Peres wordt een soort Carter

TEL AVIV, 19 SEPT. Shimon Peres (73) zal nog tot juli volgend jaar aanblijven als leider van de Arbeidspartij, maar in het jaar 2000 geen kandidaat meer zijn voor het premierschap. Hij heeft dat gisteren aangekondigd in een radio-interview, maar zei wel dat hij “zich niet zal terugtrekken uit de strijd voor de vrede. Men kan een heleboel doen zonder premier te zijn.” Peres wil met andere woorden een Israelische Jimmy Carter worden.

In een eergisteren verschenen rapport van het zeer geachte Knesseth-lid Sheva Weiss wordt vooral de leiding van verkiezingscampagne van de Arbeidspartij verantwoordelijk gesteld voor de nederlaag in mei. Met name wordt haar “de arrogante, kleinerende en minachtende houding” verweten, waarmee Netanyahu werd bestreden. De voor Peres ongunstige voorspellingen van de opinie-onderzoekers zouden niet serieus zijn genomen, omdat men er automatisch van uitging dat Peres en de Arbeidspartij de verkiezingen zouden winnen. In het rapport wordt Peres maar een heel klein beetje aangevallen. Hij zou “te aardig” zijn geweest en te veel beslissingen aan zijn campagne-medewerkers hebben gedelegeerd. Maar dat kon ook moeilijk anders omdat hij als premier en minister van Defensie al genoeg aan zijn hoofd had.

De belangrijkste conclusie van het rapport-Weiss is dat de medewerkers van Peres elkaar bevechtende 'sterren' waren. Onuitgesproken bleef het feit dat de Arbeidspartij, die de ideologie van vroeger heeft verloren, 'de Partij van de Arrogantie' is geworden. Zij vindt het gewoon niet nodig haar achterban uit te leggen wat zij precies wil of van plan is.

Ook Peres vertoonde de afgelopen dagen dat gedrag. Toen hem eergisteren bij de presentatie van het rapport-Weiss werd gevraagd of hij zich over vier jaar kandidaat zou stellen voor het premierschap, zei hij geïrriteerd dat hij “op de geëigende tijd” zijn beslissing bekend zou maken. In het radio-interview van gisteren weigerde hij in te gaan op de vraag of hij en Rabin inderdaad zich bereid hadden verklaard volledig tegemoet te komen aan de territoriale eisen van de Syriërs. Deze, voor de kiezers toch niet oninteresante kwestie ging, aldus Peres, de interviewer niets aan.