Spel met ruzies en pseudo-ruzies

DEN HAAG, 19 SEPT. “IK vind dat een onheuse opmerking”, bitst D66-voorman G.J. Wolffensperger richting CDA-leider E. Heerma. Tien minuten na het begin van de Algemene Politieke Beschouwingen, gisteren, liggen de twee al met elkaar overhoop. De toorn van Wolffensperger richt zich op de suggestie van Heerma dat D66 het gezinspolitieke thema van het CDA niet serieus neemt. “Ik herinner me het gelach van verleden jaar nog”, zegt Heerma.

Enige tijd later, vlak na het begin van het betoog van Wolffensperger, is het opnieuw raak. Wolffensperger citeert Heerma. Die zou gezegd hebben dat 'paars' binnen twee jaar tijd heeft afgebroken wat er in generaties aan 'geborgenheid' is opgebouwd.

“Dat is een gotspe waarbij mij de klompen van de voeten vallen”, roept Wolffensperger. “Alsof het CDA in 1994 een heilstaat achterliet die door paars in twee jaar is verwoest.” (-) “Ik raad u aan eens te rade te gaan bij het magnum opus van minister Hirsch Ballin in de vorige kabinetsperiode. Dat situeert de oorsprong van het probleem van de cohesie in de samenleving toch op zijn minste enkele decennia eerder.”

De botsingen tussen CDA en D66, gisteren, waren frequent en fel. Ze raakten aan culturele thema's die de politiek steeds meer bezighouden en zich goed voor (algemene) beschouwingen lenen omdat ze niet meteen in wetgeving neerslaan: de rol van de overheid bij de bescherming van het gezin, de inrichting van de samenleving en de rol van maatschappelijke organisaties daarbij.

De woordenwisselingen tussen Heerma en Wolffensperger bleken heuse ruzies vergeleken met de speelse confrontaties op de andere as in de politiek, de economische. De voormannen van PvdA en VVD, traditioneel elkaars tegenpolen op dat terrein, maar tegenwoordig eendrachtig samenwerkend in één coalitie, maakten vrolijk met elkaar ruzie, zonder echt in conflict te raken.

Wallage kwam weer eens terug op het plannetje van Bolkestein om de vermogensbelasting af te schaffen. De PvdA-voorman greep het VVD-voornemen voor nota bene de volgende kabinetsperiode aan om pal te staan voor de belangen van de lage en middeninkomens. “De bovenste vier procent van de belastingbetalers mag haar koopkracht met 5.000 gulden per jaar verbeteren terwijl de modale werknemer maar net in de plus zit”, zei Wallage. “Onbegrijpelijk” vond hij dat.

Bolkestein sloeg meteen terug. Had Wallage's fractiegenoot R. van der Ploeg, onlangs niet voor een forse verlaging van het hoogste tarief gepleit? En Tony Blair dan, Wallage's politieke geloofsgenoot in Engeland? Die heeft zich gekeerd tegen een verhoging van het hoogste belastingtarief van veertig procent. “Blair passeert de VVD dus ruimschoots aan de rechterkant”, concludeerde Bolkestein om de hele discussie als “prematuur” af te doen.

Iets serieuzer was een woordenwisseling tussen de twee over vliegveld Beek. Daar moet een nieuwe landingsbaan komen, en het kabinet maakt al een tijd ruzie over nachtvluchten daar.

Bolkestein liet gisteren weten dat het kabinet de keuze aan de lokale overheden moet overlaten. “Ik hoor de nagalm van Randstedelijke arrogantie door de Kamer gaan”, reageerde Wallage. Daarmee herinnerde hij aan een eerdere discussie over Limburg, toen over de aanleg van de A73. Bij die gelegenheid had Bolkestein het kabinet Randstedelijke arrogantie verweten, omdat het de Limburgse autoriteiten een andere mening wilde opdringen.

Vervolgens gingen Bolkestein en Wallage vrolijk met elkaar in de clinch over de vraag wanneer centrale milieunormen nodig zijn. Is vliegen een lokaal probleem? Als het om laag vliegen gaat wel, als het om hoog vliegen gaat niet, zo bleek.