Vreemd land

Wie enige tijd is weggeweest, moet het bij terugkomst wel opvallen dat Nederland een beetje een raar land is.

Zo is er de discussie over de macht van de koningin. Die zou onzichtbaar aanwezig zijn, las ik. Een soort elementair deeltje waarvan we weten dat het bestaat, zonder dat wij de exacte plaats kunnen aantonen. Alleen worden er af en toe wat nagelaten sporen gevonden. In het geval van de koningin hebben wij te horen gekregen dat het de majesteit niet behaagt om ongetrouwde partners op haar recepties te ontvangen. Of dat werkelijk zo is, daar valt niet achter te komen, want er schijnt zoiets te bestaan als het Geheim van Drakesteyn. Mits uitgesproken op z'n plat Haags, klinkt dat erg mooi.

Ook zou een in concubinaat levende ambassadeur zijn overgeplaatst, omdat de koningin niet geconfronteerd wenst te worden met diens nieuwe vriendin. Inmiddels zit de gewraakte ambassadeur in Brussel en is hij 'weer terug bij zijn vrouw', zo staat geruststellend in de krant. Ten slotte wordt verondersteld dat ons staatshoofd een zekere invloed heeft bij het opstellen van de troonrede. Volgens premier Kok moet men hier vooral denken aan invloed op de vormgeving van de troonrede, hetgeen zoiets betekent dat de koningin af en toe een komma mag plaatsen, het woord onthutsend door verbijsterend mag vervangen, of de uitdrukking 'min of meer' mag toevoegen.

Wie deze voorbeelden nog eens op een rijtje zet, wordt onmiddellijk getroffen door hun onbenulligheid. Zij vormen het beste bewijs dat onze koningin totaal geen macht heeft. Wanneer de koningin nu haar macht had aangewend om kruisraketten neer te zetten in Purmerend, of wanneer zij geprobeerd zou hebben André van der Louw te ontslaan als voorzitter van de NOS, ja dan zou men voorzichtig kunnen opperen dat dit nu echt te ver gaat.

Een staatshoofd dat werkelijk macht wil uitoefenen, heeft helemaal geen tijd om zich bezig te houden met de vraag of de ambassadeur in een of ander buitengewest wel getrouwd is met zijn eigen vrouw. En wat die recepties betreft: laten al die ongetrouwde partners blij zijn dat zij daar niet naartoe hoeven, want iets saaiers bestaat er werkelijk niet.

Ook een andere kwestie vond ik tamelijk raar. De jongen die zeven jaar geleden een ijzeren staaf gooide, moet aan Ajax een boete van 500.000 gulden betalen. De jongen is ook al strafrechtelijk vervolgd en heeft enkele maanden op een tuchtschool doorgebracht. Volgens deze krant heeft Ajax-voorzitter Van Praag “met de rechtbank afgesproken het vonnis ten uitvoer te brengen, ongeacht de financiële draagkracht van de voetbalfan”. De inmiddels 24-jarige staafgooier zit in de bijstand en moet van zo'n kleine negenhonderd gulden per maand leven.

De wraakzuchtigheid van dit bericht voerde mijn geheugen terug naar het jaar 1990, toen de Amsterdamse officier tegen de voetbalclub Ajax een boete van negen miljoen eiste wegens fraude, valsheid in geschrifte en algehele belastingontduiking. Ik heb het nog eens opgezocht en volgens de verslagen van toen heeft Ajax-voorzitter Michael van Praag handenwringend voor de rechtbank betoogd dat zijn club een dergelijke boete niet kon opbrengen en dat zo'n veroordeling tot de ondergang van Ajax zou leiden. Daarmee zou ook een einde komen aan de beroemde jeugdopleiding van de club. “Maar niemand”, zei Van Praag bijna in tranen, “is er bij gebaat dat Ajax kapot gaat.”

Ten slotte, na veel heen en weer getrek van dure advocaten, legden de rechters in Amsterdam de club een naheffing op van 1,1 miljoen gulden (later nog verminderd tot 245.000 gulden) plus een boete van drie ton. Dat is dus twee ton minder dan wat die bijstandsjongen nu moet betalen.

Het is mij best wanneer men een zeventienjarige jongen voor de rest van zijn leven wil laten boeten voor zijn vergrijp, maar dan is het wel zo eerlijk om consequent te zijn. Daarom stel ik het volgende voor: het geld dat de staafgooier maandelijks van zijn uitkering moet inleveren, wordt bij Ajax in een pot gedaan en uit die pot wordt alsnog die boete van negen miljoen gulden betaald die de club is opgelegd voor al dat zwarte transfergeld dat men, heel sociaal, in de jaren tachtig achterover heeft gedrukt.