'Investeerders oordelen te stereotiep over Zuid-Afrika'

Zwarte organisaties kregen vorige maand een aandeel in het machtige (blanke) Zuidafrikaanse consortium Anglo American. Doordat de zwarten deel krijgen aan de economische ontwikkeling, neemt de maatschappelijke stabiliteit toe, onderstreept professor Brian Kantor. “Het idee dat de zwarten, wachtend op bevrediging, de blanke bevolking zullen bestormen om te krijgen wat ze willen is een misvatting”. Gesprek met Zuid-Afrika's meest gevraagde econoom aan de vooravond van het staatsbezoek van koningin Beatrix.

Toen in Zuid-Afrika onlangs de blanke minister Chris Liebenberg van Financiën plaats maakte voor zijn zwarte opvolger Trevor Manuel van het regerende African National Congress (ANC) hielden de financiële markten de adem in. “Daar zag je weer wat van de stereotiepe oordelen,” zegt professor Brian Kantor. “Met die blanke minister van de overwegend blanke Nationale Partij konden de buitenlandse investeerders zich natuurlijk indentificeren. Toen de nieuwe minister aantrad, vroegen ze zich weer af of zwarte regeringen de beloften wel kunnen waarmaken. Door de stereotypering ontstaat een geloofwaardigheidsprobleem.”

Volgens Brian Kantor begrijpen buitenlandse investeerders nog steeds niet goed wat er in Zuid-Afrika aan de hand is. De 53-jarige hoogleraar economie van de Universiteit van Kaapstad is de meest gevraagde en geraadpleegde Zuidafrikaanse econoom. Hij doceert ook in steden als Hongkong, New York en Vancouver. En lezingen voeren hem over de hele wereld. Vorige week bracht Kantor op uitnodiging van de bank MeesPierson zijn boodschap aan de Universiteit van Nijenrode. Geen overbodige luxe, meent hij, omdat een grote Nederlandse zakendelegatie in het kielzog van koningin Beatrix eind deze maand Zuid-Afrika bezoekt.

Bij de buitenwereld bestaat enige vrees voor een revolutie van rising expectations onder de arme zwarte meerderheid van de Zuidafrikaanse bevolking, die het economisch proces zou kunnen verstoren. Is die vrees dan niet gerechtvaardigd? “Nee. Men denkt daar te simpel over. Het idee dat de zwarten, wachtend op bevrediging, de blanke bevolking zullen bestormen om te krijgen wat ze willen is een misvatting. Zeker, de arme zwarten hopen op meer en beter, op beter voor hun kinderen, maar ze zijn niet zo onrealistisch dat ze denken dat het onmiddellijk zal gebeuren. De populariteit van het regerende ANC is nu een paar keer getest. Linkse groepen bleken bij verkiezingen een hopeloze mislukking.”

De hoogleraar uit Kaapstad noemt het economisch beleid van de Zuidafrikaanse regering dat door het regerende ANC is uitgezet “volkomen orthodox”. Daaropheeft het recente vertrek van de overwegend blanke Nationale Partij, die uit de regering stapte wegens bezwaren tegen enkele bepalingen van de nieuwe grondwet, volgens hem geen enkele invloed gehad. Kantor: “Dat is de belangrijke boodschap die men nog niet heeft gekregen, maar die men nog moet krijgen. Zuid-Afrika zal worden bestuurd als een markteconomie.”

Dit betekent dat de klassieke ingrediënten in het beleid aanwezig zijn zoals het openstellen van de markt voor buitenlandse concurrentie, aanmoediging van buitenlandse investeringen, privatisering, een onafhankelijke centrale bank, vermindering van het overheidstekort. “Aan het eind van deze eeuw zit Zuid-Afrika op een tekort van 3 procent, dan zouden we dus voldoen aan het Maastricht-criterium voor de Europese munt.” Belangrijk onderdeel van het beleid is ook het uitleggen van de rode loper voor buitenlandse investeerders. Kern van het liberale beleid is volgens Kantor de keuze die het ANC heeft gemaakt voor economische groei. “De verwachting was dat de Zuidafrikaanse regering zou gaan herverdelen. Zij wil inderdaad herverdelen, maar herverdeling kan in haar ogen alleen tegelijk met groei plaatsvinden.”

