Frankrijk worstelt met Clovis en het pausbezoek

REIMS, 19 SEPT. De kathedraal is gezellig vol, dagjesmensen drentelen langs de heiligenbeelden en het raam van Chagall. Voor het altaar doen leken in een draadloze microfoon uitspraken over hun bronnen van vreugde en verdriet, vazen worden geteld, een gitaar gestemd. Rooms-katholiek Reims oefent voor de mis die paus Johannes Paulus II hier zondagmiddag bij leven en welzijn zal opdragen.

Frankrijk staat sinds vandaag helemaal in het teken van het vijfde pausbezoek. Na de ontdekking van een amateuristische bom in de kerk van Saint-Laurent-sur-Sèvre, waar de paus vanmiddag zou bidden, zijn de veiligheidsmaatregelen verscherpt en de medische hulpdiensten in extra paraatheid gebracht. De wankele gezondheid van de paus vroeg al eerder om een lift achter ieder openluchtpodium dat hij moet bestijgen.

De paus is niet het enige punt van de controverse die zijn komst omgeeft. Frankrijk ligt al maanden met zichzelf overhoop over Clovis, de vechtjas van Germaanse of misschien wel Baltische herkomst, die 1.500 jaar geleden het christendom omarmde en zich in Reims liet dopen met door een wonderbaarlijke duif ingevlogen wijolie.

Clovis veroverde vervolgens met steun van de kerk grote delen van wat nu Frankrijk heet en koos Parijs als zijn hoofdstad. In de loop der eeuwen kon hij daarom worden afgeschilderd als de gelovige eerste koning van Frankrijk.

Clovis' tijdige keuze voor het christendom stelde president Jacques Chirac in staat de paus er begin dit jaar aan te herinneren dat Frankrijk “de oudste dochter van de kerk” is.

Chiracs bezoek aan het Vaticaan op 20 jauari was het eerste van een regerend Frans staatshoofd sinds De Gaulle. Chiracs hartelijke steun aan deze Cloviade trok des te meer aandacht toen duidelijk werd dat de overheid een aanzienlijk, zij het ongespecificeerd aandeel levert in de miljoenenbegroting van Johannes Paulus' bezoek.

Sinds de scheiding van kerk en staat in 1905 betaalt Frankrijk officieel niet meer voor kerkelijke activiteiten, alleen nog voor gebouwen. Dit keer neemt de Republiek de reis- en bewakingskosten op zich voor de pauselijke tournee langs de luchtmachtbasis van Tours (100- à 150.000 gelovigen verwacht), de Vendée, morgen Bretagne, zaterdag weer Tours en zondag Reims, waar hij op het militaire vliegveld de mis zal opdragen voor de massa.

De ruzie, want zo mag het debat langzamerhand wel worden genoemd, gaat niet over de kosten. Mitterrand ontving de Cubaanse leider Fidel Castro, en Chirac onlangs Li Peng; toen hadden de critici het ook niet over het geld. Sommigen nemen de paus zijn standpunten tegen abortus en euthanasie kwalijk. Van een groot antitotalitarist is hij een autoritair symbool geworden: 51 procent van de Fransen moet niets meer van hem en zijn ideeën hebben.

Pagina 5: 'Clovis-viering is einde van de Verlichting'

Een aanzienlijk deel van Frankrijk beschouwt de Clovis-herdenking als een half-monarchistisch feestje, waarbij staatsreligie en katholicisme over één kam worden geschoren. 'Afscheid van de Verlichting', schrijven sommigen. Gelovig-katholiek Frankrijk is intussen dankbaar voor de bemoediging van de kerkvorst in een tijd waarin nog maar 10 procent van de Fransen regelmatig ter rk-kerke gaat. De voorstanders van deze pauselijke Clovis-herdenking moeten het alleen stellen met de dubieuze steun van Jean-Marie Le Pen, de leider van extreem rechts.

De voorman van het Front National overspeelde zijn hand toen hij een paar dagen geleden pochte dat hij zondag ook naar Reims zou komen, “op uitnodiging”. Niets van waar, repliceerden de bisschoppen van Frankrijk. Zij namen direct afstand van Le Pens recente woorden over de 'ongelijkheid der rassen'. Maar het kwaad was al geschied. Sinds maanden houden Le Pen en zijn vrienden, die zich Jeanne d'Arc ook al hebben toegeëigend, plechtige Clovis-herdenkingen met sjerpen en vaandels. Zoals hij zondag zei: “Ik geloof in het verleden, ik geloof in wortels, ik ben er trots op te behoren tot een oud land. Ik zal daarom zijn waar de paus is, met andere vertegenwoordigers van het volk, ik ben lid van het Europees Parlement.” Dat Clovis hoogstens vroeg-Duits en zeker geen Frans sprak, deert Le Pen allerminst.

