De lat van Maastricht

DE GRONDVERF voor de EMU wordt aangebracht met de begrotingen voor 1997. De haalbaarheid van de Economische en Monetaire Unie, het streven naar een gemeenschappelijke Europese munt voor het einde van deze eeuw, wordt bepaald op basis van de begrotingsresultaten over het jaar 1997.

Daardoor hebben de miljoenennota's die op het ogenblik in de Europese hoofdsteden worden gepresenteerd een uitzonderlijke betekenis. Lidstaten van de Europese Unie die op papier de begroting niet kunnen laten voldoen aan de criteria van Maastricht, vallen in ieder geval buiten de voorhoede van de EMU-landen.

Overal overheerst het politieke besef dat de staatshuishouding op orde moet worden gebracht, de omvang van de verzorgingsstaat de Europese economieën parten speelt en dat lastenverlichting een beproefd recept voor grotere economische groei is. Nederland biedt een bescheiden voorbeeld: in vergelijking met andere Europese landen doet Nederland het op het ogenblik beter. Dat is niet het gevolg van meevallende economische 'rugwind' uit het omringende buitenland - daar is de groei immers lager -, maar de vrucht van de aanpassingen in de Nederlandse sociaal-economische arrangementen.

DE PRAKTIJK IS weerbarstig en verschilt van land tot land. In sommige EU-lidstaten is de georganiseerde maatschappelijke weerstand tegen aanpassingen groot en daardoor voelen regeringen zich gedwongen om met kunstgrepen de criteria van Maastricht in 1997 te bereiken. Nederland haalt de norm en houdt vast aan het geleidelijke tempo van aanpassingen, terwijl Zweden en Finland - evenals eerder Denemarken en Ierland - in korte tijd drastische maatregelen doorvoeren. Zweden, jarenlang een populair voorbeeld in Nederland, streeft bijvoorbeeld in 1998 naar een begrotingstekort van nul, terwijl ook nog de belastingtarieven zijn verlaagd.

In Duitsland sleepten bondskanselier Kohl en minister van Financiën Waigel vorige week met straffe fractiediscipline een enorm ombuigingspakket vrijwel ongeschonden door de Duitse Bondsdag. En meer van hetzelfde staat de Duitsers te wachten. Gisteren was de beurt aan premier Juppé en minister van Financiën Arthuis in Frankrijk. De Franse begroting voor 1997 belooft de lat van Maastricht nèt te halen. Ter bestrijding van de economische somberheid gaan de belastingen in Frankrijk omlaag, terwijl de werkelijke bezuinigingen beperkt blijven. De dreiging van de vakbonden met nieuwe sociale onrust heeft bij de invulling van de bezuinigingen ongetwijfeld een rol gespeeld.

Het Franse begrotingstekort wordt gedicht met eenmalige maatregelen van het twijfelachtige soort: een overboeking in verband met de privatisering van France Télécom en een graai in diverse spaarfondsen. Pijnlijk is niet alleen dat de Franse regering zich genoopt ziet tot deze doorzichtige maatregelen, maar dat de ruimte voor creatief boekhouden hiermee volledig is gebruikt. Mocht het werkelijke tekort volgend jaar omvangrijker uitvallen dan nu is begroot, dan komt de Franse regering in grote verlegenheid. Alle vastberadenheid ten spijt die deze week de collega's Waigel en Arthuis over het begin van de EMU in 1999 toonden.

DE EENSGEZINDHEID IN Europa over de richting van het macro-economische beleid neemt desondanks toe. De overtuiging dat verbetering van de economische dynamiek en daling van de werkloosheid niet moeten worden gezocht in grotere tekorten maar in lagere lasten, is overal aanwezig. Het stabiliteitspact voor de landen die gaan deelnemen aan de EMU bevestigt dit. Maar het blijft nog steeds mogelijk dat sommige landen de lat van Maastricht, zelfs met een ruime interpretatie, niet halen.