Kantor is ervan overtuigd dat de groei er ook inderdaad komt, gezien de enorme potentie van het land. Hij wijst op de bloeiende decennia van de Zuidafrikaanse economie na de Tweede Wereldoorlog. “De economie was naar internationale maatstaven heel sterk. In de jaren vijftig, zestig en zeventig, de jaren van de apartheid, groeide onze economie met gemiddeld vijf procent per jaar. Het was niet de groei die je nu ziet bij de 'tijgers' in Zuidoost-Azië, maar zeker vergeleken met Europa en Zuid-Amerika waren dit hoge groeipercentages. Er waren verschillende redenen voor zoals een hoge spaarquote, hoge investeringsquote. En in de jaren zeventig ging de goudprijs sterk omhoog. Wat dit laatste betreft heeft Zuid-Afrika, waar zoveel goud in de grond zit, de pech dat de inflatie in de wereld nu scherp is gedaald.”

De neergang van de Zuidafrikaanse economie na 1984 was volgens Kantor te wijten aan de steeds vijandiger reacties op de apartheid van de buitenwereld. Ofschoon hij destijds zelf tot de liberale partij behoorde die kritisch tegenover de apartheid stond, heeft Kantor zich altijd verzet tegen internationale economische sanctiemaatregelen. Achteraf erkent hij dat de boycotmaatregelen meer effect hebben gehad dan hij toen vermoedde.

Kantor: “Maar de belangrijkste reden voor de economische neergang was het gevoel dat Zuid-Afrika op een ramp afstevende en dat een gewelddadig conflict tot vernietiging van fysiek kapitaal zou leiden. Binnenlandse en buitenlandse investeerders trokken hun beleggingen terug. Daar kwam nog bij dat de Zuidafrikaanse regering het verkeerde antwoord koos door belastingen en uitgaven te vergroten in plaats van het omgekeerde. Ze deed niet wat Chili in zijn moeilijke periode deed, de economie hervormen en efficiënter maken. Pretoria dacht zich zwarte vrienden te kunnen kopen door extra uitgaven, waaronder voor thuislanden, hogere salarissen. Ook de Afrikaner bureaucratie had belang bij hogere overheidsbudgetten.”

U suggereert dat Zuid-Afrika weer kan bloeien als in vroeger tijden. Maar nog niet zo lang geleden was er een zware crisis van de rand. “Laten we even teruggaan naar de verkiezingen in mei 1994. De rand heeft sindsdien tot midden februari dit jaar bijna onveranderd zijn dollarwaarde behouden. Bij een inflatie van 4 tot 5 procent werd de reële wisselkoers zelfs sterker. Op gegeven moment zag je overal in de wereld dat de rendementen op obligaties stegen. Dat had tot gevolg dat de relatieve aantrekkelijkheid van en dus de vraag naar Zuidafrikaanse obligaties daalde en daarmee ook de koers van de rand. Maar we moeten niet overdrijven. De daling werd tijdelijk versterkt omdat importeurs die een stabiele rand hadden verwacht, plotseling dollars gingen kopen om zich in te dekken. De rand ligt nu weliswaar 20 procent onder zijn top eerder dit jaar, maar 12,5 procent hoger dan vorig jaar. Het kan heel gemakkelijk dat ie op het huidige niveau blijft.”

Kantor wijst ook op de “uitstekende investeringsopbrengsten” op de Zuidafrikaanse financiële markten de afgelopen jaren en “de grote mate van stabiliteit” voor buitenlandse investeerders. “Vanaf 1993 tot nu toe was er een gemiddelde return van 20,1 procent per jaar. Lange obligaties gaven rendementen van 26,6 procent gemiddeld per jaar.”

Hoe afhankelijk is Zuid-Afrika van buitenlandse investeerders? Is een crisis mogelijk zoals in Mexico dat sterk afhankelijk was geworden van buitenlandse beleggingen? “Mexico had een kapitaaltoestroom die relatief vier maal zo groot was. Mexico had een tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans van meer dan 8 procent van het bbp. In Zuid-Afrika is dat maar 2,5 procent. Dat is een heel groot verschil. Indien de Zuidafrikaanse economie met 4 tot 5 procent zal groeien - en dat maakt onderdeel uit van de regeringsplannen - dan hebben we een kapitaalinstroom uit het buitenland nodig van 2 tot 3 procent van het bbp. Ik zou zeggen dat dit een onambitieus doel is. Ook door het feit dat Zuid-Afrika door zijn geschiedenis van de apartheid een betrekkelijk lage buitenlandse schuld heeft, moet het land het benodigde buitenlandse kapitaal kunnnen aantrekken.”

