Duizelingwekkende cijfers

Niet gehinderd door enige kennis van het spel ging Bernadette de Wit bingo spelen in de hoofdstad van Nederland. Samen met sigaren rokende Surinaamse dames. “Je moet snel bingo roepen hoor.”

De vereniging heet Ons Genoegen, het spel heet bingo en het wordt gespeeld op de Achterburgwal in Amsterdam. 's Avonds na half tien gaat de deur dicht, terwijl ik als aspirantgokker dacht dat ik er wel de hele nacht terecht zou kunnen. De tweede keer heb ik geen identiteitsbewijs bij me. De portier is onverbiddelijk.

Dinsdagmiddag is het eindelijk zover en mag ik erin om het eerste gokje van mijn leven te wagen. De entree en het lidmaatschap zijn gratis, maar voor verloren pasjes wordt vijf gulden administratiekosten geheven, meldt een bord boven de balie - het eerste getal uit een duizelingwekkende serie cijfers en bedragen die over mijn hoofd zullen worden uitgestort.

Bij de Marokkaanse kassier koop ik vier lederen bingokaarten voor 25 gulden en een 'strip' waarmee 'papieren bingo' blijkt te worden gespeeld. De lederen kaarten bevatten zeven rijen van zeven diepliggende getallen, die door een rood plastic luikje moeten worden gesloten als ze worden omgeroepen. Op de strip zijn drie vakken van vijf maal vijf getallen gedrukt. Je markeert ze met een dikke viltstift. De kassier schatte me in als een volslagen nieuweling en legt uit: “Bij de papieren bingo gaan eerst de hoeken eruit, dan de lijntjes en tot slot speel je voor een volle kaart”.

Binnen zitten veel oudere Surinaamse dames met een hoedje op of een geknoopte sjaal om het hoofd. Ze roken sigaren. Van de jonge vrouwen die er nogal stoer uitzien en intiem met elkaar omgaan, vermoed ik dat ze zijn ingewijd in het matiwerk, de Caraïbische variant van de lesbische liefde, die probleemloos wordt gecombineerd met moederschap en een man. In afwachting van de eerste bingoronde spelen ze rummi of patience. De gouden tanden en sieraden zijn niet van de lucht.

Gespeeld wordt er op drie verdiepingen die prettig ouderwets zijn ingericht; donkerbruin met goud behang en bruine kunstlederen stoelen. Thee, koffie en frisdrank zijn gratis, alcohol wordt niet geschonken. Het is al aardig druk. Op de eerste verdieping maant een bord de bezoekers van de gordijnen af te blijven, achter de bar zijn geen 'onbevoegden' toegestaan, kienformulieren zijn alleen op de speeldag geldig en fout ingevoerde formulieren worden niet uitbetaald.

Om vier uur begint de eerste ronde. Een mannenstem roept in hoog tempo getallen om. Ik mis de helft. Als de lederen bingokaarten aan de beurt zijn, begint mijn hoofd pas echt te tollen. Vier kaarten is wel erg ambitieus voor een speler zonder ervaring. Het aangename aan Surinaamse vrouwen is dat ze je te hulp schieten zonder plichtplegingen. Mijn buurvrouw ziet me knoeien en sluit heel vaardig zowel haar eigen luikjes als die van mij. Het beginnersgeluk is met mij: een volle kaart! Nog beduusd van wat me overkomt, staar ik naar het wonder. De mannenstem roept om dat er bingo op de tweede verdieping is gemeld. “Je moet snel bingo roepen hoor”, zeggen de andere dames. Ik word naar de caissière gestuurd, die me vijf tientjes uitbetaalt: ,Je was laat en dus krijg je minder”.

Overmoedig door mijn gokwinst schaf ik voor de tweede ronde - jackpot vijfduizend gulden - ook enkele kienformulieren aan. Je vult het bedrag in, tussen een rijksdaalder en een tientje, het rangnummer van het spel en je kiest of je drie, vier, vijf of zes nummers wilt aankruisen. Ik snap er helemaal niets van, maar gelukkig krijg ik weer hulp. Deze ronde win ik niets, ook niet met bingo. Dat herhaalt zich om half negen, de Grote Bingo, als de kaarten duurder zijn en de jackpot is verdubbeld tot tienduizend gulden, en om half tien, de Super Bingo, met een jackpot van 25.000 gulden.

Langzamerhand krijg ik het een beetje in de vingers, maar vergeleken met de spelers om me heen blijf ik behoorlijk traag. Inmiddels zijn er ook mannen binnengekomen. De sfeer is meteen een stuk luidruchtiger. Ik herken twee mensen uit de Bijlmer en iemand uit het salsacircuit. “Heb je kinderen?”, vraagt de vrouw die me heeft geholpen zomaar. “Ik wil wat verdienen, maar het wil nog niets worden.”

Een oudere dame die al de hele avond van me heeft gerookt, biedt me in heerlijk zoete, gekruide stroop ingemaakte birambi's en Surinaamse olijven aan. Ik vraag een schoteltje en een lepel, maar de tot dusverre vriendelijke bardame kijkt me snijdend aan en gaat door met afwassen. Het is laat en je moet Surinaamse vrouwen nooit overvragen.

Ik heb vijftig gulden gewonnen. Dit is echt een heel genoeglijke vereniging en het spel bevalt me buitengewoon. De omroeper sluit af: “We hopen u hier morgen weer te zien.” Mijn buurvrouw komt in elk geval, want haar dochter moet toch voetballen: “Het is geen probleemkind, hoor. Ze doet het goed op school.”