Terwijl De Hartog met de marine 'ergens in Nederland' mijnen onschadelijk maakt, legt zijn vrouw Nellie, Lily Bouwmeester, het aan met een ander. Ze reist hem achterna om hem te zeggen dat ze scheiden wil, omdat zijn liefde toch in de eerste plaats de zee geldt, en zij een ander heeft. In een hotelkamer komt het tot een mooi gefilmde uitbarsting, met veel dreigende schaduwen en wat suggestieve schermutselingen rond het bed. Hij wil er niks van weten en werpt haar voor de voeten dat hij haar alles gegeven heeft wat een huisvrouw nodig heeft.

Zij, afgemeten, terwijl ze haar kousen aantrekt om definitief te vertrekken: “Ik geef graag toe dat ik alles heb gekregen wat een huisdier nodig heeft.”

De Hartog heeft de hele film door iets gedrevens, het is alsof hij op scherp staat.

Alles valt in deze film voor 25-jarige schrijver samen: zijn liefde voor de zee, zijn interesse voor het acteren vooral zijn ambitie om als schrijver serieus genomen te worden. Hij is als hij gevraagd wordt aan Ergens in Nederland mee te doen, bezig aan wat zijn beroemdste roman over de zeesleepvaart zal worden, Hollands Glorie. De film legt een jonge ambitieuze schrijver vast, die op het punt staat door te breken. Hollands Glorie komt uit in oktober 1940 en wordt een groot succes. Ergens in Nederland is eerder dat jaar in premìere gegaan, op 12 april 1940, en wordt een maand later, na de inval van de Duitsers, alweer verboden. Desalniettemin krijgt De Hartog door de film en zijn boek een soort filmsterrenstatus in bezet Nederland. Als hij lezingen geeft verdringen handtekening vragende meisjes zich om de 26-jarige auteur.

Maar er is meer. We zien niet alleen een jonge auteur die zeker is van zijn koers en zijn grote muze, de zee. Er diende zich voor De Hartog een nieuwe muze aan: Lily Bouwmeester. De Hartog heeft tot 1939 nooit iets met film te maken gehad. Hij woonde bij Den Helder, werkte als inval-stuurman bij het sleepbedrijf Wijsmuller, maar dat is een baan die hem alle tijd liet om te schrijven. De beoogde hoofdrolspeler in de film, de acteur Paul Storm, komt bij hem voor advies over de dialogen en zeevaarttermen. Want daar weet de naar Nederland uitgeweken Duitse filmregisseur, Ludwig Berger, die het scenario schreef, niets van. De Hartog heeft dan al enige reputatie als zeeman-schrijver.

Hij had al adviezen over de scheepvaart gegeven aan de Amsterdamsche Toneelvereeniging, waarbij hij ook een tijdje speelde. Onder het pseudoniem F.R. Eckmar ('verrek maar') schreef hij in het Algemeen Handelsblad stukjes over de zeevaart en de Amsterdamse havenpolitie.

Zuiderzee

De Hartog had als kind ademloos geluisterd naar de verhalen die oude vissers in de haven van Huizen bij de Zuiderzee vertelden, toen hij daar langdurig logeerde omdat zijn moeder ziek was. Zijn vader, dominee en hoogleraar theologie in Amsterdam, moest extra werken om de verpleging van zijn vrouw te bekostigen. Zeeman en schrijver wilde hij sindsdien worden.

Berger schrijft in zijn autobiografie over zijn ontmoeting met De Hartog in 1939: 'Ik was alleen toen hij binnenkwam, maar opeens scheen de grote kamer gevuld; theologenzoon en zeerover, volwassen en tóch nog kind, piraat en kunstenaar, dichter en verslaggever. Dit mengsel van zout water en bijbel vind je alleen in Holland.'

Berger had geen betere man kunnen treffen voor zijn scenario-adviezen. Bovendien hielp De Hartog hem op nog een manier uit de brand. De beoogde hoofdrolspeler werd onverwachts voor de mobilisatie opgeroepen, en De Hartog verving hem. Zodoende is Ergens in Nederland niet alleen de eerste film waaraan De Hartog mee werkt, maar ook de enige waarin hij een hoofdrol speelt.

De nu 83-jarige De Hartog, die al jaren in Texas woont, is op 1 oktober 'gast van het jaar' op het Filmfestival in Utrecht. Verschillende films gebaseerd op boeken van hem worden op het festival vertoond, zoals Schipper naast God (Maître apres Dieu, 1951, regie Louis Daquin), Het Hemelbed (The Fourposter, 1953, Irving Reiss) en Stella (The Key, 1958, Carol Reed, met onder anderen Sophia Loren).