De misdaad heeft in Zuid-Afrika grote vormen aangenomen, Johannesburg wordt als een van de gevaarlijkste steden van de wereld beschouwd. Dat moet toch negatieve economische gevolgen hebben? “De misdaad is het meest serieuze probleem. Als de misdaad er niet in die mate was, dan zou het beeld van Zuid-Afrika naar de rest van de wereld verbijsterend goed zijn. Door de misdaad zijn vooral blanken met goede opleidingen geneigd te emigreren. Mensen in het middelmanagement van bedrijven vragen zich af 'wil ik hier wel blijven wonen?'. Buitenlandse investeerders hebben de misdaad minder hoog op hun lijstje staan, maar als je in Zuid-Afrika investeert heb je natuurlijk wel goed opgeleide mensen nodig. De regering heeft de misdaad te lang beschouwd als iets van de apartheidsperiode. Denk niet dat de kwetsbaarheid voor misdaad alleen een blanke kwestie is. Ook de zwarte Afrikanen voelen het en maken hun ongenoegen erover kenbaar. Daarom zal de regering er nu zeker wat aan moeten doen.”

Als belangrijke handicap van de Zuidafrikaanse economie ziet Kantor het moeizaam functioneren van de arbeidsmarkt. Volgens hem is dat, misschien paradoxaal, een gevolg van de apartheidsperiode. “In de laatste jaren van de apartheid is door druk van buitenaf de positie van de vakbonden zeer versterkt. De arbeidsmarkt werd steeds meer gereguleerd. Uiteindelijk werden de zwarte vakbonden een soort substituten voor politieke partijen.” Kantor ziet het als een belangrijke reden dat de economische groei in Zuid-Afrika nauwelijks gepaard gaat met groei van de werkgelegenheid, althans niet in de formele sector. “We hebben hierdoor een dualisme met een moderne industriële en dienstensector waar zeer goede salarissen worden betaald en een informele sector.”

Maar ook hier past volgens de hoogleraar enige nuancering. Kantor: “Net als elders in Afrika heerst in ons land onder zwarten de cultuur van de extended family. Iedereen die in de formele sector werkt ondersteunt een grotere groep personen. Dat werkt als een sociaal stootkussen. Bovendien zijn veel werklozen niet echt werkloos, in de zin dat men in de informele sector werkt. De hele sector van de small business is in handen van zwarten: dienstverlening in de zwarte townships, het transportsysteem enzovoort. Dat is allemaal informeel en ongereguleerd.”

Doordat de zwarten deel krijgen aan de economische ontwikkeling, neemt de maatschappelijke stabiliteit toe, zo onderstreept Kantor. Begin deze maand deed zich in Zuid-Afrika op dit punt een opmerkelijke ontwikkeling voor. De zogenoemde National Empowerment Consortium (NEC), waarin meer dan 50 zwarte organisaties, zwarte ondernemingsgroepen en ook de mijnwerkersbond zijn verenigd, kreeg een aandeel in een onderdeel van het machtige (blanke) consortium Anglo American. Pikante bijzonderheid is dat de NEC onder leiding staat van Cyrill Ramaphosa, aftredend secretaris-generaal van het ANC. Ooit was Ramaphosa vakbondsleider. In de financiële pers spreekt hij inmiddels over het belang “toegevoegde waarde” te creëren met de onderneming, ook voor de aandeelhouders.

Het gezaghebbende weekblad Financial Mail sprak van “de deal van de eeuw”. Voor het eerst kunnen de zwarten participeren in het 'grote kapitalisme' van Zuid-Afrika. Anglo American had zelf het initiatief genomen, omdat het concern het belang inziet van spreiding van economische macht. Kantor twijfelt er niet aan dat de inmiddels gepensioneerde ex-topman van Anglo American, Harry Oppenheimer, achter de stap heeft gezeten. Tijdens het apartheidsbewind manifesteerde hij zich altijd al als progressief strateeg. Ook nu was Oppenheimer de regering weer te snel af, want die kan maar geen spoed maken met de privatisering die mede bedoeld is om de zwarten in de markteconomie te laten participeren.

Vreest u niet dat er na de dood van Nelson Mandela een instabiele situatie zal ontstaan? “Mandela heeft het opvolgingsprobleem al opgelost. Vice-president Thabo Mbeki neemt dan over en die lijkt qua achtergrond en werkwijze sterk op hem. Bovendien ben ik erg onder de indruk van de kwaliteit van de mensen van het ANC op centraal en lokaal niveau. Ze hebben intellectuele en administratieve capaciteiten en zijn erg competent.”

Op de vraag of koningin Beatrix tijdens haar komende staatsbezoek ook Nederlands moet spreken antwoord Kantor, zelf engelssprekend, volmondig ja. “Maar dan moet ze het wel langzaam doen.”