Schoonzoon commissaris Weweler vervolgd

Van Asselt zelf en diens dochter (de echtgenote van de verdachte) worden niet vervolgd. Beiden werden in een eerder stadium ook van handel met voorwetenschap verdacht, waarbij de dochter ervan werd verdacht voordeel te hebben getrokken uit de omstreden beurstransacties van haar man. Dit heeft het arrondissementsparket in Amsterdam vanmiddag bekendgemaakt.

Van Asselt trad afgelopen juni, voor de duur van het justitieel onderzoek, terug als president-commissaris van Weweler. Het was vanmiddag onduidelijk of hij nu weer naar Weweler terugkeert. Bij het bedrijf zelf was niemand bereikbaar voor commentaar.

Van Asselt zal een schadeclaimprocedure aanspannen tegen het Openbaar Ministerie. Het gerechtelijk onderzoek heeft Van Asselts naam en reputatie aangetast en zijn kansen op het verkrijgen van andere commissariaten aanzienlijk verkleind, aldus de redenering van zijn advocaat, mr. R. Verbunt (Derks Star Busmann Hanotiau). “Er is geen enkel belastend feit in het dossier van Van Asselt te vinden.” Verbunt spreekt van een “uiterst pijnlijke aangelegenheid” voor de behandelend officier van justitie die volgens Verbunt nu “aan de schandpaal is genageld”. Hoe hoog de schadeclaim beloopt kan Verbunt nog niet zeggen.

Schoonzoon G.K. moet op 20 december voorkomen bij de Amsterdamse rechtbank. Het is de derde keer in Nederland dat justitie in een voorkenniszaak tot vervolging overgaat. Tot een veroordeling is het nooit gekomen. In de eerste voorkenniszaak, de zogenoemde HCS-affaire, stonden drie zakenmensen terecht, J. van den Nieuwenhuyzen, L. Melchior en E. Albada Jelgersma. Na jaren van slepende procedures werden allen vrijgesproken - Van den Nieuwenhuyzen afgelopen maart. Van den Nieuwenhuyzen en diens voormalige concern Koninklijke Begemann, bereiden nu een claim voor van 1,2 miljard gulden tegen de Nederlandse staat vanwege alle schade die ze hebben opgelopen door het justitieel onderzoek. In de tweede zaak, rond RDM, eiste de officier vrijspraak voor de verdachte Van den Nieuwenhuyzen.

Van Asselt werd in juni tegelijk met zijn dochter en haar echtgenoot van bed gelicht en gearresteerd. Ze werden verdacht van handel met misbruik van voorkennis in effecten in het beursfonds Weweler. De arrestaties vonden plaats in het kader van het onderzoek dat justitie in maart 1995 is gestart.

De echtgenote van G.K. werd deze zomer vrijwel direct na de arrestatie vrijgelaten en de rechter-commissaris oordeelde twee dagen later dat het onrechtmatig was Van Asselt en G.K. in verzekering te stellen.

De verdenkingen van het openbaar ministerie betreffen transacties in aandelen Weweler die eind 1993 zijn gedaan met een totale waarde van 80.000 gulden. De transacties vonden plaats voordat Weweler de verkoop van de verliesgevende dochter Weweler Distributions had aangekondigd. In tegenstelling tot eerdere verwachtingen leverde die verkoop geen boekverlies op, waardoor Weweler zijn winstverwachting positief bijstelde en de beurskoers opliep.