Koreanen doden zeven infiltranten

KANGNUNG, 19 SEPT. Het Zuidkoreaanse leger heeft afgelopen nacht en vanochtend tijdens een massale klopjacht in totaal zeven 'infiltranten' uit Noord-Korea doodgeschoten. Zij maakten deel uit van een groep van mogelijk meer dan twintig Noordkoreanen die gisteren met hun onderzeeboot strandden aan de oostkust van Zuid-Korea bij Kangnung, even ten zuiden van de grens.

Gisteren werden de lijken van elf Noordkoreanen gevonden op vijf kilometer afstand van de onderzeeboot, die op een rif was gelopen.

Het incident, het ernstigste sinds de jaren zestig, heeft geleid tot hoog oplopende spanning in Zuid-Korea. Tienduizenden soldaten en politieagenten zijn ingezet om te zoeken naar opvarenden die zich aan land schuil hebben weten te houden. De Zuidkoreaanse president, Kim Young-sam, zei dat de gebeurtenissen “niet simpelweg kunnen worden beschouwd als een geval van spionage”, maar dat het gaat om “militaire provocatie”.

De elf mensen die gisteren dood werden aangetroffen, waren in burger en waren door het hoofd geschoten. Een twaalfde man, die gevangen werd genomen, zou volgens sommige berichten hebben verklaard dat de onderzeeboot machinepech had gekregen. Aan boord zouden behalve zeven bemanningsleden zeker dertien leden zijn geweest van een speciaal commando, getraind in infiltratie. In de onderzeeër werden wapens, patronen en handgranaten gevonden.

Over het precieze aantal opvarenden bestond vanmiddag nog onduidelijkheid. Bij twee verschillende vuurgevechten in de buurt van Kangnung werden afgelopen nacht zes infiltranten gedood. Later deelde het minister van Defensie mee dat bij een nieuwe confrontatie een zevende Noordkoreaan was doodgeschoten.

Noord-Korea heeft gisteren geweigerd een formele protestverklaring te aanvaarden van het door de Amerikanen geleide VN-commando in Zuid-Korea. (AFP, Reuter)