Op plateauzolen terug naar de kerk

Religie is in. De trendorakels hebben het ons al jaren geleden voorspeld. Toch hebben veel mensen moeite om de hernieuwde belangstelling voor spiritualiteit te plaatsen. Zo'n ontwikkeling moet in elk geval niet beschouwd worden als een modeverschijnsel.

De mode werd in vroeger jaren elk seizoen vanuit Parijs voorgeschreven. Oppervlakkig bekeken grillige dictaten van rok- en haarlengten die slaafs opgevolgd dienden te worden. Hierdoor heeft het woord over het algemeen een negatieve bijklank. Onterecht want bij nadere bestudering blijkt dat veel van die modegrillen vaak niet uit de lucht komen vallen, maar zijn te herleiden op brede maatschappelijke ontwikkelingen. Mode is een redelijk betrouwbare graadmeter van wat er zich op maatschappelijk vlak afspeelt, en bovendien een alleraardigst expressie-middel voor de menselijke ziel.

De laatste tijd komen de modegrillen allang niet meer uitsluitend uit Parijs. De moderne individualistische consument stelt zich open voor invloeden uit alle uithoeken van de wereld. Een leger marketingdeskundigen en stilisten brengt deze consumptie-patronen en wensen in kaart, en adviseert bedrijven hoe ze daarop in kunnen spelen. Mode als verkoopbevorderend argument. Voor buitenstaanders inmiddels een nauwelijks nog te volgen dolgedraaide carrousel van grillen en rages.

Nu is de plotselinge heropleving voor religieuze zaken van een geheel andere aard. In tegenstelling tot de kortlopende, vaak seizoensgebonden grillen van de mode behoort dit fenomeen tot de algemeen maatschappelijke ontwikkelingen, van waaruit vrijwel alle modes in ons gedrag ontstaan. Deze maatschappelijke ontwikkelingen, of trends, bewegen zich in langzame golfbewegingen voort, door decennia heen. Die golfbewegingen worden op hun beurt gestuurd door het beginsel van actie-reactie principe of door maatschappelijke gebeurtenissen of revoluties. De plateauzolen en plastic opblaasstoelen uit de jaren zestig mogen op dit moment weer helemaal terug in het modebeeld zijn, dat betekent nog niet dat we met bloemen in ons haar de seksuele revolutie nog eens dunnetjes over gaan doen.

Vanuit ditzelfde principe valt ook onze hang naar spiritualiteit te verklaren. Zij vormt de logische reactie op het ik-tijdperk van de jaren tachtig, waarin geld verdienen en carrière maken centraal stonden. We dachten dat alles vanuit een wetenschappelijk en economisch principe verklaarbaar was. Toch hadden steeds meer mensen het gevoel dat er iets ontbrak in hun leven. Zij gingen op zoek naar een manier om hun bestaan inhoud en diepgang te geven. De wat meer modieuze types vinden dat in oosterse spiritualiteit, maar veel mensen voelen zich aangesproken door het vertrouwde beeld en de sfeer van de katholieke kerk.

Het is niet zo verwonderlijk dat deze rationele en geëmancipeerde verloren schapen in eerste instantie niet zo geïnteresseerd zijn in de onveranderd conservatieve boodschap van de R.K.-kerk. Dat verklaart meteen waarom de nieuwkomers doorgaans een beetje argwanend bekeken worden.

We moeten dus niet raar opkijken als dezelfde meisjes die vorige zomer nog op zware schoenen onder lange rokken rondliepen, deze zomer op plateau-zolen en in strakke truitjes het meditatie-centrum uit komen wankelen. Want het zoeken naar spiritualiteit in ons door consumentisme verschraalde bestaan zal nog wel even voortduren, terwijl ondertussen het straatbeeld verlevendigd zal blijven door de wisselende grillen van de mode.