Gordijntje open, kinderen opgelet!

Voorstelling: Drie Zusters van Anton Tsjechov door De Tijd. Regie: Lucas Vandervost. Decor: Erik Lagrain. Spel: Dirk Buyse, Sara de Bosschere, e.a. Gezien: 18/9, De Brakke Grond, Amsterdam. Herh. aldaar t/m 21/9. T/m 1/10 elders in het land . Inl. 020.6266866.

Een spreekstalmeester en zijn assistent verzorgen het malicieuze begin van de voorstelling. Knipoog, knipoog, glimlachje ook: dit is theater! En open trekken ze het schamele gordijn (rood uiteraard) dat tot dan toe het decor aan het oog van het publiek onttrokken heeft en dat later ook nog dienst doet als onderdeel van het interieur van het huis van Tsjechovs drie zusters. Multi-gebruik van éen en hetzelfde rekwisiet: als dat geen kwaliteit is.

Nee. De uitdaging die regisseur Theu Boermans en zijn toneelgroep De Trust vorig seizoen wel aangingen, gaan Lucas Vandervost en De Tijd zorgvuldig uit de weg met hun enscenering van Drie Zusters. Voortdurend nemen ze hun toevlucht tot Het Stilerinkje: steeds weer wordt even duidelijk gemaakt, hoe vluchtig en subtiel ook, dat er toneel gespeeld wordt. Als iemand plaats neemt op de pianokruk, weerklinkt er pianomuziek. Het instrument zelf is nergens te bekennen, anderzijds is het beroeren van de toetsen mimen natuurlijk ook uit den boze. De spelers werpen veelbetekenende blikken richting publiek of spreken het quasi-direct aan; de 'vierde wand' is er en is er niet naar believen. Als er aan de deur gebeld wordt, rammelt een achter het gordijn vandaan gestoken hand met een bel. Theater. Theater.

Angst voor realisme - dat is wat deze enscenering in de eerste plaats illustreert. Die maakt de voorstelling incoherent en, ja, anders dan in het algemeen gedacht wordt: oubollig. De stilering kan kunst tot gevolg hebben en zelfs avant-garde-kunst, maar toegepast op een naturalistisch stuk dat de regisseur voor het overige wenst te eerbiedigen en integraal laat spelen met een psychologische inleving die niet eens noodzakelijk is, herinnert zij, de stilering dus, somtijds onbedoeld aan poppenkast. Gordijntje dicht, gordijntje open, kinderen opgelet!

Wat jammer is dat toch. Want Vandervost en zijn spelers en ook deze voorstelling hebben onmiskenbaar kwaliteiten. Het toneelbeeld van Erik Lagrain (torenhoge zuilen, immense eettafel, kaalgeschuurde Thonetstoelen) is melancholisch van sfeer, net als de naar 1900 verwijzende kostumering. Er wordt mooi gespeeld bovendien, met name door Tania Van der Sanden als een overgevoelige, tikkeltje onberekenbare maar altijd zachtaardige Irina en door Jorre Vandenbussche als de onuitstaanbare maar uiteraard in de eerste plaats ongelukkige staf-kapitein Soljony en door Vandervost zelf trouwens ook, als de onverzettelijk argeloze man van Masja.

Waarom moet al dat moois in dit ultra-moderne stuk van Tsjechov (zappen we soms niet, als in een soap-opera, door het dagelijks leven van tot elkaar veroordeelden?) nu toch zogenaamd op een hoger plan getild worden, wég van de verdenking van het natuurgetrouwe? Zodat de na elk bedrijf aangebrachte wijzigingen in het decor onlogisch zijn en de rij zuilen bijvoorbeeld ineens een tuiltje vormt? Het is onnodig; coherentie, realistische logica en nauwgezette kopiëring van de 'werkelijkheid' staan het ontstaan van kunst helemaal niet in de weg. Kijk naar deze enscenering en dan, in het voorjaar, naar de te hernemen versie van De Trust. Wat u zult zien is een heel aardige voorstelling met aanstekelijke momenten én een meeslepend wonder van lyriek en melancholische onmacht. In deze volgorde.