Surrealisten

Vintage-prints van Hans Bellmer, Claude Cahun en Pierre Molinier. Cokkie Snoei, Mauritsweg 55, Rotterdam. T/m 6 okt. Do t/m zo 13-18u. Prijzen van $ 2500 tot $ 12.000.

Stel je voor: een naakte man is uit een raam op straat geworpen, het onttakelde lijf is weggedragen, maar op straat zijn de sporen nog te zien. Het verlangen van de uit Duitsland afkomstige surrealistische schilder en fotograaf Hans Bellmer was ijselijk: 'Dit vreemde object en het tragische en mysterieuze spoor' dat dit lichaam op de stenen had achtergelaten, tot leven te wekken. Tragisch en mysterieus zijn dan ook de 'poppen' die Bellmer vanaf 1933 tot aan zijn dood maakte en fotografeerde. Hij onthoofdde ze, amputeerde benen en armen, en ontdeed ze van hun bolle buiken, billen en glooiïngen in de rug. Deze elementen smeedde hij aaneen tot nieuwe wezens die louter uit welvingen leken opgebouwd en uit krioelende benen waar ergens een verstild glimlachend poppengezicht tussen zweefde. Bellmer fotografeerde, schilderde en beeldhouwde een model van gruwelijke liefde, zoals Mary Shelley haar Frankenstein construeerde en Fritz Lang zijn valse Maria.

Galerie Cokkie Snoei toont nu een groot aantal van Bellmers foto's - fraaie, veelal handgekleurde vintage-prints -, samen met foto's van de surrealistische kunstenaars Claude Cahun (1894-1954) en Pierre Molinier (1900-1976). Van Cahun was in Nederland nooit eerder werk te zien.

Wie langs de grote serie kleine foto's loopt, kan niet anders dan constateren dat de drie bij elkaar horen, ook al zijn er verschillen in leeftijd en produktietijd. Zo begon Molinier pas in de jaren vijftig met fotomontages te werken, terwijl Cahun al in de jaren twintig de camera tot haar handelsmerk maakte. Maar de motieven van het drietal zijn dezelfde: het onderzoeken van sekse-, rol- en identiteitswisselingen met als doel het scheppen van nieuwe modellen.

Cahun - door wie Cindy Sherman zich heeft laten inspireren voor haar Untitled Film Stills - toont zelfportretten, waarin ze steeds weer een andere identiteit aanneemt. We zien haar als jonglerende gewichtheffer, de haren goed in het vet, als kwijnende schone en als vreesaanjagende schikgodin. Ook Molinier neemt zijn eigen lichaam tot onderwerp. Voor de camera verandert hij in een travestiet die afwisselend engelachtige en pornografische poses aanneemt. Bellmer is de enige die niet zichzelf tot onderwerp van zijn werk neemt. Maar wat is de betekenis van 'zichzelf' in een wereld vol nieuwe wezens, super-toys en 'inter-anatomische dromen'? Dat is de vraag waardoor deze drie kunstenaars geobsedeerd zijn.