'Globalisering tast architectuur aan'; Architect Fumihiko Maki ontwierp ambivalent paviljoen in Groningen

Fumihiko Maki, een van de meest vooraanstaande Japanse architecten, ontwierp in Groningen een drijvend podium, dat tot 30 september zal worden gebruikt voor de manifestatie 'A Star Is Born'. “Function follows space”, zegt Maki over zijn ontwerp.

De Japanse architect Fumihiko Maki (1928) was onlangs in Groningen om het drijvende podium te bekijken dat hij voor de manifestatie 'A star is born' ontwierp. Terwijl het podium van de binnenstad naar Dorkwerd werd gesleept, zette Maki aan boord zijn opvattingen uiteen: “Ik heb geprobeerd iets te maken wat niemand ooit nog heeft gezien in de architectuur, want volgens mij heeft iedereen daar een ongearticuleerde verlangen naar. Ik wilde een paviljoen maken dat op een wolk lijkt. Vooraf was bepaald dat het een drijvend object zou moeten zijn en ik vond de wolk een toepasselijke vorm.”

De wolk is de overkapping van het podium. Die is opgebouwd uit een onregelmatige dubbele spiraal van staal, waartussen doek is gespannen. Het podium, een rechthoekige platte schuit, wordt aan de lange zijden afgeschermd door twee lange banken met een rug van ongeveer twee meter hoog. Voor de meeste voorstellingen worden die banken van geperforeerd plaatstaal aan een of beide zijden weggeklapt. Bij kleinere evenementen blijven ze staan om het paviljoen beslotenheid te geven. Afgezien van het blanke hout van het podium is het paviljoen vrijwel helemaal wit. Kleur is alleen te vinden in een gele kolom, een rode reling en een blauwe trap, een verwijzing naar De Stijl, die ook in Japan bijzonder populair is. Slechts de oranje reddingsbanden die verplicht aan boord zijn, detoneren maar die worden nog wit geschilderd.

Maki: “Aldo Rossi heeft voor de Biennale van Venetië een keer een drijvend theater gemaakt in de vorm van een toren. Ik zocht niet naar zoiets klassieks architectonisch, maar juist naar een onverwachte vorm die zich aan alle kanten anders voordoet en die er van veraf anders uitziet dan van dichtbij. Met een doosvorm kan dat niet, een doos ziet er altijd hetzelfde uit. Voor mij was belangrijk dat het paviljoen informeel en open zou zijn, vriendelijk en transparant. En ik wilde dat het iets ambivalents zou hebben. Aldo van Eyck zegt altijd dat architectuur niet het een of het ander moet zijn maar allebei tegelijk. Dus niet A of B maar A en B. Dat is, denk ik, hier gelukt. Het is zowel een vaartuig als een bouwwerk. Het is architectuur maar geen echt gebouw en het is een drijvend object maar geen boot. Toen ik het ontwierp had ik een wolk voor ogen maar je kunt er ook een slak in zien, een insect en nog veel meer. Wat je er in ziet maakt niet zoveel uit, belangrijker vind ik dat het paviljoen direct appeleert aan zintuigen en emoties. Een goed criterium is voor mij hoe kinderen er tegen aankijken. Als kinderen het leuk vinden, is een gebouw geslaagd.”

Aldo van Eyck is een van de vele buitenlandse collega's met wie Maki contacten heeft. Maki, die altijd een voor Japanse architecten van zijn generatie ongewone internationale oriëntatie heeft gehad, maakte hem onder meer mee op Harvard waar hijzelf enkele jaren associate professor was en Van Eyck in 1963 gastdocent. Daarvoor had hij al in Amerika gestudeerd en gewerkt, op het bureau Skidmore, Owings & Merrill. In 1960 begon Maki in Tokio zijn eigen bureau. Hij behoorde destijds tot de Metabolisten, architecten die gelijkenissen zagen tussen de ontwikkeling en groei van steden en biologische processen. De stad werd opgevat als veranderlijk organisme en de architect als degene die aan de stofwisseling van dat organisme bijdroeg door er uitbreidbare en flexibele gebouwen aan toe te voegen. Die doctrine leverde vaak prachtige ontwerpen op maar die konden niet verhullen dat de vergelijking tussen architectuur en levende wezens op allerlei punten mank ging. Maki heeft deze theorie allang achter zich gelaten.

Toch klinken zijn metabolistische beginjaren nog altijd door als hij over het drijvende paviljoen spreekt als 'een menselijk wezen dat je op verschillende plaatsen in verschillende gedaanten kunt tegenkomen.' En ook als hij het heeft over het flexibele gebruik ervan: “Ik ben er van overtuigd dat de ruimte het gebruik niet alleen mogelijk maakt maar ook allerlei onvoorziene vormen van gebruik suggereert en oproept. Function follows space zou je kunnen zeggen. Want je kunt het paviljoen op veel meer manieren gebruiken dan alleen als podium.”

Het Groningse paviljoen is het tweede Europese bouwwerk van Maki van wie vorig jaar een kantorencomplex in München is opgeleverd. Daarnaast realiseerde hij onlangs een museum in San Francisco en sinds de jaren zestig een groot aantal, vaak omvangrijke projecten in Japan, variërend van kantoren tot scholen en sportcomplexen. Vergeleken hiermee is het drijvende podium een kleine opdracht geweest waar Maki echter met evenveel zorg aan heeft gewerkt, zeker wat betreft de uitvoering van details. Voor Maki is een hoge kwaliteit van het product een voorwaarde: “Ik aanvaard een opdracht alleen als ik er van uit kan gaan dat het resultaat goed wordt. In Japan is dat vaak het geval, als is er sinds de economische recessie wel de tendens om goedkoper te bouwen. Maar de minimumstandaard is er nog altijd erg hoog. Zelfs nu hoeft niet op kwaliteit bezuinigd te worden. De materiaalkosten kunnen bijvoorbeeld worden verlaagd door geen Japanse producten te gebruiken maar buitenlandse. Geïmporteerde materialen van dezelfde kwaliteit zijn vaak goedkoper. Dat bleek bij mijn recentelijk voltooide kerk in Tokio waarvoor ik natuursteen uit Brazilië, glas uit Frankrijk en hout uit Finland heb gebruikt. Ik denk overigens wel dat wij als architecten in ons streven naar hoge kwaliteit een achterhoedegevecht voeren. Op lange termijn verwacht ik dat de kwaliteit van de architectuur afneemt, omdat overal ter wereld winst en rendement op de investeringen bepalend zijn en dat stimuleert goedkope architectuur die vaak weinig of geen rekening houdt met lokale omstandigheden. Dat is volgens mij een van de zorgelijke kanten van de globalisering, die voor mij iets anders is dan de internationalisering. De negatieve gevolgen van de globalisering zie je nu overal in Zuidoost-Azië en vooral in China. Maar ik ben zowel een pessimist als een optimist. Op de lange termijn voorzie ik een verslechtering maar op de korte termijn ben ik een optimist. Want het blijkt telkens weer mogelijk om die hoge kwaliteit te bereiken.”

Maki's paviljoen maakt deel uit van de manifestatie 'A Star is born', t/m 29 septemberin Groningen