Instroom van vrouwen het grootst; Forse toename van nieuwe WAO'ers

DEN HAAG, 20 SEPT. Het aantal nieuwe WAO-uitkeringen neemt weer sterk toe. Voor het eerst in de geschiedenis neemt het aantal vrouwen dat arbeidsongeschikt wordt verklaard sneller toe dan het aantal mannen. Dit meldt het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) in een toelichting op de maandelijke kerncijfers.

Het CTSV noemt de sterke toename van het aantal arbeidsongeschikte vrouwen “opmerkelijk en nog niet eerder vermeld”. De oorzaken van de weer sterk toenemende instroom in de WAO zijn volgens het College nog onduidelijk.

Verklaringen voor het sterk toenemend aantal vrouwen in de WAO kunnen volgens het CTSV liggen in de inhaalslag die vrouwen maken op de arbeidsmarkt, in de aard van de beroepen die vrouwen uitoefenen en in de zwaardere belasting van werkende vrouwen in verband met opvoeding en huishouding.

Mede door het sterk toenemend aantal vrouwen dat arbeidsongeschikt wordt verklaard, stijgt de instroom in de WAO sterk. Het totaal aantal nieuwe uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid nam toe van 35.500 in het eerste halfjaar van 1995 tot 40.100 in het eerste halfjaar van 1996. De uitstroom uit de twee verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid, de AAW en de WAO, neemt af. Werden in het eerste halfjaar van 1995 nog 57.900 uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid beëindigd, in de eerste helft van dit jaar is dat aantal afgenomen tot ruim 45.400.

Beide ontwikkelingen versterken elkaar. Het aantal mensen met een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid loopt nog steeds terug - de uitstroom overtreft immers de instroom - maar de afname is duidelijk kleiner dan een jaar geleden. Door de schaarbeweging van toenemende instroom en afnemende uitstroom komt het moment snel naderbij waarop het totale aantal uitkeringen weer zal oplopen. Zo ver was het in juni volgens het CTSV nog niet.

Het CTSV ruimt in zijn rapportage veel plaats in voor het “opmerkelijke en nog niet eerder vermelde feit” dat al enige tijd meer vrouwen dan mannen de AAW/WAO instromen. In 1995, zo schrijft het CTSV, belandden per werkdag 103 vrouwen in de WAO tegen 100 mannen. En dat terwijl het aandeel van vrouwen in de betreffende beroepsbevolking niet meer dan 36 procent bedroeg.

Van elke duizend werkende vrouwen stroomden er in 1995 bijna 16 in de WAO, tegen bijna 9 per duizend bij de mannen. Worden ook ambtenaren, zelfstandigen en vroeggehandicapten in de cijfers betrokken, dan overtrof het aantal ingestroomde mannen nog wel het aantal vrouwen. In 1995 werden ruim 42.000 mannen en bijna 37.000 vrouwen arbeidsongeschikt.

Pagina 14: Aandeel van vrouwen in WAO groeit al jaren

De gesignaleerde trend heeft zich in 1996 nog sterker doorgezet. Momenteel neemt over de hele linie (dus inclusief ambtenaren, zelfstandigen en vroeggehandicapten) het aantal vrouwen met een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid harder toe dan het aantal mannen. In de eerste helft van dit jaar kwamen 17.700 vrouwen in de AAW/WAO terecht, tegenover 17.300 mannen.

Deze omslag volgt volgens het College van Toezicht Sociale Verzekeringen op een jarenlang proces waarin het aandeel van vrouwen in de instroom geleidelijk toenam. Hun aandeel bedroeg in 1970 nog slechts 17 procent. In 1980 was het al opgelopen tot 31 en in 1990 tot 44 procent. In het eerste halfjaar van 1996 nam het aantal vrouwen dat in de WAO belandt voor het eerst harder toe dan het aantal mannen.

In juni 1996 nam het aantal arbeidsongeschikten nog af met 700 tot een totaal van 855.100. Tegenover 6.300 nieuwe uitkeringen stonden 7.000 beëindigingen. De daling wordt echter steeds geringer. Het punt waarop het totaal aantal WAO'ers weer zal oplopen lijkt niet ver weg.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blikt in een op 11 september verschenen rapport al vooruit op dit probleem. Volgens het Planbureau zal de trendbreuk zich pas na 1998 voordoen, maar de recente CTSV-cijfers wijzen erop dat dit moment veel eerder kan komen.

Tot 1998 ligt de uitstroom volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau nog op een hoger niveau door herkeuring van mensen die nu nog als arbeidsongeschikt te boek staan. Vanaf 1998 is dat effect verdwenen en wordt een tweeledig probleem zichtbaar. Allereerst leidt de vergrijzing tot een toename van de instroom, omdat de kans op arbeidsongeschiktheid bij ouderen groter is. Daarnaast maakt de striktere selectie die werkgevers de laatste jaren “aan de poort” uitvoeren de revalideringskansen van arbeidsongeschikten volgens het CPB geringer.

“Door de strengere herkeuringen is de huidige WAO-populatie gemiddeld zieker, waardoor de uitstroom structureel lager wordt”, aldus het SCP. Tegen deze achtergrond “kan het aanbevelenswaardig zijn nadere volumebeheersende maatregelen te overwegen”.

Deze maatregelen zouden dan bovenop de nog voorziene ingreep in de WAO komen, waarbij werkgevers de eerste vijf jaar financieel verantwoordelijk worden gesteld voor het arbeidsongeschikt worden van hun personeel. Het SCP houdt bij haar bespiegelingen over de WAO geen rekening met het door het CTSV geconstateerde sterk oplopende aantal vrouwen in de WAO.

Ook het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdt rekening met een weer oplopend aantal arbeidsongeschikten. In de met Prinsjesdag verschenen nota Werken aan zekerheid wordt een toenemend aantal arbeidongeschikten tot ruim 0,8 miljoen uitkeringsjaren voorzien. Ter vergelijking: in 1995 waren er omgerekend naar volledige uitkeringen 752.000 Nederlanders arbeidsongeschikt.