Pentachloorfenol in bodem wekt ongerustheid aan het Brêgepaed

Na de sloop van een deurenfabriek in het Friese Grou gaf de gemeente ten onrechte verklaringen af dat de grond schoon was. Bewoners van de woningen die op het terrein zijn gebouwd maken zich ernstige zorgen.

GROU, 20 SEPT. Hoe verontreinigd zijn bodem en grondwater in woonwijk De Baai, vraagt een aantal bewoners van de Suderkade en het Brêgepaed in Grou zich vertwijfeld af. Ten onrechte verstrekte schone-grondverklaringen, nader grondwater onderzoek dat nooit heeft plaatsgehad. Het zaakje stinkt, weten veel Grousters.

De Grouster woonwijk verrees begin jaren tachtig op een voormalig fabrieksterrein van deurenfabriek Halbertsma. Hier werd hout verlijmd en gedompeld in pentachloorfenol, een giftig middel dat schimmelvorming moest tegengaan. Of er nog resten lijm, olie, pentachloorfenol, koper, chroom en xyleen in de grond zitten moet een nieuw bodemonderzoek, dat binnenkort begint, uitwijzen.

In 1982 werd het oude fabrieksterrein aangekocht door de toenmalige gemeente Idaarderadeel en geschikt gemaakt voor nieuwbouw. Bij de bodemsanering werd 3.600 ton vervuilde grond weggehaald. Olie, chroom, koper, kwik en lood werden aangetroffen, maar dieper dan twee meter werd er niet gegraven. Een onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater op acht meter diepte gaf een sterke vervuiling met pentachloorfenol te zien, maar een grondige grondwaterzuivering werd nimmer uitgevoerd.

Zuinigheid en haast willen maken met de woningbouw, zijn de redenen, vermoeden de huidige bewoners. Zij willen nu de onderste steen boven zien. Eén van hen is K. Visser die vanuit zijn woning aan de Suderkade uitkijkt over het idyllisch water van de Rjochte Grou. Visser, arts in ruste, bracht de zaak aan het rollen.

Vier jaar geleden vroeg hij zich af of er een verband bestond tussen de vele ziektegevallen in de wijk en mogelijke bodemverontreiniging. “Verscheidene mensen in de straat hebben spier-, gewrichts- en zenuwklachten. Het leek hier wel een verpleeghuis. Mijn vrouw heeft huidproblemen, die erger worden als het grondwater stijgt wanneer het vochtig is.” Visser kreeg naar eigen zeggen al die jaren geen antwoord van de gemeente. “Ik ben met zakken kluitjes in het riet gestuurd. Er werd gezegd dat er niets aan de hand was.”

“Dit is geen Lekkerkerk”, hadden ambtenaren van de gemeente Boarnsterhim hem verzekerd, maar dit voorjaar werd uiteindelijk toch de GGD ingeschakeld. Die stelde dat er weliswaar geen gevaar was voor de volksgezondheid, maar adviseerde toch om nader onderzoek uit te voeren. Vooral het grondwater moest aan een inspectie onderworpen worden. Want met de aanbeveling van de provincie uit 1988 om een dergelijk onderzoek uit te voeren, is nooit iets gedaan. Waarom weet huidig wethouder J. Smittenberg (milieu) van Boarnsterhim niet goed. “Het was een nalatigheid”, geeft hij toe. Waarom ook de bodem niet grondiger is onderzocht, weet hij evenmin. “Dat verliest zich in het duister van de archieven. Het is erbij gebleven.”

De bewoners van Het Brêgepaed, die hun huis in 1994 hebben gekocht, zijn dubbel ongerust. Ze zijn niet alleen bang voor hun gezondheid, maar vrezen ook een fikse schadepost als hun koopwoning straks onverkoopbaar blijkt. Zij kregen een schone-grondverklaring op basis van het bodemonderzoek uit 1983, terwijl er een recent onderzoek aan ten grondslag had moeten liggen. Smittenberg geeft toe dat procedureel een en ander fout is gelopen. “Die verklaringen zijn niet op juiste wijze afgegeven. Er had een nieuw onderzoek moeten hebben plaatsvinden.”

Om alle twijfel en wantrouwen van de bewoners weg te nemen zal dit alsnog plaatsvinden. Dat gebeurt op aandrang van de bewoners door een ander bureau dan dat in de jaren tachtig grondmonsters nam. En niet alleen een deel, wat de gemeente aanvankelijk voorstelde, maar de bodem en het grondwater van de gehele wijk, tussen de acht en tien hectare, zal worden onderzocht. Een opgericht bewonerscomité wordt op de hoogte gehouden door een ander milieubureau, dat op kosten van de provincie het onderzoeksbureau controleert.

Zo kan er niks mis gaan, hoopt A. Seinstra, eigenaar van een koopwoning aan het Brêgepaed. “Wij Friezen zijn redelijk nuchter, maar de gemeente speelt een dubieuze rol. Toen een paar bewoners dit voorjaar de gemeente vroeg om het water voor hun huis uit te baggeren, werd daar verontreinigd slib gevonden. Er deugt dus iets niet. We willen nu precies weten wat er overal ligt. Op honderd meter van mijn huis ligt verontreinigd grondwater. Wie zegt mij dat het niet doorsijpelt naar mijn woning? Ik heb niet direct het idee dat ik op een gifbelt woon, maar echt lekker wonen doe ik hier toch niet, zolang ik niet weet wat er in de grond zit.”

L. Dol van makelaardij Kamminga probeert namens eigenaar Centraal Beheer 34 huurwoningen in de wijk te verkopen aan de huurders. Twee huurders hebben hun woning gekocht, maar ze wachten nu de uitkomst van het bodem- en grondwateronderzoek af. Voor zes andere potentiële kopers liggen de actes klaar, maar ook zij wachten op de vereiste verklaring van de gemeente dat de bodem schoon is. Die komt voorlopig niet, hangende het onderzoek. De bank weigert daarom voorlopig een hypotheek af te geven.

Mocht de grond vervuild zijn, dan kunnen de potentiële kopers de gemeente aansprakelijk stellen, zegt de Grouster advocaat G. Kaaij, die het bewonerscomité adviseert. Datzelfde geldt voor de woningbezitters, van wie er enkele al een bord met 'Te koop', in hun tuin hadden staan, voordat de hele affaire begon. Volgens Kaaij kan de gemeente verplicht worden koopwoningen die op verontreinigde grond staan op te kopen tegen de dan geldende marktwaarde. “De gemeente heeft in 1983 maatschappelijke onzorgvuldigheid en slordig gehandeld, omdat de bodemsanering niet goed is uitgevoerd. Daar kun je hem op aanspreken.” Kaaij wijst op de diverse saneringen en later weer deelsaneringen die plaatshadden. “We hebben er nog geen kijk op. Daarom ook zijn veel jonge gezinnen hier verontrust tot in hun vezels, omdat er op verschillende plaatsen olie, teerprodukten en lijmresten zijn gevonden.”

    • Karin de Mik