'Alles aan debat is voorspelbaar'

DEN HAAG, 21 SEPT. Ze spijbelen. Twee Kamerleden van twee verschillende partijen: de CDA'er Hans Hillen en de D66'er Guikje Roethof. Beiden zijn de algemene beschouwingen even ontvlucht, want wat zijn die saai dit jaar! Ze treffen elkaar in een van de gangen van het voormalige ministerie van justitie: de vleugel in het gebouw van de Tweede Kamer waar tegenwoordig de CDA-fractie is gehuisvest. Een gesprek over het debat dat maar geen debat wil worden.

Hillen: “De vraag is of we zo moeten doorgaan, want de algemene beschouwingen gaan nergens over. Dat is al jaren zo, niet alleen bij dit kabinet. Alles is voorspelbaar. Er wordt in het meest gunstige geval één motie aangenomen van twintig miljoen op een begroting van zo'n tweehonderd miljard gulden. En dan zeggen we nog dat we dapper zijn geweest.

“De discussies gaan niet over datgene wat er in het land werkelijk aan de orde is. We houden elkaar nauwlettend in de gaten. Als je wil meewerken aan het voorspelbare van de politiek, als je wil meewerken aan het idee dat de politiek geen boodschap heeft aan de maatschappelijke agenda en voor de mensen thuis niks meer te melden heeft, dan moet je met dit soort discussies doorgaan.

“Het is hopeloos. Je ziet ook dat de zaal niet meer vol zit. Terwijl alle andere vergaderingen deze week zijn afgezegd, zodat je echt vrij bent om de algemene beschouwingen bij te wonen, groepen steeds meer collega's van mij in de koffiekamer samen met een consumptie in de hand om over heel andere dingen te praten. Dat betekent dat ook zij ook de discussie niet interessant vinden. Maar als Kamerleden de politiek al niet meer interessant gaan vinden hoe moet het dan met de gewonen mensen?”

Het alternatief?

Hillen: “We zouden moeten proberen met elkaar over echte thema's te gaan praten. Politici zijn net als journalisten, we lopen allemaal in elkaars staart te bijten. We lopen allemaal in hetzelfde kringetje rond. We laten ons dicteren door de agenda van de bureaucratie. De agenda van Europa. En we durven nauwelijks onze eigen variaties daar op te spelen. Dat is zowel bij de regeringspartijen als bij de oppositie het geval.

“Het is echt armoedig in Nederland. Wij zijn bang. We zijn een handelsland, je maakt geen ruzie want dan loopt de klant weg. Ruziemaken in Nederland is heel slecht. We proberen zo dicht mogelijk bij elkaar te blijven en elkaar aardig te vinden. Het is de dood in de pot voor de politieke discussie.”

Roethof: “Ik vind dat Hans wel gelijk heeft. Met één nuancering: het huidige kabinet slaagt er veel beter in om in onderlinge samenhang politieke besluiten te nemen en vervolgens een opdracht aan de bureaucratie te geven dan het vorige. Bij vorige kabinetten sprak iedereen alleen voor zijn eigen departement en probeerde dat zo goede mogelijk af te grendelen. De enige plek waar je een tegenwicht kan bieden aan de vierde macht is in de ministerraad. Ook in fracties heb je altijd mensen die alleen opkomen voor hun eigen portefeuille. De fractievoorzitters kunnen over alles heen kijken. Dit kabinet slaagt er in om het proces om te draaien, en niet alleen slaafs de plannen uit de bureaucratie uit te voeren.”

Hillen: “Ik vind dit onzin. Bij D66 bestaat de neiging om dit kabinet als iets geheel nieuws in de geschiedenis te plaatsen. Als een kabinet dat dingen doet die nog nooit vertoond zijn en de totaaloverwinning op de ambtenaren heeft behaald. Dat is klets. Wat dit kabinet helpt, los van de economische groei, is dat ze besluiten voor zich uitschuiven. Zo kan ik ook prettig regeren. Het is een zomerkabinet waarvan ik hoop dat het nooit herfst wordt. Ze zijn na het wilde water van de afgelopen jaren op een stille plas aangekomen, drijven heerlijk uit, hebben een krat bier aan boord gehezen en roepen: 'jongens regeren is een feest'.”