Postmodern vertellen voor kinderen

Jürg Schubiger: Toen de wereld nog jong was. Uit het Duits vertaald door Bart Moeyaert, uitg. Ludion, ill. Rotratut Susanne Berner, 90 blz., ƒ 30,-

Verhalen hebben meestal een begin en een eind, dat vinden we gewoon. Toch spreekt dat niet vanzelf, want 'in het echt' is er niet altijd een erg duidelijk begin en eind aan alles. Het is vaak zo dat je op een gegeven moment ergens gewoon niet meer zoveel van hoort. '“Einde verhaal?” “Nee het verhaal gaat verder. Er gebeurt alleen niks nieuws. Altijd weer hetzelfde: wolken en golven, wolken en golven, wolken en golven.” ' Zoals het hier toe gaat in een klein dialoogje in het boek Toen de wereld nog jong was van Jürg Schubiger, gaat het dikwijls. Er gebeurt gewoon niks opmerkelijks meer. Er valt ook vaak geen conclusie te trekken uit het voorafgaande: het is gebeurd. Klaar.

Beginnen zijn vaak niet makkelijker. Toen de wereld nog jong was, was hij dus nog maar pas begonnen. Maar hoe ziet zo'n begin eruit? Schubiger probeert eens wat en schrijft laconiek: 'Dit verhaal heeft geen einde, alleen maar beginnen, heel veel beginnen.'

Elk begin is onzin want er zit altijd nog wel iets voor. De bijbel begint tenslotte ook met twee elkaar behoorlijk tegensprekende scheppingsverhalen, dus Schubiger moet gedacht hebben dat er best nog een paar bij konden. Die van hem zijn buitengewoon fris - en zich overbewust van het feit dat ze maar verhalen zijn, kunstmatige ordeningen, anders niet.

Dat klinkt misschien theoretisch maar het is vermakelijk. En waar ook. Het gaat heel luchtig. Er is bijvoorbeeld een jonge wereld zonder mensen maar wel met dieren en planten. Dan komt er op een dag een vrouw. 'Ze keek om zich heen. Dit is goed, zei ze, dit ziet er allemaal goed uit. Ze bekeek de dingen van dichterbij. Goed bedacht, die bomen, zei ze, toen ze onder een groene beuk stond. Ook de koeien en de kippen zeiden haar wel wat.'

De vrouw pakt een melkstoeltje en melkt een koe. Maar dan komt er ineens een stem het verhaal onderbreken en die stem begint dingen te vragen, van die logische kinderdingen. Waar kwam dat melkstoeltje vandaan? Had ze bij zich. Oh dus dat was al ergens anders. Waar dan? Waar kwam die vrouw vandaan? Uit het buitenland. Dat is natuurlijk onhoudbaar al dat gevraag, zo kan een verhaal niet verteld worden. Dus komt er een nieuw begin, met een heel kleine wereld die maar een week bestond. En daarna was die wereld voorbij. En toen niks. En toen een ander wereld met alleen maar wolken en golven. Tot die stem weer gaat vragen: 'En het paradijs dan? O ja.'

Ik weet niet wie Jürg Schubiger is, maar hij kan wel heel goed schrijven. Postmodern vertellen voor kinderen. Het gebeurt niet vaak dat iemand kleine kinderen al duidelijk probeert te maken dat de werkelijkheid een verhaal is en dat elk verhaal vervangen zou kunnen worden door een ander verhaal en dat je geen valse samenhangen moet aanbrengen maar juist alle mogelijkheden open moet leggen - en dat alles dan ook nog zonder het geringste gedram of zwaarwichtigheid, alles met rare dieren, inwonende sterren, vegetarische engelen en een sint-bernard die een poosje de Heilige Bernard dient, maar erg slecht tegen het aureool van de heilige kan dat ook 's nachts blijft schijnen.

Het boekje ziet er ook nog eens erg leuk uit, geïllustreerd door Rotraut Susanne Berner, de vrouw van de vriendelijk rare tekeningen die ook onder andere Toon Tellegens Mijn vader zo bijzonder maakten. En het is uitstekend vertaald door Bart Moeyaert, zelf ook een heel goede kinderboekenschrijver. Je wordt bijna een beetje lacherig van zoveel goeds en grappigs en kleurrijks bij elkaar.

Toen de wereld nog jong was is zo'n boekje dat je nauwelijks voor je zelf kunt houden, omdat het smeekt om voorlezen en citeren zodat iedereen het zal horen. Het verhaal van het meisje en de engel ('een meisje kent een engel, een gewone blonde engel') bijvoorbeeld, is erg instructief over engelen al blijkt er vooral uit dat je niet veel over hen te weten kunt komen. 'Het gebeurde vaak dat de engel spontaan over God en over de heiligen begon te vertellen. Dan praatte hij ineens honderduit, maar hij vertelde niks wat je nog niet uit de Bijbel wist.' De engel beschermt wel eens iemand, er zijn zelfs kinderen die hem op die manier proberen een nuttig gevoel te geven. 'Ze klauterden op brugleuningen en lieten zich vallen, zodat hij ze redden kon.' Dat is eigenlijk alles. Want een engel verandert niet. Het is een verhaal, zonder kop of staart.