De wereldkampioenen

De algemene politieke en financiële beschouwingen in de Tweede Kamer gingen dit jaar nergens over. Andere jaren was het een hoogtepunt in het parlementaire jaar. De fractievoorzitters schetsten breedvoerig hun visie op politiek en maatschappij. En er viel ook altijd wel een vinnig interruptiedebatje te beluisteren.

Dit jaar was iedereen zo vriendelijk voor elkaar, dat minister-president Kok - een fervent voetballiefhebber - op een gegeven moment voorstelde om samen de wave te houden. Minister Zalm (Financiën) hield triomfantelijk zijn koffertje omhoog bij de presentatie van de Miljoenennota aan de Tweede Kamer. En ook Kok en Dijkstal (Binnenlandse Zaken) staken hun tassen voor de aanvang van de algemene beschouwingen omhoog: We are the champions of the world.

Ambtenaren zaten zich in de loge te verbazen. En de voormalige right winger van de VVD-fractie Rudolf de Korte (hij noemt zichzelf graag de “bewaker van het VVD-erfgoed”) viel in Luxemburg zowat van zijn stoel. De Korte, die in 1994 nog even heeft geprobeerd om het Paarse kabinet tegen te houden, is momenteel vice-voorzitter van de Europese Investeringsbank. Omdat niemand in zijn partij het meer zegt, zegt hij het maar: “Het gaat helemaal niet zo goed als het kabinet met zijn Goed Nieuws Show wil doen geloven.” Met name de sociale zekerheid staan nog harde ingrepen te wachten, weet hij.

Wie de bijlagen van de nota Werken aan zekerheid erop naslaat, vindt inderdaad voldoende zorgwekkende getallen. Werkten er in de leeftijdscategorie 60-64 jaar in het jaar 1982 nog 38 van de honderd mannen, inmiddels zijn dat er nog maar 17. Bij de nog net niet bejaarde vrouwen was de arbeidsparticipatie altijd al laag: 5 op de 100, tegen 6 op de 100 in 1982.

Ook de leeftijdscategorie 55-59 jaar steekt steeds minder de handen uit de mouwen. In elk geval niet voor betaald werk. Van de mannen in de leeftijdscategorie 55-59 jaar zitten er 93.000 in de WAO, 21.000 in de WW, 14.000 in de Bijstandswet en 16.000 in de VUT. Bij de mannen in de klasse 60-64 jaar liggen deze getallen nog een stuk hoger. Het geopperde idee om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen tot 67 jaar, teneinde de kosten van de vergrijzing te drukken, doet in dit licht lachwekkend aan. De pensioengerechtigde leeftijd is feitelijk voor de meeste Nederlanders al verlaagd tot 55 jaar.

De daling van de participatie in de leeftijdscategorie 55-65 jaar zet zich nog steeds door, zo bleek tijdens de recessie van 1993-1994. De schuld voor deze in internationaal perspectief heel lage participatie van ouderen kan niet alleen in de schoenen van die ouderen zelf worden geschoven. Er zitten kennelijk fouten in de uitkeringssystematiek, die werkgevers in de gelegenheid stellen om op kosten van de gemeenschap improduktieve oudere arbeidskrachten massaal te lozen. Bij reorganisaties vloeien oudere werknemers vaak als eersten af. De voornaamste reden hiervoor is dat ontslag de werkgever relatief weinig geld kost, terwijl de betrokken werknemers een relatief gunstige uitkering krijgen.

Hoe het ook zij: dit is een probleem waarvoor bij de algemene politieke beschouwingen best wat aandacht had kunnen worden opgebracht. Dat geldt ook voor de nog altijd hoge werkloosheid (driekwart miljoen uitkeringen). Met name de allochtonen onder de werklozen baren zorg. De helft van de stijging van de werkloosheid tussen 1988 en 1994 is terug te voeren op deze bevolkingsgroep, zo blijkt. Allochtonen zijn sterk oververtegenwoordigd in de categorie lager opgeleiden. Omdat hun aandeel in de beroepsbevolking toeneemt, vallen de groepen laagopgeleiden en allochtonen steeds meer samen. Het toekomstperspectief van de allochtoen is echter zorgwekkender.

In tegenstelling tot de lager opgeleiden groeit hun aanbod.

Het aantal WAO'ers daalt door strengere herkeuringen, maar de toekomst ziet er ook hier allesbehalve rooskleurig uit. Het aantal arbeidsongeschikten zou in het jaar 2015 kunnen uitkomen op ruim 0,8 miljoen uitkeringsjaren, ofwel ruim 11 procent van de beroepsbevolking, schrijft minister Melkert in zijn nota. Het aantal 65-plussers loopt nóg sneller op: van 13 procent nu tot 23 procent van de totale bevolking in het jaar 2035.

Alle reden dus voor zorg in plaats van euforie. De discussie die met name minister Wijers (Economische Zaken) wilde voeren over een milde aanpak van de hoogte en de duur van de WW-uitkering werd door minister Melkert (Sociale Zaken) in de kiem gesmoord. Melkert lijdt kennelijk nog steeds aan het WAO-trauma van 1991. Onverhoedse aankondiging van ingrepen in de WAO-uitkeringen leidden toen uiteindelijk tot het grootste stemmenverlies dat de PvdA ooit heeft gekend. No way, dus.

Wel worden ingrepen in het pensioenstelsel voorbereid. Echte besluiten daarover worden echter pas genomen door een volgend kabinet. Hoofddoel van het kabinet is de premielast van het aanvullende pensioen (en daarmee de loonkosten) in de toekomst te verminderen.

Wordt er niet ingegrepen in de pensioenen, dan zullen de pensioenpremies als percentage van het brutoloon verdubbelen. Een-vijfde van de loonsom zal dan in de toekomst gaan naar het aanvullende pensioen. Wel erg veel, vindt het kabinet Kok.

Het is niet alleen zo dat de loonkosten flink zullen toenemen. Een steeds groter deel van de lonen onttrekt zich ook aan belasting- en premieheffing (pensioenpremies zijn aftrekbaar voor de belasting). De minister van Financiën krijgt in de toekomst dus steeds minder geld binnen terwijl er voor de AOW en de AWBZ juist steeds meer geld nodig is. Daar wil het kabinet wat aan doen. Over al deze zaken ging het debat in de Tweede Kamer echter niet. Een gemiste kans.