Birma-notities van Wim Kan gevonden; Wim Kan wilde Corry Vonk na de oorlog nooit meer uit het oog verliezen

HAARLEM, 20 SEPT. Veertien verloren gewaande bladzijden van de Birma-dagboeken van Wim Kan vormen één van de topstukken in een collectie persoonlijke bezittingen van de cabaretier die op 26 november worden geveild bij het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper.

De met potlood beschreven velletjes papier - wegens de papierschaarste in een priegelig klein handschrift - dateren van januari tot en met april 1945, toen Kan krijgsgevangen was aan de beruchte spoorweglijn in Birma. In de bundel Burma-dagboek 1942-1945, zeven jaar geleden verschenen bij de Arbeiderspers, schreef bezorger Frans Rühl dat de aantekeningen uit de eerste maanden van 1945 'helaas niet bewaard' waren gebleven. Nu zijn ze dus toch boven water gekomen.

Uitvoerig beschrijft Wim Kan in deze notities de in primitieve omstandigheden opgevoerde cabaret-programma's en toneelstukken, en de wanhoop die hem regelmatig beving over de oorlogstoestand. Voorts doet hij minutieus verslag van zijn hallucinaties in de nacht van 5 op 6 maart 1945, na drie injecties tegen malaria. Zijn hele leven trok aan hem voorbij, van geboorte (“ik zag mezelf op een bepaald moment uit de buik van m'n moeder komen en geboren worden”) tot dood: “Dit was geen nachtmerrie maar volkomen werkelijk. Zoo werkelijk tenslotte dat ik de wanden van m'n doodskist aan kon raken. Ze kwamen me halen om me af te leggen en ik hoorde ze zeggen: afgelopen. (-) Ik zag veel mensen op m'n begrafenis en ik hoorde de aarde op me vallen. 1, 2, 3 schoppen aarde.”

Ook peinst hij op papier over een moderne toneelbewerking van het Nieuwe Testament: “Spelend in onze dagen met een Jezus-figuur zó reëel dat hij bij wijze van spreken in het telefoonboek onder C. te vinden is? En zou je dan tot slotsom niet tot de overtuiging moeten komen, dat Hij een onuitvoerbaar ideaal verheerlijkt? De moderne Christus, de strijder, de krachtfiguur. (-) Jezus de dienstweigeraar? Of de Communist. Maar dan de volmaakte die van geen compromis wil horen?”

De dagboeknotities, die volgens Bubb Kuyper tussen de ƒ 500 en ƒ 700 moeten opbrengen, behoren tot de meest persoonlijke uit de nalatenschap van Wim Kan (1911-1983) en zijn vrouw Corry Vonk (1901-1988). Wie de collectie op de markt heeft gebracht, wil het veilinghuis niet zeggen. Maar het kan, gezien de omvang en de grote hoeveelheid nooit gepubliceerde privé-kiekjes, fotoalbums en liefdesbriefjes, niet anders dan een van de erfgenamen zijn geweest. Nog tijdens zijn leven heeft Kan een deel van zijn werkarchief aan het Nederlands Theater Instituut geschonken. Toch bevat ook de nu opgedoken verzameling een groot aantal teksten van liedjes en conférences, talloze aantekeningen voor scènes en grappen, zakelijke correspondentie (waaronder een brief van zijn manager die uitlegt waarom een optreden van Wim Kan ƒ 10.000 moet kosten: “2 uur optreden à ƒ 20: ƒ 40, 40 jaar ervaring: ƒ 9.960, totaal ƒ 10.000”) en zelfs één van de fameuze spiekborden die Kan gebruikte tijdens zijn conférences. Ook is er een uit 1958 daterend briefje van Jasperina de Jong, die zo graag cabaretière wil worden, en de doorslag van het antwoord van Wim Kan die haar aanraadt amateur te blijven: “Eerlijk gezegd: een werkelijk talent heb ik niet kunnen ontdekken...”

Tot de privé-correspondentie behoren verder de opbeurende briefjes die Corry Vonk in 1942 aan haar geïnterneerde echtgenoot schreef, en die Kan - gezien de door de vele vouwen veroorzaakte slijtage - blijkbaar gedurende zijn gehele gevangenschap bij zich heeft gedragen. Ook uit die periode dateert een portefeuille van Kan, met een paar kleine kiekjes van Corry Vonk en negen bankbiljetten van de Japansche Regeering in het bezette Nederlands-Indisch gebied.

Tientallen briefjes, kaartjes en kattebelletjes tonen aan, dat Kan zijn vrouw na de oorlog nooit meer uit het oog wilde verliezen. Zodra hij, thuis in Kudelstaart, even een ommetje ging lopen, liet hij voor haar een gedichtje of een briefje achter: “Dag schone slaapster / Ik hoop om plm. kwart voor tien terug te zijn van mijn 'wildexcursie' / Dag schone slaapster! Dag.”

Na zijn dood ontving Corry Vonk honderden brieven en telegrammen van vrienden en bewonderaars, onder wie niet alleen Annie M.G. Schmidt en Simon Carmiggelt, maar ook prinses Juliana (“erg geschokt door het voor mij onverwacht heengaan van uw man”) en koningin Beatrix en prins Claus (“onze welgemeende gevoelens van groot medeleven”).

De nalatenschap is opgesplitst in veertig kavels, met richtprijzen van ƒ 100 tot ƒ 1000. De grootste is een doos vol manuscripten, documenten, notities en knipsels over de actie die Kan in 1971 voerde tegen het bezoek van de Japanse keizer Hirohito aan paleis Soestdijk. Uit de vele aantekeningen blijkt hoe koortsachtig hij toen dag in dag uit bezig is geweest plannen te beramen en argumenten te formuleren. Maar in een open brief aan de Japanse pers, die hij bij nader inzien nooit naar buiten bracht, schemert door dat hij ook zelf het hopeloze van zijn eenmansactie wel inzag: “Troost U met de gedachte dat ik in Nederland, door een deel van het establishment, net als in Uw land wordt beschouwd als een uitermate vervelende lastige opposant.”