Kamer wenst één directie voor publieke omroep

DEN HAAG, 20 SEPT. De coalitiepartijen in de Tweede Kamer vinden “dat één versterkte centrale directie de programmering en de organisatie van de publieke omroepen moet leiden”. Het rapport van de commissie Ververs over de toekomst van de publieke omroep leidt volgens de VVD, de PvdA en D66 niet tot “voldoende daadkracht” voor een krachtig publiek bestel na het jaar 2000.

De Kamer heeft gisteren tijdens de algemene beschouwingen een motie hiertoe aangenomen.

Vandaag vergadert het bestuur van de NOS juist over een plan van de gezamenlijke omroepen om de centrale leiding van de drie publieke zenders terug te dringen. De coalitiepartijen vinden echter dat het kabinet de omroepen tot meer samenwerking moet dwingen om de slag aan te kunnen met de commerciële omroepen. Premier Kok zei gisteren “geen problemen” te hebben met de motie. Het kabinet wil zich nog wel bezinnen over hoe de toekomst van de omroepen.

De commissie Ververs adviseert in haar rapport, dat eind juni aan staatssecretaris Nuis (Media) werd overhandigd, de NOS te vervangen door een kleinere centrale organisatie, de zogenoemde Stichting Omroep Nederland (SON). De SON - waarvan het budget ten opzichte van de huidige NOS gedecimeerd zou worden - zou niet alleen twintig procent van de programma's leveren, maar ook verantwoordelijk zijn de coördinatie en het bewaken van de diversiteit.

Bolkestein bestempelde het huidige bestel in Hilversum als “vermolmd en achterhaald”. “De publieke omroep moet zich schoeien op een nieuwe leest voor de komende eeuw. Op Nederland 1 en Nederland 2 worden publieke taken nauwelijks vervuld en is het verschil met commerciële omroepen nauwelijks zichtbaar. De identiteit van de meeste omroepen is nagenoeg verdwenen”, aldus Bolkstein. Volgens fractievoorzitter Heerma van het CDA zijn “de miljoenen Nederlanders” die lid zijn van een omroepvereninging een bewijs dat die identiteit zeker aanwezig is.

In de Kamer bestaat nog verdeeldheid over het idee van de commissie Ververs om de zendtijd te verdelen door middel van landelijke 'omroepverkiezingen'. De Kamer zal dit jaar nog verder over de toekomst van de publieke omroep spreken.

De omroepen zelf willen de rol van de 'gezamenlijkheid' terugdringen. De afgelopen weken hebben de voorzitters van de omroepverenigingen onder leiding van A. van Veer, EO-voorzitter en tevens vice-voorzitter van de NOS, onderhandeld over een eigen antwoord op de commissie Ververs. Bij het maken van die plannen is NOS-voorzitter A. van der Louw niet betrokken geweest. Volgens betrokkenen wordt vandaag in het bestuur van de NOS voorgesteld de rol van de drie onafhankelijke kroonleden in het bestuur te beëindigen. Alleen de voorzitter van het bestuur moet in de toekomst nog onafhankelijk zijn. De overige leden van het dagelijks bestuur van de NOS moeten worden benoemd door de diverse omroepen.

Het plan van Van der Veer voorziet verder in het instellen van drie netmanagers die elk één van de Nederlandse publieke zenders onder hun hoede hebben, naar het model van Nederland 1. Daar hebben de bespelers Avro, NCRV, KRO en ook de kleinere Ikon en HOS gezamenlijk een netmanager ingesteld die de programmaschema's maakt. Behalve de managers voor Nederland 1,2 en 3 moet er nog een netmanager komen, in de plannen een “onafhankelijke deskundige” genoemd, die de drie netten coördineert. Die benoeming moet geschieden door het NOS-bestuur.