James Dean werd niet jonger

Unfinished Lives. What If...? Concept Michael Viner. Uitg. Dove Books. ISBN 0-7871-0299-7

Op de Engelse radio is een programma met de titel 'What If...?' Wekelijks worden vragen behandeld als: “Hoe zou de Golfoorlog verlopen zijn als de Amerikanen Saddam Hussein gedood hadden?” Het is leuk om te speculeren over een parallel universum, waar alles net even anders is gegaan dan op de aarde zoals wij die kennen.

Een onweerstaanbare variant van dit nutteloze maar des te vermakelijker tijdverdrijf is het Amerikaanse boek Unfinished Lives, waarin wordt gefantaseerd over te jong gestorven beroemdheden. Als John F. Kennedy nou eens niet geraakt was, maar Jackie? Als Kurt Cobains zelfmoordpoging nou eens mislukt was? What If...?

Oktober 1955. Schoolmeisjes over heel Amerika houden waken bij kaarslicht terwijl James Dean voor zijn leven vecht na een zwaar auto-ongeluk. Elizabeth Taylor bidt voor zijn herstel. De bioscopen zitten vol tieners die keer op keer met tranen in de ogen Rebel Without A Cause en East Of Eden zien. James Dean ligt dagenlang in coma, zal hij het overleven? De spanning is ondraaglijk. Na zevenentwintig dagen krijgt hij bezoek van George Stevens, regisseur van de film Giant. “Het is een mooie film geworden, Jimmy”, stelt hij de roerloze patiënt gerust. “We hebben alleen een paar regels opnieuw moeten laten inspreken. Maar maak je geen zorgen, ik heb Nick Adams daarvoor ingehuurd.” Dan beweegt Deans rechterteen, en komen er geluiden uit zijn mond. “Wat zei je, Jimmy?” vraagt Stevens onthutst. “Ik zei”, antwoordt Dean, “fuck Nick Adams, ik doe die regels zelf wel.” De euforie over Deans ontwaken is groot. En de directeur van Warner Bros. is opgelucht, want hoe hadden ze ooit films aan de man moeten brengen met een dode acteur? De eerste films die James Dean maakt na zijn ongeluk zijn grote successen. Maar geleidelijk daalt zijn populariteit. Hij wordt er niet jonger op, en dat is te zien. Door zijn overmatig drankgebruik is hij niet meer zo slank als hij was, en de sporen van zijn decadente leven zijn te zien in zijn gezicht. En het gaat helemaal de verkeerde kant op als hij eind jaren zestig LSD ontdekt: hij wordt steeds onberekenbaarder, en uiteindelijk wordt hij niet meer voor films gevraagd. Tot in 1978 een jonge regisseur bij Dean aanklopt met een script dat op zijn lijf geschreven is: Rebel With A Cause. Dean stemt toe, en wint een Oscar voor zijn rol: de grootste comeback sinds Marlon Brando, schrijven de kranten. Toch is Dean niet gelukkig, en vraagt hij zich regelmatig af of hij zijn lot niet getart heeft: had hij dat auto-ongeluk wel moeten overleven?

Diezelfde twijfels heeft een ander jeugdidool-op-leeftijd, voormalig Nirvana-zanger Kurt Cobain, als hij terugdenkt aan zijn mislukte zelfmoordpoging. “Misschien heeft Courtney gelijk”, zegt hij vijftien jaar later, “en was het beter geweest als ik het toen niet verknoeid had. Een levende legende is alleen maar ballast.” De mensen in zijn omgeving zitten een beetje met hem in de maag. Na het uiteengaan van Nirvana maakte Cobain nog Shift The Blame, een klassiek rockalbum met REM-zanger Michael Stipe en de ritmesectie van U2, maar na de mislukte tournee met deze supergroep ging het verder bergafwaarts. Geen wonder eigenlijk, na de slepende scheiding van zijn vrouw Courtney Love en de live op MTV uitgezonden strijd in de rechtbank om hun kind Frances Bean, die Cobain verloor. En de sarcastische scheldtirades die hij nog jarenlang om de oren kreeg van Love, die bovendien al snel opnieuw trouwde, achtereenvolgens met acteur Brad Pitt, een huwelijk dat kort standhield, en daarna met Smashing Pumpkins-zanger Billy Corgan.

Geen wonder ook dat Cobain in zijn recente liedjes somber de blues zingt. “Volgende keer mik ik beter”, zegt hij. Het stroeve verloop van de door conflicten gekenmerkte Nirvana-reünie (voor het twintigjarig jubileum van het Lollapalooza-festival) in aanmerking genomen, mogen zijn woorden serieus genomen worden. Hij pakt zijn geweer, haalt de trekker over en steekt met de vlam die tevoorschijn komt nog een sigaret op.