Grieken zien 'Turkse republiek' Noord-Cyprus danig verloederen

ATHENE, 20 SEPT. Anderhalve maand na de gewelddadige dood van haar vader Tasos Isaäk is deze week op Cyprus met de keizersnede Athanásia ter wereld gebracht. De Griekse partijen hebben afgesproken dat de regering die na de parlementsverkiezingen van zondag in Athene aan de macht komt, als doopvader zal optreden voor de “dochter van de held die zich opofferde voor de zaak van het hellenisme”.

Isaäk kwam om tijdens de incidenten die ontstonden toen op 11 augustus Grieks-Cyprische demonstranten op motorfietsen het niemandsland binnengingen dat de Griekse zone op het eiland van de Turkse scheidt. Uit het overvloedige fotomateriaal valt op te maken dat de Turk die de leiding had bij het doodslaan en -trappen van Isaäk, Mehmed Aslan was, de aanvoerder van een contingent Grijze Wolven (extreem-rechtse Turkse jongeren) dat uit Turkije naar Cyprus was overgekomen. Deze onderneming werd gefinancierd door de Turkse minister van buitenlandse zaken, mevrouw Çiller.

De voorzitter van het Griekse parlement heeft deze week al het bewijsmateriaal naar de Raad van Europa en het Europarlement gestuurd. Ook is door Grieks-Cyprus de uitlevering gevraagd van de Turks-Cyprische minister van Landbouw, Bossen en Energie, Kenan Akin die, wederom op foto's, is geïdentificeerd als een der moordenaars van Solomos Solomu. Dat was de Grieks-Cyprioot die 14 augustus werd doodgeschoten terwijl hij aan de rand van diezelfde bufferzone in een mast klom waaraan een Turkse vlag hing. Akin, een uiterst rechtse Turk van het vasteland, werd drie dagen later bevorderd tot zijn ambt in de nieuwe, rechtse regering van Derwis Eroglu.

Isaäk en Solomu waren het achtste en negende Grieks-Cyprische slachtoffer aan de groene lijn die tussen de twee zones loopt. In de 22 jaar tevoren waren al zeven Grieks-Cyprische militairen gesneuveld die langs die lijn op wacht stonden. Allen zouden - uit verveling? - contact hebben gezocht met Turks-Cyprische soldaten die op enkele tientallen meters dezelfde functies vervulden. De laatste, drie maanden geleden, wilde alleen een camouflagepetje ruilen. Hij zou door Turkse officieren zijn doodgeschoten.

Vorige week viel er voor het eerst een dode aan Turkse kant, terwijl een kameraad werd gewond. Mevrouw Çiller kwam over voor de begrafenis, waarbij spandoeken werden meegedragen met de tekst Klirídis, moordenaar' (Klirídis is de president van Cyprus). Van Grieks-Cyprische zijde werd meteen ontkend dat hij door Griekse kogels om het leven was gekomen en kort daarna kwam de familie van het slachtoffer uit Londen met de beschuldiging dat hij en zijn vriend waren neergeschoten door Turken, omdat ze als Koerden protesten hadden geuit tegen de Turkse politiek jegens de Koerden van Irak.

Inmiddels hebben twee extreemrechtse Grieks-Cyprioten de moord als wraakactie opgeëist. De Grieks-Cyprische autoriteiten hechten daar evenwel geen geloof aan. Hoe dan ook, de Grieken krijgen langzamerhand de indruk dat de, toch al van het begin door hen verwenste, 'Turkse republiek Noord-Cyprus' danig aan het verloederen is. Een dergelijk beeld geeft trouwens ook de Turks-Cyprische oppositiepers, die zich hoogst ongerust betoont over de aanwezigheid van Grijze Wolven in de Turkse sector, vooral sinds de moord, vier maanden geleden, op de bekende journalist Kutlu Adali. Deze durfde openlijk te pleiten voor het vertrek van de 35.000 Turkse troepen, door de Grieken de 'bezettingsmacht' genoemd.

Het wordt voor de Grieken - en voor hen niet alleen - verleidelijk, alle ellende en tweespalt op het eiland toe te schrijven, behalve aan de Turks-Cyprische leider Denktas, aan de Turken van het vasteland, politici, militairen, kolonisten en Grijze Wolven. De eigenlijke Turks-Cyprioten, een slinkend aantal - want velen trekken weg - zien zij dan als de slachtoffers bij uitstek. Deze zouden immers, als ze hun zin kregen, kunnen bijdragen tot een hereniging van het eiland.

Het is een feit dat velen onder de Turks-Cyprische oppositie nieuwe contacten met de Grieks-Cyprioten voorstaan en, waar mogelijk, in praktijk brengen. De bekendste hunner, Özger Özgür, oprichter van de linkse Republikeinse Turkse Partij, is daar een voorbeeld van. Behalve de vermoorde Adali heeft echter geen van deze figuren tot nu toe gevraagd om het vertrek van de Turkse troepen, hooguit om geleidelijke vermindering in analogie met de Grieks-Cyprische militaire macht. Ook betonen ze zich allen voorstander van de uitroeping van de, alleen door Ankara erkende, 'republiek' in 1986.

In het Grieks-Cyprische conservatieve dagblad Alíthia (waarheid) stond onlangs een hoogst openhartig artikel van Pabos Charalamvou, dat heette 'Verhinderen de Grijze Wolven een oplossing op Cyprus?' Het antwoord van de schrijver luidt ontkennend. Op grond van gesprekken die hij in de Turkse zone heeft kunnen voeren met honderden authentieke Turks-Cyprioten is hij tot de conclusie gekomen dat verreweg de meesten de aanwezigheid van de Turkse troepen toch voelen als een veiligheidsgarantie. Tientallen jaren propaganda kan daar natuurlijk het hare toe hebben bijgedragen. “Laten we ons geen illusies maken. Als de Turks-Cyprioten voor het dilemma komen: kolonisten plus bezettingsleger of Grieks-Cyprioten, dan zal niemand voor de Grieks-Cyprioten kiezen. Als men hun een voor een vraagt, of ze het huidige miserabele isolement verkiezen boven de terugkeer van de toestand voor 1974 is er geen enkele twijfel: er zal geen enkele Turks-Cyprioot zijn die niet zal kiezen voor het miserabele isolement.”

    • F.G. van Hasselt