Ik kan nog een broek gebruiken

De schaker Hans Ree, grootmeester, kreeg honderd gulden van NRC Handelsblad en toog naar het casino. Hij begon aan de roulette-tafel en beproefde vervolgens zijn geluk met het kaartspel blackjack. Met ruime winst ging hij weer naar huis. De Vlaamse tekenaar Herr Seele probeerde fortuin te maken met tweeduizend Belgische franken. Hij bezocht een automatenhal. Noch het paardenkoersapparaat, noch de fruitautomaat was hem gunstig gezind.

Ik hou niet van spelletjes, want ik verlies graag. Spelletjes en spelen zijn tijdsverlies.

In Italië ben ik eens, met een vrouw en een man, naar de paardenkoersen geweest. Het enige wat ik me daarvan herinner, is dat ik er niets van begreep en dat ik een klein, keihard Toscaans sigaartje rookte.

Ik heb enkele boeken over gokken gelezen: Fu Mattia Pascal van Pirandello en De Speler van Dostojevski. De film van Scorsese, Casino, was zeer slecht.

Een paar jaar geleden woonde ik in een huis in Oostende, op vijftig meter van de paardenwedrennen. Als ik zat te tekenen op zondag, steeg af en toe gejuich op, dan was het weer stil. Een stem zei namen door een microfoon. Dat was sfeervol. Ik ben even op het veld geweest, met mijn vader, die er gokkers kende. Ik wilde wel even twintig frank inzetten, maar ik wist niet goed hoe ik moest spelen. Nu kan men er niet spelen, want het kan enkel in juli en augustus.

Als dertienjarige maakte ik een schilderij over kaartspelers. Drie mannen en een vrouw zitten 's nachts te kaarten. De vrouw heeft twee aangezichten. De psychologie van de gezichten is heel goed. Recht tegenover het huis waar ik nu woon was een gokkantoor. Ik bekeek vaak mannen die binnengingen en ik zei vriendelijk goeiedag tegen de ferme bazin. Nu is er een frituur gekomen, daar gokken mensen met hun gezondheid. Een spannende bezigheid en het doet me denken aan de Schilderwerken van Edward Hopper. Het nachtelijke schijnsel en het spannende bestaan van immobiele mensen.

In de Bijbel wordt gegokt bij Christus aan het kruis. Gokken is de grootst mogelijke tegenstelling met het religieuze. Tweeduizend frank zal ik proberen te vermeerderen, vanaf nu, in Oostende. Ik zou nog wat kunstboeken kunnen gebruiken of een nieuwe broek.

Wie onder de zon loopt krijgt één schaduw, maar in het nachtelijke leven zijn vele schaduwen. Ik ga met grote tegenzin en met Ines, mijn echtgenote, naar de Langestraat in Oostende. In een grote zaal vol speelautomaten is een afdeling voor mensen ouder dan 18 jaar. Daar staat een elektronisch paardenkoersapparaat waaraan wij ons zetten. Ik begrijp er niets van en duw willekeurig enkele toetsen in. Na enkele minuten hebben we 200 franc verloren.

Ik probeer nu de fruitautomaat. Het is een machine die stillevens met fruit maakt. In één uur tijd verlies ik 1800 frank.

Ik maak me niet kwaad op de nerveuze machine, een computer wellicht, slecht voor de ogen. Ik zal waarschijnlijk nooit meer gokken.