Conflict Groot-Mufti's over beheer Jeruzalem

JERUZALEM, 20 SEPT. De Groot-Mufti van Jeruzalem, aangesteld door het Palestijnse gezag om de islamitische wet te duiden, wordt goed bewaakt. Zijn vier lijfwachten hangen kettingrokend voor zijn ruime kantoor, vlak naast een van de houten deuren die toegang bieden tot het terrein van de Aqsa-moskee.

De vier behoren tot de Preventieve Veiligheidsdienst, een van Arafats geheime diensten, onder leiding van de in Jericho zetelende Jebril Rahjoub. Zij moeten Groot-Mufti Akrama Sabri beschermen tegen zijn vele vijanden.

Een week na het overlijden van de vorige Groot-Mufti werd hij - twee jaar geleden - door Yasser Arafat tot diens opvolger benoemd. Het was een grote eer voor de godsdienstleraar en prediker Akrama Sabri. Maar er was een probleem: drie uur tevoren had koning Hussein van Jordanië de islamitische rechter sjeik Abdelkader Azeem Salhab in hetzelfde ambt aangesteld. Beider benoemingen waren bedoeld om uiting te geven aan de politieke aspiraties van hun werkgevers. Akrama Sabri, de 'Palestijnse' mufti, liet daar geen twijfel over bestaan. Hij vreesde de Jordaanse bedoelingen, vertelde hij aan een Arabische journalist. “Er is een Israelisch en er is een Jordaans complot om hun soevereiniteit over Jeruzalem uit te breiden.”

Nog steeds willen velen niets weten van Akrami Sabri. In de eerste plaats zij die zeggen dat hij op islamitisch gebied een nitwit is, alleen maar door Arafat benoemd omdat hij zo gehoorzaam is. De aanhangers van Hamas moeten evenmin iets van hem hebben, omdat zijn gebieder Arafat is, die Palestina aan de joden heeft verkwanseld. Ook de pro-Jordaanse Palestijnen zijn niet erg gecharmeerd van Akrama Sabri, want hij verdrong de 'Jordaanse' Groot-Mufti.

Dat gebeurde heel simpel: de mannen van Jebril Rahjoub posteerden zich bij de deur van het niet erg indrukwekkende kantoor van de 'Jordaanse' Groot-Mufti bij de Aqsa-moskee. Zij lieten zijn bezoekers niet toe en stuurden hen door naar 'de enige, echte Groot-Mufti': Akrama Sabri. De 'Jordaanse' mufti zetelt nog steeds in zijn kantoortje, oud en ziek en vereenzaamd. Hij heeft niets te doen, omdat vrijwel niemand meer naar hem toekomt.

De problemen rond de twee Groot-Mufti's illustreren de verhouding tussen president Arafat en koning Hussein. Beiden eisen het beheer op van de Haram al-Sharif, het terrein waarop de Aqsa- en de Rotskoepelmoskee staan. Enkele jaren geleden tastte koning Hussein diep in zijn portemonnee om de vergulde koepel van de Rotskoepelmoskee te vernieuwen. En afgelopen februari meldde de Jordaanse radio: “Koning Hussein heeft vernomen dat de tapijten in de Rotskoepelmoskee versleten zijn. Zijne Majesteit, moge God over hem waken, gaf opdracht de heilige moskee op zijn eigen kosten opnieuw te stofferen (..). Het Koninklijke Hashemitische Hof smeekt God deze gift te aanvaarden, over Zijne Majesteit te waken en hem de overwinning te schenken.”

Pagina 8: Gebed in de Aqsa-moskee is veel waard

Eigenlijk is de Rotskoepel-moskee geen moskee, legt Adnan Husseini uit. Zij dient slechts ter bescherming van de rots, vanwaar de Profeet Mohammed op zijn paard, Al Buraq, naar de hemel vloog. Adnan Husseini is algemeen directeur van de Waqf, de stichting die niet alleen moslim-bezit, inclusief huizen, winkels en moskeeën, beheert, maar ook pelgrimstochten organiseert, en de zakaat, de religieuze belasting, van de rijken int en onder de armen verdeelt.

De nieuwe dakbedekking van de koepel kostte de koning miljoenen. Hij moest er zelfs een van zijn huizen in Londen voor verkopen. Maar dat had hij over voor het goede doel, zeker toen koning Fahd van Saoedi-Arabië aanbood uit zijn welgevulde beurs de restauratie te financieren - om aan te tonen dat hij niet alleen de Hoeder is van de Twee Heilige Plaatsen (in Mekka en Medina), zoals zijn officiële titel luidt, maar ook aanspraken maakt op het Heiligdom in Jeruzalem.

Deze week werden voor de derde maal in twee jaar tijd in het voorportaal van de Rotskoepelmoskee de stenen hernieuwd, waarop staat gegrift: “In naam van de Barmhartige en met Gods hulp hebben wij de Hashemitische reparatie volbracht aan de Rotskoepelmoskee door eigen inspanning van koning Hussein ibn-Talal”. Eén steen herinnert in gouden letters aan de restauratie van twee jaar geleden, de andere steen in zwarte letters aan de restauratie van 1964. Aangezien Palestijnse nationalisten reeds tweemaal de stenen hebben kapotgeslagen, zijn ze nu hoger ingemetseld om ze beter te beschermen.

