Benoemingen à la carte verzwakken Belgische justitie

BRUSSEL, 20 SEPT. In een dramatische oproep aan het Belgische parlement, betoogde premier Dehaene gisteren dat alles in het werk moet worden gesteld om het vertrouwen in de rechtsstaat te herstellen. Geen overbodige oproep, want de bevolking heeft haar vertrouwen in justitie massaal opgezegd.

Steeds meer blunders blijken begaan in het onderzoek naar kinderontvoerder Marc Dutroux, waarmee nog eens schrijnend het justitiële falen wordt aangetoond dat eigenlijk al bekend was sinds de onopgeloste reeks moordaanslagen midden jaren tachtig van de Bende van Nijvel en de moord in 1991 op de Luikse socialist André Cools.

Dehaene pleitte ondermeer voor 'objectievere' promoties voor magistraten. Nu gaat dat nog via de politiek. Om op te klimmen tot bijvoorbeeld raadsheer bij het Hof van Beroep moet een jurist in de eerste plaats de juiste partijkaart hebben. In de golf van kritiek en wantrouwen die de laatste weken over justitie is uitgestort, worden ook die politieke benoemingen gehekeld. Door de verstrengeling van politiek en justitie zouden magistraten onvoldoende onafhankelijk zijn. Sommige kritikasters, zoals de zoon (een advocaat) van de vermoorde Luikse socialist André Cools, beschuldigen magistraten openlijk onderzoek een in bepaalde richting te sturen die hun politiek goed uitkomt.

Hoewel ze moeilijk te bewijzen zijn, vormen de klachten over politieke doofpotten waarin onderzoeken verdwijnen een belangrijk onderdeel van de vertrouwensbreuk met justitie. Belgen, die sowieso al wantrouwend staan tegenover de overheid, zien hierin hun scepsis bevestigd. De insinuaties worden extra gevoed door de ondoorzichtigheid van het justitiële apparaat. Onderzoeken blokkeren op onverklaarbare wijze en niemand wordt aangewezen als schuldige. Magistraten die succes lijken te boeken worden onder het mom van samenvoegen van de dossiers van het onderzoek gehaald, zoals gebeurde in het onderzoek naar de Bende van Nijvel en twee jaar geleden opnieuw in de zaak Cools. Dit vormt een vruchtbare bodem voor samenzweringstheorieën en speculaties over 'bescherming van boven'. Zo zou de Bende van Nijvel bescherming hebben gekregen van sympathiserende extreemrechtse rijkswachtsofficieren en van ministers en rechters die chantabel waren omdat zij hadden deelgenomen aan 'roze balletten': seksorgieën met minderjarigen.

Het systeem van politieke benoemingen heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat het vertrouwen in justitie is ondermijnd. Hoe werkt het? Als er een plaats vrijkomt in de magistratuur, kunnen gegadigden zich aanmelden bij de minister van justitie. Volgens een rechter die anoniem wil blijven, gaan er daarnaast vele aanbevelingsbrieven van bevriende politici naar de bewindsman. Die houdt bij zijn keuze rekening met de partijkleuren, zodat alle politieke stromingen aan bod komen. De minister verdeelt de posten naar linkse en rechtse kandidaten. Links is liberaal en socialistisch, rechts is katholiek.

“De verdeelsleutel is pragmatisch”, aldus een woordvoerder van het ministerie van justitie. Hij ontkent dat bijvoorbeeld bij de vorming van een nieuwe regering afspraken worden gemaakt over de verdeling. “Het is geen pure mathematica, zo lang alle stromingen maar aan bod komen.” In de praktijk blijkt nauwelijks 10 procent van de magistraten van socialistische signatuur zijn. “Omdat de rechtenstudie elitair is”, verklaart Renaat Landuyt, socialistisch parlementariër en advocaat. “Zonder politieke benoemingen was de wanverhouding nog groter geweest.” Wat wellicht ook meespeelt, is dat de socialisten in de afgelopen vijftig jaar slechts één jaar een justitieminister leverden.

Partijpolitieke interventie bij magistraatsbenoemingen zijn bijna zo oud als de staat zelf, schrijft de Leuvense hoogleraar Luc Huyse in De kleur van het recht. “Wel zijn de klachten sinds de jaren zeventig (-) fel in kracht toegenomen.” Een eerste aanzet tot depolitisering kwam drie jaar geleden, toen een toelatingsexamen voor de magistratuur werd ingevoerd. “Zeer selectief, minder dan de helft slaagt”, aldus een woordvoerder van justitie. Maar nog altijd geldt dat magistraten bij promotie kleur moeten bekennen. Politieke interventies zijn overigens niet beperkt tot de magistratuur. Banen bij de overheid en bij de publieke omroepen worden eveneens verdeeld naar partijkleuren, hoewel ook dat minder wordt. Voorstanders van politieke benoemingen wijzen erop dat zo het pluralisme in het staatsapparaat wordt gegarandeerd. “Politieke benoemingen kunnen het tekort aan linkse gediplomeerden enigszins rechttrekken”, aldus een rechter. Tegenstanders, zoals de Gentse hoogleraar strafrecht Brice de Ruyver, wijzen er op dat “'à la carte'-benoemingen niet altijd een bewijs zijn van kwaliteit”. Dat is des te erger, omdat magistraten voor het leven worden benoemd.

