'Hoogleraar in tijdelijke dienst'

ROTTERDAM, 20 SEPT. Nieuwe hoogleraren moeten niet meer voor het leven worden benoemd, maar voor een periode van maximaal tien tot vijftien jaar. Als zij niet goed functioneren of als hun leerstoel wordt opgeheven, worden deze hoogleraren weer universitair docent. Een goed functionerende hoogleraar kan worden herbenoemd.

Deze voorstellen doet het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam (UvA) in het concept-Instellingsplan 1997-2001, dat deze week is aangeboden aan de Universiteitsraad.

Folia, het weekblad voor de Universiteit van Amsterdam, bericht in het nummer van deze week dat de 'flexprof' onderdeel uitmaakt van de plannen van het college van bestuur om de verstarring van het personeelsbeleid te doorbreken.

Het ligt in de bedoeling van het college dat onderzoek en onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam intern aan een oordeel worden onderworpen.

De visitaties van de Vereniging van Samenwerkende Universiteiten (VSNU) zijn vaak algemeen van aard en geven onvoldoende concrete suggesties voor verbetering, aldus het Amsterdamse universiteitsbestuur.

Bij de selectie van hoogleraren zal ook sterker moeten worden gelet op managementkwaliteiten. In de plannen wordt er een einde gemaakt aan de huidige praktijk waarin de sollicitatiecommissie die een nieuwe hoogleraar voordraagt, vrijwel uitsluitend uit vakgenoten bestaat, aldus het college van bestuur.

Het college stelt ook voor de universitaire aanstelling los te koppelen van de functie. Zo zou iemand aan de universiteit kunnen worden verbonden om vijf jaar Frans te doceren en daarna over te stappen op een taal als Spaans.

Voor directeur dr. F.van Eijkeren van de VSNU passen de voorstellen van het Amsterdamse college van bestuur in een algemene trend van het 'Human Resource Management'. Van Eijkeren: “Mobiliteit en flexibiliteit zijn ingewikkelde mechanismen om af te dwingen, maar ook de vakbonden zitten nu op dit spoor.”

De universiteiten als werkgevers zijn met de bonden in gesprek over de CAO's, ook voor het wetenschappelijk personeel.

Van Eijkeren wijst er verder op dat de jonge hoogleraren die minister Ritzen wil aanstellen bij chemie, in het studiejaar 1997/98, en bij letteren, in 1998/99, ook een tijdelijke benoeming krijgen, voor vier jaar.

Bij de “structurele krimp” waarmee de universiteiten kampen “zoeken wij allen koortsachtig naar maatregelen om dynamiek te forceren in het wetenschappelijk personeel”, aldus Van Eijkeren.

De Koninklijke Academie van Wetenschappen (KNAW) beschouwt de voorstellen van het Amsterdamse college van bestuur als “personeelsbeleid van de UvA”. “Daar bemoeien wij ons niet mee”, aldus dr. C.H. Moen, algemeen directeur van de KNAW.