Zo houden de 600 ambtenaren van de Jeruzalemse Waqf, die nog steeds door Jordanië worden betaald, de aanspraken van koning Hussein in stand. De overige Waqfs in de Palestijnse gebieden werden in 1993 door koning Hussein aan Arafat overgedragen, en de 1.400 aldaar werkende employés worden nu door het Palestijnse Gezag bezoldigd. Volgens Adnan Husseini is er dan ook geen sprake van een conflict tussen de Jordaanse koning en president Arafat, hoogstens van “kleine misverstanden, zoals die in elke familie voorkomen. Vergeet niet dat het land en de rijkdommen van moslims aan alle moslims toebehoren”.

Inderdaad vallen de inter-Arabische conflicten over de Haram el-Sharif in het niet bij het Israelisch-Palestijnse conflict over het uiteindelijke beheer en de heerschappij over Jeruzalem. Onlangs ontdekten Israelische inspecteurs dat op het terrein van de Aqsa-moskee “illegale bouwwerkzaamheden” werden verricht, waarvoor het gemeentebestuur geen toestemming had gegeven. De burgemeester van Jeruzalem, Ehud Olmert, dreigde direct maatregelen te nemen tegen de Waqf en, zo nodig, het bouwwerk af te breken. Daarop verzocht zijn partijgenoot en premier, Benyamin Netanyahu, hem dringend enige terughoudendheid te betrachten, omdat de internationale gemeenschap en natuurlijk de Palestijnen zelf wel eens zeer verontwaardigd zouden kunnen reageren. Dus meldde het gemeentebestuur van Jeruzalem deze week dat de illegale bouw waarschijnlijk is stopgezet.

Van de kant van de Waqf werden er geen officiële mededelingen verstrekt. Het stuk terrein waar de werkzaamheden plaatshadden, is afgeschermd. Uit veiligheidsoverwegingen, zeggen de bewakers van de Waqf. Maar volgens Adnan Husseini vraagt de Waqf nooit toestemming voor bouw- of herstelwerkzaamheden in dit gebied. “De Haram el-Sharif beslaat het hele gebied van de Aqsa- en Rotskoepelgebied en is in zijn totaliteit één heilige plaats. Het gaat niet - zoals de Israeliërs zeggen - om twee losstaande moskeeën. Zij willen ons de twee moskeeën laten om zelf de rest van het terrein over nemen. Laat mij duidelijk zijn: het hele terrein is één moskee. En alles wat er op is gebouwd, is in feite slechts een vorm van aankleding. De Klaagmuur is ook van ons. De joden hebben er wederrechtelijk bezit van genomen en daarbij ook nog eens 130 aangrenzende huizen en twee kleine moskeeën vernietigd. Maar die muur is en blijft één van de muren van de moskee.”

Hij wijst om zijn gelijk aan te tonen, op een foto van duizenden biddende gelovigen buiten, dat wil zeggen voor de Aqsa-moskee. En hij vervolgt: “Volgens de Koran is er een sterke band tussen Al-Aqsa en Mekka. Er is een overeenkomst over deze plaats tussen de moslims en God. Compromissen daarover zijn onmogelijk. Olmert probeert aan te tonen dat de Israelische wetgeving hier kan worden toegepast. Maar hier gelden alleen Gods wetten.”

“Ik kan U aangeven hoe heilig dit terrein is: bidden in een gewone moskee met andere moslims is 27 maal meer waard dan thuis bidden. Maar in de Aqsa-moskee, dat wil zeggen op de Haram el-Sharif, is het gebed 500 maal meer waard dan thuis. Bidden in Medina is duizend maal meer waard. En in Mekka tienduizend maal.”

Hij wil over de bouwwerkzaamheden niet verder uitwijden. Maar Ali Salameh Atta el-Salamin, een gids, vertelt dat de werkzaamheden niet boven-, maar ondergronds zijn. “Onder het terrein zijn diepe gewelven, waar het Jordaanse leger vroeger militaire oefeningen hield. Wij willen die ruimte nu dienstbaar maken aan het gebed. Want de moskeeën zijn altijd te vol. En in de winter, als het koud is en hevig regent, is het erg moeilijk voor de gelovigen om buiten op dit terrein te bidden. Het zou een uitkomst zijn als zij beschermd onder de grond kunnen bidden. We moeten alleen geluidsinstallaties aanbrengen, zodat ze de imam kunnen volgen.”

Een groep Amerikaanse toeristen krijgt uitleg van hun eigen gids. “Hier”, zegt hij, wijzend op een leegstaande plek, “moet de Tempel van de joden hebben gestaan.” Hij wordt onmiddellijk terechtgewezen door een van de ambtenaren van de Waqf. “Als je het over de Tempel wilt hebben, moet je dat maar buiten de muren doen. Hier is geen Tempel, hier was geen Tempel, en hier wordt niet over een Tempel gesproken.” De buitenlandse gids sputtert even, maar overziet de krachtsverhoudingen en zwijgt.