Somber perspectief voor schildersbranche

In 2000 zal de omzet van de Nederlandse schildersbedrijven 128 miljoen gulden lager liggen dan in 1995. Dat betekent, gemeten in prijzen van 1995, een daling van de omzet met 2,8 procent. Dat blijkt uit een onderzoek dat de Stichting voor Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam in opdracht van het Bedrijfsschap Schildersbedrijf heeft verricht.

De teruglopende omzet heeft tevens gevolgen voor de werkgelegenheid bij de schildersbedrijven. In 1995 was er nog voor 35.500 arbeidsjaren werk. Dit jaar en volgend jaar treedt er eerst nog een lichte stijging op tot 36.100 in 1997. Daarna zet de daling in. Aan een prognose voor de eeuwwisseling waagt de SEO zich niet, maar de onderzoekers stellen dat zowel de afnemende omzet als de stijging van de arbeidsproductiviteit het aantal banen in de schildersbranche onder druk zet. In 1995 bedroeg de omzet van de alle schildersbedrijven samen 4,5 miljard. Het grootste gedeelte daarvan komt voor rekening van het onderhoudsschilderwerk aan woningen en andere gebouwen: ruim 2,7 miljard. Het nieuwbouwschilderwerk was goed voor 1 miljard. Het schilderen op metaal en nevenactiviteiten als winkelverkoop leverden tenslotte elk 0,4 miljard op.

Het onderhoudsschilderwerk, 60 procent van de totale omzet in de branche, zal dit jaar en volgend jaar nog een lichte stijging te zien geven. In de jaren daarna treedt echter een daling op. Dat komt vooral door het gebruik van andere materialen in de woningbouw en doordat meer mensen zelf hun huis onderhouden. Het schilderwerk aan nieuwbouw, zowel woningen als andere gebouwen, laat in de periode 1996-2000 in de prognose van de SEO een duidelijke terugval te zien.