Ook Ergens in Nederland wordt gedraaid. Aanvankelijk was De Hartog een schuchter acteur, en schijnt Ludwig Berger hem toegeroepen te hebben toen hij Bouwmeester niet stevig genoeg omarmde: 'Küsse, du blöder Kalvinist!'

Met succes. De film documenteert de ontluikende hartstocht tussen de jonge schrijver en de filmster. Later schrijft hij ook voor haar. Om de door de bezetting werkloos geworden filmacteurs aan het werk te houden, zodat ze niet voor de Duitsers aan het werk hoeven, schrijft hij een (nooit uitgegeven) toneelstuk voor zestig acteurs: De Duivel en Juffer Honesta. De rol van juffrouw Honesta wordt gespeeld door Lily Bouwmeester.

De Hartog schrijft in die eerste oorlogsjaren meer. Het toneelstuk Schipper naast God, waarin een Nederlandse kapitein uit Duitsland gevluchte joden op veilige Amerikaanse bodem wil brengen. Tijdens lezingen in het land draagt hij het voor, om duidelijk te maken dat hij niets hebben moet van de bezetter. Dat is nodig, want ook de Duitsers lopen weg met Hollands Glorie. De stoere held, de jonge zeesleperkapitein Jan Wandelaar, die vecht tegen onrechtvaardige reders, spreekt ook de nazi's aan. Ze zetten het boek nummer twee op de lijst 'Wat iedere SS-er lezen moet', na Hitlers Mein Kampf. Maar als steeds duidelijker wordt dat De Hartog niets van de Duitsers moet hebben, en hij ook geen lid van de Kultuurkamer worden wil, mag Hollands Glorie niet meer herdrukt worden. De bezetter wil de auteur arresteren. De Hartog duikt in 1942 in Amsterdam onder. Eerst in het Parkhotel, daarna aan de Nieuwe Keizersgracht, in een tehuis voor oude dames. Voornaamste meubelstuk in zijn kamer is een hemelbed.

De Hartog schrijft er Het Hemelbed, een toneelstuk over de lotgevallen van een echtpaar, waarvan we in verschillende stadia van hun huwelijk steeds scènes te zien krijgen in en rondom het hemelbed. De personages zijn HIJ en ZIJ en het stuk is lichtvoetiger dan zijn verhalen over de zee en de worsteling met de vraag wat Gods wil is, zoals in Schipper naast God.

Het Hemelbed werd na de oorlog een internationaal succes. Het werd een paar keer verfilmd, en ook omgewerkt tot de succesvolle Broadway-musical I Do! I Do!. Het stuk wordt nog altijd opgevoerd en is, aldus De Hartog in een recent interview, nog altijd zijn belangrijkste bron van inkomsten.

In de meeste biografische artikelen over De Hartog wordt altijd vermeld dat hij dit toneelstuk op zijn onderduikadres schreef om al fantaserend de verveling te verdrijven. Maar onlangs zei hij in een interview dat hij Het Hemelbed eigenlijk schreef voor Lily Bouwmeester, op wie hij 'hartstochtelijk verliefd' was.

De Hartog ontvluchtte Nederland in 1942. Na een tocht over de Pyreneeën waarbij hij door Duitse kogels in zijn knie werd geraakt, kwam hij in 1943 in Engeland aan en begon daar als schrijver aan een internationale carrière.

Lily Bouwmeester hervatte na de oorlog haar toneelcarrière en speelde na Ergens in Nederland niet meer in een film. Een aanbod om in Paramount-films te spelen, wees ze van de hand. Ze had als comediènne onder meer succes met Het Hemelbed, dat ze honderden keren speelde in de jaren vijftig en zestig. Bouwmeester overleed in 1993, maar nam in 1991 nog, mede namens Jan de Hartog, een zogenoemd Pre-Gouden-Kalf in ontvangst in het Filmmuseum in Amsterdam, voor hun rollen in Ergens in Nederland.

Jan de Hartog spreekt op di. 1 okt. om 19.30u over zijn (verfilmde) boeken. Daarna (22u) wordt Ergens in Nederland vertoond, Hoogt 1, Utrecht. Verder draaien op het festival vanaf 26 sept. The Fourposter, Das Riesenrad, The key, The Spiral Road, The Little Ark, en een deel van de tv-bewerking van Hollands Glorie.