Plastic godin komt tot leven in 'Barbie'-musical

De nieuwe Nederlandse musical Carlie, waarin een op Barbie geïnspireerde pop de hoofdrol speelt, gaat volgende week dinsdag in de Haarlemse Stadsschouwburg in première. Robert Alberdingk Thijm (1965) schreef het script en de liedteksten. “Alles aan de poppen is showbiz.”

Op een dag in 1959 was ze er opeens. Sindsdien is zij, met haar geprononceerde boezem, ranke taille en lange benen het object van wereldwijde meisjesliefde. In veler ogen is zij de vrouw der vrouwen - ze is een godin. Ze heeft slechts één tekortkoming: ze is van plastic. Als Barbie een mens was, was ze volmaakt.

Het feit dat Barbie altijd een pop zal blijven, is voor Robert Alberdingk Thijm een belangrijk uitgangspunt geweest bij het schrijven van zijn als allegorie opgezette musical Carlie. In het op Barbieland geïnspireerde Carlieland, waar niet Barbie en haar vriendje Ken, maar Carlie en eeuwige verloofde Dan hun dagen doorbrengen, worstelen de poppen met hun plastic-zijn. Mensen van vlees en bloed te worden is hun hoogste streven.

Carlie lijkt op het eerste gezicht suikerzoet, zegt Robert Alberdingk Thijm, maar onder dat suikerlaagje schuilt volgens hem de tragiek: “Alles aan de poppen is plastic, hun verhoudingen, hun gevoelens, het is allemaal showbiz. Het zijn poppen in Plato's grot: ze hebben een beperkt perspectief, ze zijn gemaakt door De Firma die ze als een god aanbidden. De fabrikant staat zelf onder druk om te scoren, hij wordt min of meer geleefd door zijn eigen ambities. In de poppen zoekt hij perfectie, onsterfelijkheid, terwijl de poppen streven naar leven in plaats van geleefd worden.”

Carlie is Alberdingk Thijms debuut in het theater. Zijn eerste schrijversstappen zette hij bij de televisie toen hij nog rechten studeerde in Amsterdam. In 1990 meldde hij zich aan bij John de Mol Produkties waar hij de gelegenheid kreeg verschillende afleveringen te schrijven voor de komische serie In de Vlaamsche Pot. Na zijn studie volgden scenario's voor Meneer Rommel, De buurtsuper en Zeeuws Meisje, jeugd- en tragi-komische series geregisseerd door zijn vriend Norbert ter Hall met wie hij inmiddels ook de speelfilm Bijlmer Beauty voorbereidt.

Het idee om een theatertekst met Barbie als centrale figuur te schrijven kwam van Joep Onderdelinden, de acteur die nu naast Joke de Kruijf de hoofdrol speelt in de door Victor van Swaay geregisseerde musical.

“We dachten aanvankelijk aan een lunchpauzevoorstelling, of desnoods een minimusical voor de Parade. Het moest een kleinschalige grap blijven, maar dat liep uit de hand toen we bij producent Bergen terecht kwamen. Al gauw bleken veel schouwburgen belangstelling te hebben voor een musical over de Barbiepop, hoewel ik nog geen letter op papier had staan.

“Een tijd was ik huiverig eraan te beginnen omdat je op poppen na een poosje uitgekeken raakt. Voor je het weet verzand je in meligheid. Theater drijft op contrast, het idee om er mensen tegenover te zetten gaf me meer mogelijkheden. We konden in de decors bijvoorbeeld met schaalvergroting werken: door de fabrikant achter een gigantisch bureau te laten zitten worden de poppen echte poppetjes. Er is ook een tegenstelling tussen de grauwe kale studio waar het verhaal zich afspeelt en de poppensets die in een roze wolk zijn gehuld.”

De musical is niet speciaal voor moeders en dochters bedoeld, mannen kunnen zich er ook in herkennen, gelooft hij: “De strijd tussen Dan, die man wil worden, en Big Bill, de studiobewaker op wie Carlie verliefd raakt en die een echte man is, is typische jongetjesproblematiek.

“In een musical kun je onbeschaamd sentimenteel zijn. Het personage kan zijn hart volledig uitstorten in een liedje, in een dialoog mag dat niet op die manier. Het slotduet van Carlie en Big Bill die voor het eerst de kleur van elkaars ogen zien is een heerlijke smartlap. Toen ik aan Carlie begon heb ik onmiddellijk Writing the Broadway Musical gekocht. Les 1 is: begin nooit met een romantische solo of romantisch duet, maar het eerste dat ik deed om de schouwburgdirecteuren te prikkelen was zo'n solo maken voor Carlie.”

Behalve het script schreef Robert Alberdingk Thijm in totaal negentien liedteksten waarvan er zestien door Edwin Schimscheimer op muziek gezet zijn. Niet eerder waagde hij zich aan liedteksten waar de melodieën nog bij gemaakt moesten worden. “In het begin was ik verkrampt, dan zong ik er een melodie bij, pas later kon ik die loslaten. Coot van Doesburgh, die zelf liedjes schrijft, adviseerde me korte zinnen te maken en in driekwartsmaat te schrijven. Ik heb in metrum geschreven, de zinnen zijn eigenlijk jambische hexameters.”

Hij noemt het een 'kick' als hij nu zijn tekst hoort zingen, toch zal hij voorlopig niet aan een nieuwe musical beginnen. Het filmscenario wacht, misschien volgt later nog eens een toneelstuk. Hoewel hij zich tot nog toe op het lichte genre heeft toegelegd, gaat zijn voorkeur niet per se uit naar een komedie: “Bij het schrijven van een komedie trek je het harnas van de humor aan, bij een tragedie moet je dat harnas uitdoen en meer uit persoonlijke beleving schrijven. Ik vind het een logische ontwikkeling dat je eerst een komedie schrijft en dan een tragedie.”

Carlie, tournee t/m 29/3. Inl 020-6269991