Goudonderzoek is belangrijk voor het imago in het buitenland; 'Zwitsers noch engelen noch duivels'

BERN, 20 SEPT. “Zwitserland is te lang in de waan gebleven dat het de Tweede Wereldoorlog heldhaftig is doorgekomen. Zwitsers moeten leren leven met de wetenschap dat zij geen engelen waren maar zij waren ook geen duivels. Wij moeten leren leven met de werkelijkheid.” Aan het woord is Rolf Bloch (66), voorzitter van de Schweizerischer Israelitischer Gemeindebund (SIG).

Volgens Bloch vertegenwoordigt dit politieke verbond alle 18.000 joden die in Zwitserland wonen. Bloch vierde deze week een persoonlijke overwinning toen de Zwitserse regering besloot het bankgeheim op te schorten ten behoeve van een alomvattend onderzoek naar de rol van Zwitserland als financieel centrum voor nazi-Duitsland.

Als kopstuk van de SIG heeft Bloch jarenlang op de barricade gestaan voor openheid op dit terrein. Die openheid, meent Bloch, is belangrijk voor het imago van Zwitserland in het buitenland, maar vooral ook voor de Zwitsers zelf. Of de Zwitsers andere landen schadeloos moeten stellen voor hun eventuele fouten is volgens Bloch een heel andere vraag. “In elk geval hebben de landen die goud zouden willen terugeisen, ook de Nederlanders, daarvoor juridisch geen enkele grond,” meent hij. Van eventuele rechten is immers afstand gedaan door Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten die in 1946 met de Zwitsers in het 'Verdrag van Washington' tot een akkoord kwamen. De Zwitsers betaalden 250 miljoen Zwitserse frank en daarmee was de kous af. “Deze drie landen hebben expliciet gehandeld namens alle geallieerden”, zegt Bloch. “De geallieerden hadden tijdens de onderhandelingen over het Verdrag van Washington juridisch al niets in te brengen”, zegt hij. “Ze hadden wel morele argumenten. De Zwitsers hadden tenslotte geprofiteerd van de overwinning van de geallieerden.” Bloch hecht eraan een misverstand uit de wereld te helpen dat volgens hem zeer algemeen bestaat: “Het is niet zo dat je de kluizen van de Schweizerische Nationalbank, de centrale bank van Zwitserland, kunt openen en het nazi-goud daaruit kunt opdiepen. De Duitsers hebben het goud, dat zij van andere centrale banken gestolen hadden, niet in Zwitserse kluizen ondergebracht. De Reichsbank verkocht goud aan de Schweizerische Nationalbank om schulden af te betalen. Het geld verdween daarna uit de Zwitserse kluizen naar de Portugezen of een andere Duitse handelspartner. De Zwitsers hielpen de Duitse oorlogsmachine draaiende te houden, maar als ze daarvoor in goud moeten boeten, zullen ze dat uit de eigen reserves moeten doen.”

Dit ligt anders voor de persoonlijke bezittingen die slachtoffers van de Holocaust zelf in Zwitserland hebben ondergebracht. Niet al het goud waarmee de Duitsers betaalden was gestolen. “Gouden brilmonturen, tanden en sieraden van joden die omkwamen in het concentratiekamp Auschwitz werden in Berlijn tot goudstaven omgesmolten”, zegt Bloch. “De vraag is: Wisten de Zwitsers dat? Of: Hadden ze het moeten weten? Als dat zo is, is het ondraaglijk en onacceptabel.”

Natuurlijk, zegt Bloch, was Zwitserland tegen de nazi's. Er bestond anti-semitisme in Zwitserland, maar het Duitse regime was vooral een bedreiging voor de vrije en democratische Zwitserse levensstijl. Zwitserland was echter ingesloten door de nazi's en hun bondgenoten. “Dat is een geografisch gegeven”, zegt Bloch. “Als gevolg daarvan hebben de Zwitsers in de Tweede Wereldoorlog een evenwicht moeten zoeken tussen gevoelens en rationele overwegingen.”

Rolf Bloch, advocaat, is klein van stuk, kalend en oogt ondanks blauwe ogen en licht, vlassig haar onmiskenbaar joods. Hij is commissaris bij een Zwitserse chocoladeproducent en enkele andere kleine Zwitserse ondernemingen. Hij werd in Bern geboren, heeft daar rechten gestudeerd en zijn hele leven in de hoofdstad gewoond. Bloch formuleert langzaam, voorzichtig. “Elk woord heeft voor mij een specifieke betekenis”, zegt hij. “Soms schiet er een woord door mijn hoofd waarover ik niet tevreden ben. Dan denk ik even na totdat ik het woord gevonden heb dat ik wil uitspreken.”

Hij herinnert zich hoe hij zich als tiener precies 50 jaar geleden door een haag van mensen drong om een glimp op te vangen van Sir Winston Churchill. Die reed in een rijtuig met zijn dochter Mary door de binnenstad van Bern. “Churchill werd ontvangen als een held”, zegt Bloch. Een dag later zou hij in Zürich een visionaire toespraak houden. De Duitsers en Fransen moesten zich verzoenen. Churchill stelde een 'Verenigde Staten van Europa' voor. “Let Europe arise.” Het bezoek van Churchill aan Zwitserland, anderhalf jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, werd in de afgelopen dagen breed uitgemeten in de Zwitserse media.

Bloch herinnert zich van de Tweede Wereldoorlog de angst. “Er waren luchtalarmen”, zegt hij. “Veel Zwitserse joden hadden familie in Zuid-Duitsland of Elzas-Lotharingen. Vanaf omstreeks 1942 wisten we dat er verschrikkelijke dingen gebeurden. Bovendien was een Duitse inval drie keer vlakbij.” Ondanks de angstige momenten leefden de Zwitsers volgens Bloch met waanideeën: “De Duitsers waren zogenaamd bang voor ons dappere leger. Zij wilden ons absoluut te vriend houden, omdat we de Sint Gotthardtunnel anders zouden opblazen, en de Duitsers hun transportverbinding met Noord-Italië dan zouden verliezen. “Later bleek dat de rol van de Zwitsers niet zo heroïsch was als we dachten”, zegt Bloch. “Sommige zaken werden opgelegd door onze geografische positie en doordat we onze neutraliteit wilden handhaven.”