'Dood baanwerkers was te vermijden'

ROTTERDAM, 19 SEPT. Een spoorwegongeval bij Mook op 31 mei 1995 zou vrijwel zeker niet hebben plaatsgevonden als volgens de voorschriften was gewerkt. Er bestaat een te groot verschil tussen voorschriften en praktijk bij werkzaamheden aan het spoor. Dit concludeert de Spoorwegongevallenraad in een gisteren gepubliceerd rapport over het ongeluk waarbij drie baanwerkers omkwamen.

Op de bewuste dag werd door medewerkers van NS Infra Services gewerkt aan het onderhoud van een aantal wissels op het emplacement in Mook. Doordat een wissel verkeerd stond kwam een trein uit Nijmegen op een verkeerd spoor terecht - het spoor waarop de baanwerkers bezig waren. Drie van hen werden door de trein gegrepen. De gevolgen hadden nog veel ernstiger kunnen zijn, omdat de trein veel te hard door de wissel ging. Bij die wisselstand bedroeg de maximumsnelheid veertig kilometer per uur. De trein reed honderd, en had daardoor kunnen ontsporen, met mogelijk vele doden en gewonden tot gevolg.

Waarom de wissel in een verkeerde stand stond heeft de Spoorwegongevallenraad niet met zekerheid kunnen vaststellen. Mogelijk is de wissel na de revisiewerkzaamheden door de baanwerkers in de verkeerde stand achtergelaten, zoals de afdeling Spoorwegveiligheid van Railned - de organisatie die verantwoordelijk is voor de veiligheid op het spoor - stelt. De raad sluit dit niet uit, maar houdt ook de mogelijkheid van een missturing (een storing in de elektronica) niet uit.

De afgelopen jaren gebeuren veel ongelukken bij werkzaamheden langs het spoor. Baanwerker is het gevaarlijkste beroep van Nederland. De zeer kleine beroepsgroep neemt in zijn eentje vijf procent van alle dodelijke arbeidsongevallen in Nederland voor zijn rekening. De Spoorwegongevallenraad maakt zich grote zorgen hierover, te meer daar de oorzaak structureel is: er wordt bij baanwerkzaamheden regelmatig afgeweken van de veiligheidsvoorschriften. Probleem is echter dat werken volgens de regels vrijwel onvermijdelijk tot vertraging voor het treinverkeer leidt.

Volgens een eerder rapport van Railned zou het het beste zijn als het treinverkeer zou worden stilgelegd op baanvakken waarop werkzaamheden plaatsvinden. De Spoorwegongevallenraad acht dit niet nodig, mede omdat door het grote aantal buitendienststellingen dat hiervan het gevolg zou zijn de tijdsdruk bij baanwerkzaamheden alleen maar verder zou toenemen. Wel meent de raad dat de leiding en de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van een baanwerkersploeg moet worden gescheiden. Nu berusten deze bij een persoon. Voorts moeten praktijk en voorschriften meer met elkaar in overeenstemming worden gebracht en moet de verdeling van verantwoordelijkheden duidelijker worden.