Nederland volgt VN bij terugkeerbeleid

ROTTERDAM, 20 SEPT. Nederland volgt de onderhandelingen in Duitsland over de gedwongen repatriëring van vluchtelingen naar het voormalig Joegoslavië met argusogen. Het ministerie van justitie beraadt zich vandaag over de situatie in Duitsland, zo liet een woordvoerder van het departement vanochtend weten.

Staatssecretaris Schmitz (Justitie) zei eerder het terugkeerbeleid van het Hoge commissariaat voor de vluchtelingen van de VN (UNHCR) te volgen, waarbij voorrang wordt gegeven aan terugkeer van ontheemden in Bosnië Herzegovina zelf en vluchtelingen uit de omliggende regio's .

In Nederland verblijven circa 20.000 Bosnische vluchtelingen en nog eens circa 20.000 asielzoekers uit andere delen van ex-Joegoslavië. Uit een onderzoek van het Landelijk Inspraakorgaan Zuid-Europeanen (LIZE) bleek onlangs dat 85 procent van de Bosniërs het liefst in Nederland blijft. Het ministerie van justitie vindt overigens niet dat iedereen mag blijven, maar wil zich nog niet uitspreken over hoe de terugkeer geregeld moet worden. Op een bijeenkomst met in Nederland verblijvende Bosniërs deze zomer liet Schmitz weten gedwongen terugkeer niet uit te sluiten.

Ten tijde van het vredesakkoord van Dayton was Justitie bezig om Bosnische vluchtelingen met een voorlopige vergunning tot verblijf een permanente vergunning te geven, de zogenoemde A-status. Aan deze status zijn meer rechten verbonden. Na het akkoord van Dayton stopte het ministerie onmiddellijk met deze 'omzet-operatie'. Dat leidde tot onrust in de Bosnische gemeenschap in Nederland. Sommige familieleden kregen enkele dagen voor het akkoord wel een A-status, terwijl andere leden deze dreigden mis te lopen, louter en alleen omdat ze onder op de stapel aanvragen lagen. “Dergelijke gevallen zullen we individueel bekijken”, aldus de woordvoerder van het ministerie. “De regels zijn natuurlijk niet van beton.”