De televisie ontsnapt nauwelijks aan het geromantiseerde verhaal over 'de doop van Frankrijk', en brengt het als een kinderbijbel in stripvorm. In dit land waar driekwart van de volwassenen zich katholiek noemt, een derde van de kinderen buiten het huwelijk wordt geboren en 23 procent van de katholieken zich aangetrokken voelt door het protestantisme, zijn er maar een paar kranten en tijdschriften die plaats hebben ingeruimd voor de vraag wat dit nationaal herdenken inhoudt. Monseigneur Gaillot, de uitgestoten bisschop van Evreux, nu bisschop van het niet-bestaande diocees Partenia, schreef in Le Monde: “Zeggen 'Clovis is Frankrijk', betekent het Frankrijk van vandaag weigeren en dat van morgen vrezen”. Volgens hem heeft de Republiek, die “zo goed oudste dochter van de Kerk weet te zijn als Clovis moet worden herdacht, ook de politie een kerkgebouw ingestuurd om illegale Afrikanen met harde hand te verwijderen, de kerk te vernielen en daarmee een symbool te knakken.”

In de boekwinkels heeft de Clovis-tafel de Mitterrand-tafel verdrongen. Met 'L'affaire Clovis' heeft de oude mitterandist Pierre Bergé het meest felle schotschrift tegen de hele herdenking geschreven. In Le Figaro pakte de historicus Leroy Ladurie hem hard aan: zijn feiten kloppen niet. Vandaag zegt oud-president Giscard d'Estaing in diezelfde krant: “Het is een rel om niets, die een intolerantie verraadt die strijdig is met de Franse cultuur en de Fransen wil verbieden zich hun geschiedenis te herinneren.”

In februari schreef de historicus Suzanne Citron in Le Monde: “Voor onze Europese buren kan deze Franse Clovis-viering alleen maar het idee versterken van een arrogant Frankrijk dat er altijd als de kippen bij is zichzelf iets speciaals toe te dichten als fundament van de nationale identiteit. Als men gelooft in historisch determinisme dan heeft het koninkrijk van Clovis even veel te maken met het verleden van toekomstige Duitsers, Belgen, Nederlanders en Luxemburgers.”

Zij was niet de enige historicus die erop wees dat over het verleden van Clovis alleen zijn vechtlust met zekerheid is vastgesteld. “Omdat hij een deel van zijn oorlogsbuit deelde met de kerk moet hij nu ten voorbeeld worden gesteld aan de jeugd in onze arme buitenwijken?”, vroeg Citron. Zij stelde dat het Clovis-jaar beter gebruikt zou kunnen worden om duidelijk te maken dat de geschiedenis van Frankrijk er niet een is van één Franken-volk, maar een resultante van het samengaan van allerlei volkeren, godsdiensten en filosofieën, een geschiedenis van openheid.

Joden (600.000), protestanten (één miljoen), en vrijmetselaars (90.000) hebben erop gewezen dat ook zij iets hebben bijgedragen aan het Frankrijk van vandaag. Alleen de belangrijkste recente instroom, de islamieten (3 miljoen), hebben zich opvallend stilgehouden. Alles wijst erop dat zij denken te kunnen profiteren van de manier waarop de leken-staat Frankrijk binnen en buiten de wet zijn de-facto staatsgodsdienst subsidieert.

Misschien doet de Clovis van 1996 ook wat gedateerd aan omdat hij wel erg lelieblank is. Uit een recente enqûete in Le Monde van vandaag blijkt Clovis lang niet de bekendste historische Fransman te zijn: hij werd negende achter onder meer Karel de Grote, de grote man van het openbaar onderwijs Jules Ferry, Jeanne d'Arc en Vercingétorix.

Sylvain (26), afgestudeerd ingenieur, zal zondag voor de paus gitaar spelen: “Clovis is een hoop geschiedenis. Voor ons is het belangrijkste dat wij samen iets doen in de kerk. Ik voel me christen tot in mijn ingewanden. Geloven kost me geen moeite, mijn doop is voor mij nog steeds vanzelfsprekend. Wij laten God stralen door de eenvoud van ons handelen en een innerlijk welbevinden.”

Aude (21), studente biochemie, repeteert in de kathedraal met vazen een klein bijbelspel voor de paus. “Ik ben jong, voor mij betekent hiërarchie niets. Hij is gewoon een aartsbisschop die op bezoek komt.” Zij vindt het niet moeilijk rooms-katholiek te zijn in een steeds ongeloviger samenleving: “Men heeft vaak kwetsende vragen als ik zeg dat ik katholiek ben. Ik begin er zelf niet over en laat liever zien hoe ik leef.”

Zo eenvoudig is dat ook in de kathedraal van Reims.