Partijen van etnische tolerantie falen; Nederlaag oppositie in alle delen van Bosnië

SARAJEVO, 19 SEPT. De nationalistische partijen van de drie bevolkingsgroepen in Bosnië, die gisteren de drie zetels in het Bosnische staatspresidium in de wacht sleepten, lijken ook de verkiezingen voor de diverse Bosnische parlementen te hebben gewonnen. De gematigde oppositiepartijen zijn er bij de zaterdag gehouden verkiezingen niet aan te pas gekomen.

Het parlement van de Bosnische Republiek, waarin de moslims en de Kroaten tweederde van de zetels krijgen en de Bosnische Serviërs éénderde, zal worden gedomineerd door de drie grote nationalistische partijen, de Partij van Democratische Actie (SDA) van de moslims, de Kroatische Democratische Gemeenschap (HDZ) van de Kroaten en de Servische Democratische Partij (SDS) van de Serviërs, zo blijkt uit de eerste voorlopige uitslagen, gebaseerd op tweederde van de stemmen.

In de strijd om de zetels die de moslims en de Kroaten zijn voorbehouden lijkt de SDA van president Izetbegovic een absolute meerderheid in de wacht te slepen: ze staat op 55,4 procent van de stemmen, op ruime afstand gevolgd door de Kroatische HDZ (23,4 procent van de stemmen). De gematigde oppositiepartijen, de SBiH (Partij van Bosnië en Herzegovina) van oud-premier Haris Silajdzic en de Gezamenlijke Lijst, liggen met 8,6 en 7,1 procent ver achter. Deze twee partijen maken zich sterk voor een vreedzaam naast elkaar bestaan van de etnische groepen in een Bosnische eenheidsstaat.

In de strijd om de Servische zetels in het Bosnische parlement staat de extreem-nationalistische SDS (de partij die tot voor kort door Radovan Karadzic werd geleid) op grote voorsprong: 53,9 procent, gevolgd door de SDA met 20,7 en de Alliantie voor Vrede en Vooruitgang (SMIP) met 12,1 procent.

De kiezers van Bosnië kozen zaterdag ook voor de twee parlementen van de territoriale gebieden waarin het land is verdeeld, de moslim-Kroatische federatie en de Servische Republiek. Volgens de nog voorlopige uitslagen worden de krachtsverhoudingen in deze twee parlementen vergelijkbaar met die in het nationale parlement: de SDS gaat het parlement van de Servische Republiek domineren (ze staat op 62,6 procent van de stemmen), de SDA en de HDZ dat van de federatie. Ook in deze twee deelstaatparlementen komt de gematigde oppositie van de SBiH en de Gezamenlijke Lijst er niet aan te pas.

In de strijd om het presidentschap van de Servische Republiek kan SDS-kandidate Biljana Plavsic met voorlopig 66,2 procent van de stemmen de zege niet meer ontgaan. De gematigde oppositiekandidaat Zivko Radisic ligt met 16,3 procent ver achter.

Gisteren werd duidelijk dat president Izetbegovic van de SDA, Momcilo Krajisnik van de SDS en Kresimir Zubak van de HDZ de drie zetels van het Bosnische staatspresidium hebben veroverd en dat Izetbegovic daarin het voorzitterschap bekleedt. Uiteindelijk bleek zijn voorsprong op zijn Servische rivaal Krajisnik maar heel klein: 729.034 tegen 690.373 stemmen. Krajisnik kwam dus 40.000 stemmen te kort. Hij liep het voorzitterschapo mis door het grote aantal stemmen dat in de Servische Republiek werd uitgebracht op zijn rivaal Mladen Ivanic: 305.803, 31 procent van het totale aantal in de Servische Republiek uitgebrachte stemmen. Ivanic vertegenwoordigde een partij die de steun geniet van de Servische president Milosevic.

De zege van Izetbegovic werd gisteren in Sarajevo uitbundig gevierd door aanhangers van de president. Izetbegovic zelf noemde de eenheid van Bosnië zijn belangrijkste prioriteit. Later, tijdens een persconferentie, beklaagde hij zich opnieuw over onregelmatigheden en fraude bij de verkiezingen in de Servische Republiek.

Velibor Ostojic, vice-premier van de Servische Republiek, noemde de zege van Izetbegovic “het resultaat van manipulatie”. De overwinning, zei hij, is te danken aan de stemmen van de Bosnische vluchtelingen in het buitenland. Volgens Ostojic zal Krajisnik als Servisch lid van het staatspresidium het functioneren van dit hoogste staatsorgaan van Bosnië “niet saboteren en niet afremmen”. De SDS-vertegenwoordigers, zei hij, zullen “geen beleid voeren dat tot afscheiding [van de Servische Republiek] leidt”. Maar ze zullen ook “geen enkele beslissing accepteren die leidt tot de herintegratie van Bosnië”. De eerste prioriteit van de Serviërs is “het consolideren van de vrede en het dwarsbomen van de krachten die de oorlog willen hervatten”. Als “strategische prioriteiten” noemde Ostojic “de versterking van de Servische Republiek binnen het kader van Dayton en de opheffing van de sancties tegen Joegoslavië”.

De Kroatische vertegenwoordiger in het nieuwe staatspresidium, Kresimir Zubak, zei gisteren de toepassing van het akkoord van Dayton als zijn “belangrijkste morele en politieke plicht” te beschouwen. Hij vond de zege van Izetbegovic “niet helemaal wettig”, maar weigerde in details te treden omdat hij Izetbegovic' verkiezing niet “tot een object van polemiek” wil maken en omdat hij “niet bij voorbaat moeilijkheden wil maken”. (AFP, Reuter, AP)