Gifpil slikken

Het was dat Belgische aandeelhouders er afgelopen maandag hun goedkeuring aan moesten geven, want anders was de aanpassing van een van de beschermingconstructies geheel aan de Nederlandse aandeelhouders van bankverzekeraar Fortis voorbijgegaan.

Fortis bestaat uit een Belgische en een Nederlandse beursgenoteerde houdstermaatschappij. Die houden elk vijftig procent in twee operationele holdings: een Nederlandse, waarin onder meer de verzekeraar AMEV en de bank VSB, en een Belgische, waarin onder meer de verzekeraar AG. In de structuur is een 'gifpil' ingebouwd: als een van de twee beursvennootschappen wordt bedreigd door een vijandelijke overnemer, mag de ander als eerste alle activiteiten van de bedreigde zuster kopen. Een reeks overnames zorgde er de afgelopen jaren voor dat een groot deel van Fortis' nieuw verworven dochters nog niet onder de oorspronkelijke gifpil-constructie viel. Dat is nu rechtgezet.

Fortis heeft, evenals Reed Elsevier, de Koninklijke Shell Groep en Unilever, een bi-nationale houdsterstructuur. Dat is om een oneerlijke fiscale behandeling van aandeelhouders in een van de twee nationaliteiten te voorkomen. Maar het heeft blijkbaar meer voordelen. In België moest Fortis voor de goedkeuring van de nieuwe gifpil een bijzondere vergadering van aandeelhouders bijeenroepen. Dat is wel zo netjes, als hen de mogelijkheid van koerswinst door een vijandige overname wordt ontnomen. In Nederland gaat dat anders. Hier beslisten bestuur en commissarissen van Fortis AMEV op 29 augustus in alle stilte al wat voor hun aandeelhouders het beste is.