God Von Trier

De kapitein van een onderzeeër vertelde mij eens een verhaal dat ontroerde. Een militaire onderzeeër is lang onder zee en er mogen geen vrouwen aan boord. Op een van de reizen had een matroos daar iets opgevonden. Hij had een levensgrote pop van een vrouw gemaakt. De pop rouleerde onder de bemanning; elke nacht mocht een andere matroos haar bij zich in zijn smalle bed nemen.

Maar na een paar weken lag de pop 's ochtends niet meer in een bed. Een van de matrozen, misschien was hij nog lang niet aan de beurt, had haar opgehangen. Aan boord van de onderzeeër is toen een proces gevoerd.

Andere emoties dan ontroering waren bij dit verhaal misschien meer op hun plaats geweest, in ieder geval moet er een beetje woede bij, en ergernis, al lang voor de ontknoping.

Breaking the Waves is een film die wil ontroeren. Reeds van het filmfestival in Cannes werd bericht dat weinigen bij deze film van de Deense regisseur Lars von Trier de ogen droog konden houden. Ons werd een modern heiligenleven beloofd. De rij voor de Amsterdamse bioscoop waar ik de film zag, was dan ook lang en verwachtingsvol; niemand wilde zich de kans op tranen laten ontgaan. Over de moraal van de film werd overigens door de critici met geen woord gerept. Misschien is het not done om een film daarop te beoordelen; misschien waren degenen die de film al hadden gezien het vanzelfsprekend met de maker eens.

Vochtig worden mijn ogen al na een paar minuten, als de wilde camera tot rust komt op de gelukzalige gezichten van hoofdpersonen Bess en Jan. Zelden koos een regisseur een schattiger moment om verliefdheid te tonen: Jan slaapt en snurkt en Bess ligt lachend in zijn armen: liever dan hem wakker te maken stopt ze haar vingers in haar oren.

Maar zo blijft het niet. De film wordt naar, pijnlijk, verschrikkelijk, afschuwelijk, niet alleen voor Bess en Jan, maar ook voor de kijkers. Juist voor de kijkers, want Bess en Jan kunnen er niets aan doen, dat zijn - verzonnen - mensen. Het is de regisseur die hun geschiedenis van een moraal voorziet, het wordt een exempel, een voorbeeld, dat, wie weet, zelfs navolging verdient. Vrouwen die doen wat Bess doet, dat zijn goede vrouwen.

Jan krijgt op het booreiland waar hij werkt een ongeluk. Bess, simpele Bess, denkt dat dat haar schuld is, omdat zij God gevraagd heeft hem naar huis te sturen. Jan raakt verlamd. De seks, waar ze zelfs door de telefoon zo van konden genieten, is onmogelijk geworden. Jan vindt er wat op: in heldere woorden vraagt hij Bess om met andere mannen te doen wat ze met hem niet meer kan en hem daarover te vertellen. Bess gehoorzaamt, want Bess denkt magisch. Door de hoer te spelen zal ze Jan in leven houden. Het is een treurig verhaal, en het is hartverscheurend om Bess te zien huilen als ze Jans verzoek voor het eerst uitvoert. Later sterft ze er aan. Maar kwaad maakt zelfs dat nog niet. Zo zijn de mensen, laat Von Trier zien, en mensen zijn wel eens nog erger, wisten we al. Maar Von Trier blijft zelf geen mens. Tegen het eind van de film verandert hij in God, in een verschrikkelijke God, één die houdt van offers. Want Bess sterft en Jan geneest en het is duidelijk dat het een het gevolg is van het ander. Wie om dit wonder kan huilen, heeft een hart van steen. Verkrachting brengt geen verlossing.

In werkelijkheid is misschien wel eens iemand het leven gered door een verkrachting. Maar dit is fictie. En wie dit kan verzinnen, verdient geen vrouw, maar een pop. Laat op haar begrafenis de klokken maar luiden, laat die maar naar de hemel gaan. Dan kunnen de matrozen elkaar beminnen.