Oppositie en D66 hadden het nakijken

DEN HAAG, 20 SEPT. Door een emotionele confrontatie tussen VVD-leider Bolkestein en PvdA-fractievoorzitter Wallage, gisteravond over het asielbeleid, waren de algemene politieke beschouwingen 1996 toch nog vijf minuten spannend. De grote politieke strijd die zich dit voorjaar nog had gemanifesteerd, was echter ten ene male afwezig, zo concludeerden de hoofdrolspelers vannacht na afloop van wat het hoogtepunt van het parlementaire jaar moet zijn.

De voorlieden van PvdA, VVD en D66 hadden niet weten te ontsnappen aan de grote vergrijzer van het politieke debat: de economische groei.

Precies een jaar geleden zag het politieke beeld er heel anders uit. Vlak voor de algemene politieke beschouwingen 1995 liet minister Zalm (VVD, Financiën) aan Bolkestein weten dat hij moest hameren op verlaging van de staatsschuld als middel om toe te treden tot de EMU. Nadat in twee Miljoenennota's de boodschap 'Werk, werk en werk' centraal had gestaan, zou in de begroting 1997 de boodschap 'EMU, EMU, en EMU' moeten zijn. Als Bolkestein die strategie tijdens de algemene beschouwingen zou volgen, en Nederland zich voor de EMU zou kwalificeren, kon de VVD de politieke winst naar zich toe trekken.

Hoewel dualist, volgde Bolkestein het advies van Zalm op. Het leverde hem tijdens de algemene beschouwingen van vorig jaar en de maanden daarop voortdurend botsingen op met zijn PvdA-collega Wallage. Deze wilde niet coûte que coûte aan de EMU-eisen voldoen als die ten koste van het sociaal gezicht van zijn partij gingen. De PvdA'er gaf prioriteit aan het verlichten van de lasten van de laagste inkomens om arbeid goedkoper te maken en de koopkracht te stimuleren. Bovendien wilde hij weer de lonen aan de uitkeringen koppelen, iets dat Bolkestein toen niet verstandig achtte. Bij het onderzoek naar de toekomst van het sociale stelsel dat het kabinet dit jaar zou houden, wilde de VVD-leider ook opnieuw de invoering van een basisstelsel aan de orde stellen.

Een politiek conflict leek in het verschiet te liggen. In het kabinet namen Zalm en Melkert (PvdA, Sociale Zaken en Werkgelegenheid) hun tegengestelde posities in, Wallage en Bolkestein deden hetzelfde in de media. De oppositie sleep de messen. De situatie werd er alleen maar gecompliceerder op toen de derde coalitiepartner, D66, zich in juni meldde met extra wensen. D66-fractieleider Wolffensperger wilde structureel meer geld voor zijn partijgenote, minister Borst (Volksgezondheid). Hij stelde voor de extra uitgave te financieren uit een verhoging van de ziekenfondspremies, wat door de VVD werd afgewezen als een nieuwe lastenverzwaring.

De tegenstellingen vaporiseerden door het onverwacht vele extra belastinggeld dat de economische groei in het laatje bracht, zo analyseerden de minister Zalm en Melkert deze week. In een bijna euforisch getoonzette Miljoenennota 1997 werden zowel aan de financiële eisen van de VVD als aan de sociale wensen van de PvdA voldaan. De PvdA haalde één miljard gulden lastenverlichting binnen, de VVD haar reductie van de staatsschuld met 2,5 procentpunt, en - als gebaar naar de middeninkomens - een verlenging van de tweede belastingschijf met 3.400 gulden.

Alleen D66 viste achter het net. Het leek alsof ook de democraten zich tegoed hadden kunnen doen aan het extra belastinggeld, maar dat was slechts schijn. Wolffensperger gaf woensdagmiddag in een bijzinnetje van zijn betoog toe dat het extra geld dat voor minister Borst in de Miljoenennota was vrijgemaakt alleen voor 1997 gold. Er moet nog steeds een structurele oplossing gevonden worden voor de begroting van Volksgezondheid. Vervolgens vocht de D66-fractieleider als een leeuw voor de realisatie van een andere wens, de verkleining van de schoolklassen in het basisonderwijs. Ook daar was de buit klein. Premier Kok was alleen bereid een nota toe te zeggen die de problemen van het basisonderwijs inventariseert. Extra uitgaven voor het basisonderwijs is iets waarover een volgende coalitie moet beslissen, vond de premier. De bittere pil van de door D66 verloren 'klassenstrijd', werd verguld door een toezegging van Kok om 30 miljoen extra uit te trekken voor het grote-stedenbeleid van staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken).

Dat de oppositie de afgelopen dagen weinig voet aan de grond kreeg, was te danken aan handig opereren van de premier. Tijdens Prinsjesdag was duidelijk geworden dat de twee grootste oppositie-partijen CDA en GroenLinks het paars lastig wilden maken door de coalitie een groeiende tweedeling in de maatschappij te verwijten. Kok nam Heerma en Rosenmöller echter de wind uit de zeilen door meteen aan het begin van zijn betoog te melden dat hij de avond daarvoor contact had gezocht met bisschop Muskens over de armoede. De twee zouden elkaar op korte termijn over dat onderwerp spreken. Het CDA kon daar moeilijk bezwaar tegen maken. Ook Koks definitie van sociaal beleid - honderduizend banen erbij en steeds minder mensen een uitkering is “sociaal beleid van de bovenste plank”; een interpretatie die VVD-leider Wiegel eind jaren zeventig al introduceerde - ontmoette weinig oppositionele weerstand.

In het CDA-kamp toonde men zich verheugd dat leidsman Heerma onder moeilijke omstandigheden overeind was gebleven. Onder toeziend oog van partijvoorzitter Helgers op de publieke tribune, trad Heerma zelfverzekerd genoeg op om het nodige verdriet in eigen kring onzichtbaar te houden. Zo wist hij te verbergen dat de afgelopen dagen zijn gedachten soms meer bij zijn zwaar zieke fractiegenoot en vriend B. Esselink waren geweest, dan bij de algemene beschouwingen.