Het geld brandt in de broekzak

De stichting AGOG verleent hulp aan gokverslaafden door gespreksavonden met anonieme deel- nemers te organise- ren. Hoe je stopt met gokken? “Door het niet meer te doen.”

Ineens was er een stemmetje. Het kwam van binnen. Dat stemmetje zei tegen Henk: probeer eens vijf gulden. Henk: “En toen zei ik niet: lazer op, stemmetje”.

De muntstukken verdwenen in een gleuf. De fruitautomaat maakte uitnodigende geluiden. Henk was verkocht.

Nu, twee weken later, op een dinsdagavond, zit hij aan een langwerpige tafel in een omgebouwde winkel in Dordrecht. Hij weet de aandacht van acht mannen en één vrouw op zich gericht. Henk zegt tegen de groep: “Mijn excuses dat ik na een jaar toch weer heb gegokt.”

Ze weten wat Henk voelt. Gokverslaafd waren ze allemaal en misschien zijn ze dat nog wel. Gespreksleider Ron Bellaard bijvoorbeeld heeft “vijftien jaar gegokt en verloren”. In het geheim, zijn vrouw wist van niets. “Ik ben vreemd gegaan met die fruitautomaat.” Hoe hij van het gokken is afgekomen? “Door het niet meer te doen.”

De financiële problemen waarmee hij gaandeweg te kampen had gekregen, de fraude die hij pleegde om aan geld te komen en de belangstelling die justitie daardoor voor hem kreeg, hielpen een handje. Bellaard volgde bij het Boumanhuis in Rotterdam de cursus Stoppen met gokken. In zes weken werd hem duidelijk dat zo maar ophouden niet voor elke gokverslaafde een eenvoudige stap is.

Sindsdien, dat wil zeggen sinds mei 1994, houdt Bellaard zich bezig met de opvang en begeleiding van gokverslaafden. Aanvankelijk als vrijwilliger; sinds kort werkt hij als banenpooler bij de Stichting AGOG. AGOG staat voor 'anonieme gokkers en omgeving gokkers'. Consultatiebureaus voor alcohol en drugs verwijzen gokverslaafden dikwijls door naar de AGOG. Ook de stichting Holland Casino's adviseert haar klanten naar de AGOG te gaan als andere methoden - een vrijwillig gekozen entreeverbod bijvoorbeeld - niet afdoende zijn.

AGOG gaat te werk volgens de “zelfhulpmethodiek”, zegt Bellaard. Door wekelijks met lotgenoten te praten, moet de gokker van zijn verslaving afkomen. De gespreksleider moet aan ten minste één voorwaarde voldoen: zelf gokverslaafd zijn geweest. Het mooiste is als elke gespreksgroep zelf weer een nieuwe gespreksleider voortbrengt, vindt hij. “De groep zorgt voor sociale controle. Je hoort mensen zeggen: ik had een prikkel om te gaan gokken, maar ik dacht: dat kan ik tegenover de groep niet maken.”

De mannen die deze avond in Dordrecht bijeen zijn kennen allen dezelfde verslaving: de fruitautomaat. Tachtig tot negentig procent van de gokverslaafden is aan dit apparaat verslingerd. De enige vrouw in het gezelschap vond, net als haar echtgenoot, “roulette zo leuk”. Ze heeft gekozen voor een vrijwillig casinoverbod. In het vroegere winkelpand ligt een stapeltje Suske en Wiske-stripboeken: De Gekke Gokker. Menig gokverslaafde herkent zich in de maniakale gokker die Lambik in dit verhaal is. Een kamer verder praten twee vrouwen deze avond met elkaar. Zij vertegenwoordigen de tweede lettergreep van AGOG: partners van gokkers die onder het gedrag van hun verslaafde echtgenoot te lijden hebben.

De sfeer oogt ontspannen. Desgevraagd vertellen de (ex-)gokverslaafden hoe het met hen gaat. Zoals ze ook elke week moeten vertellen of ze nog hebben gegokt. Bijna allen blijken ze te kampen met fysieke of sociale problemen.

