Een onschuldig illegaal circuit

In Nederland wordt massaal illegaal gegokt. Maar echte uitwassen komen nauwelijks voor, zegt een criminoloog.

Het nieuws is slecht. De omvang van het illegale gokcircuit is veel groter dan tot nu toe werd aangenomen. “Maar je kunt je afvragen”, zegt H. Moerland, criminoloog aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, “hoe erg het is dat er zoveel illegaal wordt gegokt. Het lijkt erop dat het voor de meeste aanbieders en deelnemers aan het illegale circuit eerder profijtelijk dan schadelijk is.”

De laatste jaren heeft Moerland een intensief onderzoek gedaan naar omvang en inhoud van het illegale gokcircuit in de regio Rotterdam. Voorzover bekend is daarmee voor de eerste keer in Nederland gedetailleerd in kaart gebracht wat er zoal in de illegale gokwereld omgaat.

Op het eerste gezicht jagen de resultaten van het onderzoek, dat rond de jaarwisseling officieel wordt gepubliceerd, schrik aan. Moerland: “Voordat ik begon waren er bij de Rotterdamse recherche wat gegevens die erop wezen dat het allemaal reuze meevalt met het illegaal gokken. Ze kenden een paar pandjes waar wat illegale roulette en golden ten werd gespeeld. Voor de rest maakten ze zich nauwelijks zorgen.”

Maar de inventarisatie van het circuit, die Moerland met hulp van taxichauffeurs, wijkagenten, speelautomatenproducenten en cliëntèle van de gokhulpverlening maakte, biedt een uitgebreider en complexer beeld. Moerland lokaliseerde maar liefst 240 illegale gokgelegenheden in de Rotterdamse regio, waarvan in ruim tien procent van de locaties meer dan één spel wordt aangeboden. De soorten illegale spelen verschillen nauwelijks van de reguliere gokmogelijkheden: roulette, golden ten, bingo, kaarten, dobbelen, automaten, krasloterijen, diverse lottosoorten (stadslotto, cafélotto) en wedden op paardenrennen.

“Dit is dark number-onderzoek”, zegt Moerland. “Je boort een wereld aan die niet eerder in beeld kwam en dat levert altijd schrikreacties op. De politie heeft het vermoeden dat ik een overtrokken beeld schets. Maar ik heb uniek onderzoek gedaan, deze intensieve techniek is nooit eerder op dit onderwerp toegepast, dus dan heb je al gauw zulke reacties.”

Het irriteert Moerland dat de overheid, en dus ook de politie, een “hoogst beperkte feitenkennis” heeft over de omvang van 'de illegale gok' in Nederland. Dat zijn volgens de onderzoeker slechts slagen in de lucht. Een populaire opvatting is bij voorbeeld dat het met het illegaal gokken minder wordt nu er steeds meer reguliere gokmogelijkheden ontstaan. Een onbewezen stelling, zegt Moerland. “Wat je in mijn onderzoek ziet, is dat het aanbod aan soorten spelen in de illegaliteit nauwelijks afwijkt van het legale circuit. Daar kun je dus ook de stelling op bouwen dat het illegale circuit groeit naarmate er meer legaal gespeeld kan worden. De beleidsmakers roepen maar wat. Ze zeggen graag dat het wel meevalt - dan hoef je er geen geld en mensen voor vrij te maken.”

Dat er serieuze gevaren aan het illegale gokcircuit kleven, is juist in Rotterdam diverse malen bewezen. Begin jaren tachtig bleek de gemeente in serieuze onderhandeling over de vestiging van een eroscentrum met een gokkoning die enkele jaren later werd veroordeeld tot een boete van 2,4 miljoen gulden en een voorwaardelijke vrijheidsstraf van een jaar wegens het leiding geven aan een criminele (gok)organisatie. Eind jaren tachtig kwam Rotterdam opnieuw als gokstad in het nieuws toen de lokale 'bingokoning' werd vermoord door concurrenten uit Den Haag. De connectie tussen illegaal gokken en georganiseerde misdaad is kortom geen theoretische kwestie. “Als handels- en havenstad is Rotterdam nu eenmaal een interessante plaats voor illegaal gokken”, aldus de criminoloog.

Het vermoeden is overigens gewettigd, zegt Moerland, dat het er in steden als Amsterdam en Den Haag niet gunstiger voorstaat. “De Amsterdamse politie heeft enkele jaren geleden alarm geslagen toen bleek dat eenaantal exploitanten van speelautomaten connecties had met de georganiseerde misdaad. Dat de georganiseerde misdaad de hand heeft in sommige illegale goklocaties weet ik niet uit eigen onderzoek, maar het verband is alleszins mogelijk. In sommige circuits gaat gigantisch veel geld om. Zo is in mijn onderzoek een amateurvoetbalclub naar voren gekomen waar de omzet met illegale bingo zo groot is dat ze moeiteloos de overstap naar de profs zouden kunnen maken.”

Toch onderstreept Moerland dat het overgrote deel van de illegale gokgelegenheden een betrekkelijk onschuldig karakter draagt. Hij wijst erop dat de grens tussen illegaal en legaal gokken flinterdun is. Zo is een bedrijfspool, waar tegen de inzet van een paar gulden een prognose van een voetbaltoernooi of wielerwedstrijd wordt gevraagd, al illegaal zodra de organisatoren winst maken. Nog vorig jaar vaardigde justitie een verbod uit tegen competities van kranten en omroepen waarbij mensen een auto konden winnen als ze de elf spelers konden aanwijzen die de beste prestaties in de voetbalcomptetitie leveren. “Wat is daar nou mis mee?”, zegt Moerland. “En ik vraag me dat vaker af. Wat is er tegen als mensen via de illegale stadslotto vijf gulden inzetten? Je hoort zelden dat deelnemers beduveld worden. Mensen hebben er lol in. Mensen vinden het ook fantastisch om in een bus naar een onbekende locatie te worden vervoerd waar ze een avondje illegaal bingo spelen. Laat ze toch, denk ik dan. Zolang zulke deelnemers niet worden benadeeld vind ik het niet gek dat de politie daaraan geen prioriteit geeft.”