Huiszoeking bij tweede optiehandelaar Bols

AMSTERDAM, 19 SEPT. Justitie blijkt ook bij een tweede optiehandelaar, een 33-jarige man uit Hoofddorp, op 2 september huiszoeking te hebben gedaan in het kader van haar onderzoek naar handel met voorkennis in aandelen van het drank- en voedingsmiddelenconcern BolsWessanen.

Dit heeft de advocaat van de optiehandelaar, mr. W. de Jong van het Amsterdamse kantoor Derks Star Busmann Hanotiau, vanochtend desgevraagd bevestigd. Vorige week lekte uit dat op 2 september huiszoeking was gedaan bij een 34-jarige optiehandelaar in Zandvoort en bij diens 43-jarige broer in Wassenaar. Daarmee werd voor het eerst bevestigd dat Justitie haar onderzoek naar handel met voorkennis BolsWessanen uitstrekt tot het hart van de optiehandel: de beursvloer.

De optiehandelaar uit Hoofddorp ontkent volgens zijn raadsman elke betrokkenheid bij handel met voorwetenschap. Zijn advocaat heeft het Openbaar Ministerie op 2 september gevraagd de optiehandelaar niet te arresteren. De optiehandelaar zou voor Justitie helemaal niets te verbergen hebben. De advocaat heeft het Openbaar Ministerie aangeboden geheel vrijwillig met zijn cliënt naar het politiebureau te komen om verhoord te worden. Tot nog toe heeft hij geen enkele reactie ontvangen van de officier van justitie. Het arrondissementsparket in Amsterdam weigerde vanmorgen ieder commentaar in het belang van het onderzoek.

De optiehandelaar uit Hoofddorp wil zèlf geen commentaar geven op de huiszoeking en de verdenking dat hij betrokken is bij handel met voorkennis in aandelen BolsWessanen. Hij spreekt van “een heksenjacht van Justitie die de naam van de Optiebeurs geen goed doet”.

Zijn advocaat merkt op dat hij als optiehandelaar de gehele dag in van alles en nog wat handelt, ook in BolsWessanen. “Op een gegeven moment ontstaat de indruk dat zo'n optiehandelaar hoort bij die groep van 15 of 20 mensen (ik weet niet precies hoeveel) van wie Justitie zou vermoeden dat ze met voorkennis hebben gehandeld.”

Justitie houdt er bij haar onderzoek rekening mee dat een netwerk van 10 à 15 personen betrokken is bij de voorkennisaffaire, zo valt op te maken uit uitlatingen van de vijf verdachten die tot nog toe zijn aangehouden en overigens al weer zijn vrijgelaten. Mr. De Jong wil niet zeggen of zijn cliënt de vijf verdachten kent.

De Jong vindt het logisch dat zijn cliënt de andere verdachte optiehandelaar kent bij wie ook huiszoeking is verricht. “Ze staan de gehele dag naast elkaar in de pit (van de Optiebeurs -red) Neem maar aan dat ze elkaar kennen.” Beide optiehandelaren vertonen grote overeenkomsten. Beiden zijn in 1962 in Den Haag geboren. Beiden hebben op hetzelfde adres gewoond in Zandvoort, op het Burgemeester Van Fenemaplein 2, in dezelfde straat waar ook de verdachte BolsWessanen-directeur jaren geleden woonde.

Mr. De Jong wil evenmin zeggen hoeveel opties de handelaar uit Hoofddorp heeft verhandeld in de periode waarop het Justitieel onderzoek betrekking heeft. Het onderzoek van Justitie richt zich op de periode van januari tot september 1994 en van januari tot en met juli 1995, met name op 3 juli 1995. Toen werd extreem veel gehandeld in put-opties BolsWessanen, waarmee beleggers speculeren op een koersdaling. Op 4 juli daalde de koers fors nadat BolsWessanen die dag de winstverwachting naar beneden had bijgesteld en konden de speculanten die de dag ervoor put opties hadden gekocht, flinke winsten incasseren.

Advocaat De Jong van de optiehandelaar uit Hoofddorp kan niet zeggen hoeveel put opties zijn client die bewuste 3 juli heeft gehandeld. De Jong wijst wel op de nadelige gevolgen van het justitieel onderzoek voor het bedrijf van zijn cliënt. “Het is een eenmansbedrijf. Mocht hij straks door Justitie worden opgepakt en vastgehouden dan ligt zijn onderneming stil, met alle gevolgen van dien.”