De Haagse psychologen P. Meulenbeek en J. Gorter, werkzaam bij het Centrum Verslavingszorg Zeestraat, stelden bij een recent onderzoek vast dat veel gokverslaafden psychische of emotionele klachten hebben. Van de gokverslaafden die om hulp kwamen aankloppen, zei zes procent kort daarvoor een zelfmoordpoging te hebben gedaan. Depressief voelde 42 procent zich en gespannen of angstig 50 procent.

Het ontvluchten van problemen is vaak een reden om te gaan gokken. In het Epidemiologisch Bulletin van deze maand melden Meulenbeek en Gorter dat gokverslaafden dikwijls de vaardigheid missen om persoonlijke of emotionele steun te zoeken en vaak liegen over hun gedrag. Gokverslaafden moet worden aangeleerd over hun problemen te praten, zoals ze ook moeten leren met geld om te gaan en hun vrije tijd goed te besteden. Sociale ondersteuning is volgens de psychologen van belang: familie en/of partners moeten bij de behandeling worden betrokken. Ook groepsgesprekken kunnen voor deze steun zorgen, “waarbij herkenning van het gokprobleem en leren van elkaar belangrijke elementen zijn”.

De anonieme gokkers in Dordrecht horen van Rob dat hij een waardeloze week achter de rug heeft, hij is “lek gestoken” in het ziekenhuis. Maar, zegt Rob, “met het gokken gaat het hartstikke goed: ik doe het niet”. Jan heeft helemaal geen tijd om aan gokken te denken. Gelukkig heeft hij nu hulp bij zijn schuldsanering. Jammer is wel dat de sociale dienst hem geen toestemming geeft buiten zijn woonplaats vrijwilligerswerk te doen.

Erik is inmiddels vijftigplusser. Hij zit tien jaar in de WAO en heeft gisteravond te horen gekregen dat hij ook nog suikerziekte heeft. “Ik zat in een dip en stond op het punt te gaan gokken. Maar ik heb me toch kunnen inhouden. Ik ben wel weggegaan, maar expres niet de stad in.” Hij begrijpt goed dat Henk wel voor de verleiding was gezwicht. “Heb je geld in je zak, dan brandt dat gewoon. Dan wil je gokken.” Erik heeft het probleem dat alleenstaande gokkers vaker kenmerkt: geen partner aan wie ze hun verhaal kwijt kunnen.

Zoals Frans, gescheiden. “Ik denk er veel over na en praat er dan hier over. Ik ben mezelf nu aan het testen. Als ik naar de kroeg ga, geef ik mijn zoon een paar knaken of een geeltje. Ga jij maar spelen, zeg ik dan. Soms geef ik instructies. Zelf gok ik niet. Maar in feite ben ik er toch mee bezig, ik weet het.”

Henk heeft 19 jaar gegokt, vervolgens een jaar niet, en toen kwam die fatale avond. Het begon gewoon met honger: trek in een patatje. In de snackbar had eerst iemand anders aan de fruitautomaat gezeten. Het klonk zo lekker. Na de eerste vijf gulden ging Henk naar huis en toen weer terug. Er ging 15 gulden in de automaat, toen 25 en uiteindelijk 150 gulden. “Die heb ik terugverdiend”, vertelt Henk, “en toen ben ik naar huis gegaan.”

Een week later had hij “hetzelfde gevoel”. Hij stopte 240 gulden in de fruitautomaat. En verloor alles. De kater was groot. “Ik weet nu dat ik niet meer zal zeggen: ik gok nooit meer. Het gevaar zit in een klein hoekie.”

Hans dacht ook na vijf maanden dat hij niet meer voor de verleiding zou bezwijken. Mis. Hij ging een weekend uit met een vriend. Hij speelde voor 600 gulden en had aan het eind van de avond een verlies van 400 gulden. “Terwijl ik eigenlijk veel liever naar het voetbal ga.” Hans komt nu voorlopig twee avonden per week bij de gespreksgroepen in plaats van één.

De gokverslaafde loopt volgens Ron Bellaard hetzelfde risico als de alcoholist die na jaren toch weer een pilsje neemt. “Een misstap is zo begaan.” Maar dat Henk zijn verhaal eerlijk heeft verteld, vindt Bellaard klasse en een stap naar genezing. “We gaan ervoor, Henk.”

Om te beginnen naar een andere snackbar, is Henks voornemen, voor als hij weer eens trek heeft in een patatje. Een snackbar zonder fruitautomaat.