'Nieuw Zeeland is te klein voor toptennis'

Het Nederlandse tennisteam speelt vanaf morgen in Haarlem een Davis-Cupwedstrijd tegen Nieuw Zeeland. De gevaarlijkste tegenstander is Brett Steven.

HAARLEM, 19 SEPT. Brett Steven is hooguit voor vijftig procent fit, vertelde hij journalisten in Nieuw Zeeland voor zijn vertrek naar Nederland. De laatste set die hij won was op zaterdag 29 juni, tegen Richard Krajicek in de derde ronde van Wimbledon. De laatste wedstrijd die hij speelde was bij de Olympische Spelen in Atlanta. Hij was met zijn hoofd al ergens anders en verloor van de Fransman Arnaud Boetsch.

“De avond voor die wedstrijd belde mijn vrouw”, vertelde de 27-jarige Steven deze week in Haarlem. “Ze was 34 weken zwanger, maar de vliezen waren gebroken. In het ziekenhuis slaagden ze er in de bevalling drie dagen uit te stellen. Ik was net op tijd thuis voor de geboorte van mijn zoon. Hij heet Ryan.”

Steven nam ouderschapsverlof. “Ik wilde thuis blijven om te helpen. En we wisten niet hoe lang de baby in het ziekenhuis moest blijven. Dat duurde uiteindelijk vier weken. Bovendien kreeg ik last van een virusinfectie. Daardoor kon ik afgelopen week pas voor het eerst weer trainen.”

Steven hoopt dat zijn vaderschap hem niet al te veel problemen gaat opleveren. “Op de een of andere manier moet ik het combineren met tennis, want ik heb nog niet genoeg verdiend om te kunnen stoppen. Mijn vrouw reisde de laatste vier jaar met me mee, maar ze zal nu vaker thuis blijven. We zijn voor de baby ook weer verhuisd van Bermuda, waar je geen belasting betaalt, naar Auckland.”

Hij verwacht niet veel van de wedstrijd tegen Nederland. “Na die nederlaag tegen India zijn de Nederlandse spelers gebrand op een goed resultaat. Toch zijn we niet gekomen om alleen als trainings-partners te fungeren. Dit is al het vierde achtereenvolgende jaar dat we proberen ons te kwalificeren voor de wereldgroep.”

Nieuw Zeeland verloor de afgelopen jaren promotiewedstrijden tegen Oostenrijk, Australië en Zwitserland. Het team slaagt er ieder jaar in de zone-wedstrijden in Azië/Oceanië te winnen - dit keer tegen China en Zuid-Korea. Toch heeft het land niet meer het potentieel om door te dringen tot de wereldgroep met de beste zestien landen. De laatste mogelijkheid dateert uit 1993, toen voormalig top-50-speler Kelly Evernden in zijn nadagen een matchpoint had in de beslissende wedstrijd tegen Oostenrijk. Hij verloor in vijf sets van Alex Antonitsch.

“Het is frustrerend”, geeft Steven toe. “En het is ook vervelend voor de ontwikkeling van het tennis in Nieuw Zeeland. Bij ons is het publiek vooral geïnteresseerd in teamsporten. Alleen Davis-Cupwedstrijden krijgen aandacht, gewone toernooien veel minder.”

Nieuw Zeeland telt 3,5 miljoen inwoners. Sportief succes wordt vooral geboekt door het nationale rugbyteam, de All Blacks, het cricketteam en de zeilers. De All Blacks stonden bij het wereldkampioenschap in 1995 in de finale. De zeilers wonnen in hetzelfde jaar de America's Cup. “Rugby is de sport in Nieuw Zeeland, zoals voetbal in Nederland. Het succes is te danken aan een traditie van meer dan een eeuw, waardoor er altijd uitstekende coaches zijn. En het helpt dat er maar zes landen zijn waar ze goed kunnen rugbyen. Aan zeilen valt niet te ontsnappen. Nieuw Zeeland bestaat uit twee eilanden. Bijna iedereen heeft een boot. Auckland heet niet voor niets de City of Sails.”

Steven ging tennissen omdat zijn ouders het deden. “Tennis is in Nieuw Zeeland een sociaal gebeuren. Mijn vader en moeder brachten ieder weekeinde door op de tennisclub.” Hij speelde vooral op kunstgras, ingestrooid met zand. “Het regent vaak. Kunstgras is ideaal omdat je er meteen na een bui weer op kan tennissen.”

Steven is een gedegen top-vijftig speler die nu 81ste staat op de ranglijst. Hij won dit jaar in de derde ronde van de Australian Open van Siemerink, maar moest deze zomer in Rosmalen een revanche toestaan. Op Wimbledon was hij dit jaar de enige tennisser die een set won tegen Krajicek. Hij speelt service-volley, is atletisch, snel en mentaal sterk, oordeelde de Nederlandse coach Stanley Franker deze week. Maar Steven beschikt niet over een wapen, hij heeft niet de service van Krajicek.

Steven heeft het probleem dat Nieuw Zeeland steeds maar één goede speler heeft, terwijl een Davis-Cupteam minimaal twee toppers moet hebben om ver te komen. “In 1982 haalde Nieuw Zeeland de halve finale”, vertelt bondscoach Jeff Simpson, die coach is geweest van Ivan Lendl. “Toen speelden Chris Lewis en mijn broer Russell. In 1989 hebben we nog een keer gewonnen van Joegoslavië met in het team Ivanisevic, Prpic en Zivojinovic. Toen was Brett een opkomend talent en speelde Evernden mee.”

Maar de laatste jaren kan hij alleen op Steven steunen. “We slagen er wel in jongeren op te leiden tot goede junioren”, zegt Simpson. “Maar met de volgende stap hebben ze moeite.” Hij moet morgen voor zijn tweede enkelspelpartij een beroep doen op de 23-jarige Alistair Hunt of de 21-jarige Steven Downs. Die hoorden als junior bij de beste tien in hun leeftijdscategorie, maar hebben de overstap naar het internationale circuit niet kunnen maken. Ze worstelen in zogenoemde sateliettoernooien. Ze hebben bijvoorbeeld minder internationale ervaring dan Peter Wessels, die aan het Nederlandse team is toegevoegd als hitting-partner voor de trainingen.

“Onze spelers moeten iedere keer op reis om ervaring op te doen”, zegt Simpson. “Ze moeten naar Europa of naar de Verenigde Staten, ver van huis.” Simpson kijkt iedere keer weer verbaasd naar het lef en de arrogantie waarmee Amerikaanse junioren hun debuut maken in internationale toernooien. “Die hebben helemaal geen last van de omstandigheden, die Amerikaanse jongens zijn er heilig van overtuigd dat ze kunnen winnen en moeten winnen. Misschien is Nieuw Zeeland te klein, zijn we geïmponeerd door de grote buitenwereld.”