Bovendien maken partijpolitieke interventies de rechterlijke onafhankelijkheid twijfelachtig. “Waarom zou een rechter zijn politieke vrienden geen 'kleine' wederdienst gunnen?” stelt Jan van Delm, auteur van Justitie in opspraak. “Onafhankelijk ben je omdat je dat wilt”, antwoordt een rechter die voorstander is van politieke benoemingen. “Als je door een politicus wordt aangesproken, betekent dat niet dat je daarop ingaat.” Zelf is hij wel eens aangezocht door een partijgenoot om een parkeerboete ongedaan te maken. “Dat heb ik dus niet gedaan.” Een andere rechter verklaarde echter tegenover De Standaard dat niet iedere magistraat zo objectief is. Ze noemt een collega uit Antwerpen met communistische sympathieën die niet in staat zou zijn huurzaken objectief te beoordelen.

Hoe de politieke kleur van magistraten in de praktijk doorwerkt, is niet te meten. “Wetenschappelijk gefundeerde aanwijzingen (-) dat de politisering van de rechtspraak een feit is, zijn er niet”, stelt Huyse. “Het is nooit openlijk maar heel subtiel”, zegt ook professor De Ruyver. Beschuldigingen zijn er genoeg, zoals duidelijk blijkt bij het onderzoek naar de moord op André Cools. Volgens de familie van de vermoorde 'peetvader' van Luik zou de christendemocratische onderzoeksrechter Véronique Ancia zich hebben vastgebeten in de illegale partijfinanciering van de Parti Socialiste om de socialisten in diskrediet te brengen. Vanuit de andere hoek klinkt de aantijging dat procureur-generaal Léon Giet en advocaat-generaal Armand Spirlet (beiden Parti Socialiste) het economische netwerk van Cools lange tijd buiten het onderzoek hebben gehouden. Toen Ancia in 1992 een onderzoek naar PS-partijfinanciering begon, werd dat door Giet en Spirlet nietig verklaard. Pas na een uitspraak van het Hof van Cassatie kon zij het onderzoek voortzetten. Harde bewijzen voor de beschuldigingen over en weer zijn er niet. Wel hebben de gerechtelijke hoofdrolspelers in Luik zeer duidelijke politieke kleuren. Giet, die in mei met pensioen ging, werd vijftien jaar geleden benoemd op voorspraak van André Cools. Zijn benoeming stuitte destijds op protest omdat hij intellectueel niet sterk genoeg zou zijn voor de hoge post. De toenmalige, christendemocratische minister van justitie weigerde zelfs hem te benoemen;een collega deed dat toen de minister afwezig was. Ook advocaat-generaal Spirlet was een vertrouweling van Cools. De opvolger van Giet, Anne Thily, dankte in 1970 haar benoeming tot substituut-procureur eveneens aan Cools. Later bekeerde ze zich tot de strekking van regionalist José Happart. Het grote aantal Cools-getrouwen in het Luikse justitiepaleis bracht een Happartist tot de uitspraak: “Zelfs het onderzoek naar de moord zal verlopen zoals Cools het zou gewild had.”

Misschien nog erger dan eventuele afhankelijkheid zelf, zijn de insinuaties en samenzweringstheorieën die de politieke benoemingen oproepen. Op het publiek maakt de ideologische stempel die rechters dragen een weinig geloofwaardige indruk. Tel daarbij op de concurrentie tussen de 27 arrondissementen, die maar moeizaam samenwerken en elkaar soms zelfs tegenwerken, het ontbreken van externe controle op de magistratuur en de zich opstapelende onopgeloste misdrijven en het beeld van een falend justitie-apparaat is compleet. Als er een geschikt moment is waarop de regering veranderingen kan doorvoeren in de magistratuur dan is het nu, nu zo'n 90 procent van de Belgen zegt geen vertrouwen te hebben in het gerecht. Justitieminister De Clerck bestudeert al hoe promoties van magistraten objectiever kunnen. Magistraten zelf laten zich voorzichtig uit. “We willen niet vooruitlopen op wat er op het kabinet van de minister gebeurt”, zegt vrederechter Rollier, ondervoorzitter van de nationale commissie der magistratuur. “We zijn nog in de overdenkingsperiode.”

    • Birgit Donker