De FC Eensgezindheid in de Kamer

Kunnen de algemene politieke beschouwingen nog saaier, vroegen velen op het Binnenhof zich een jaar geleden af. Tweede Kamer en regering hadden twee lange dagen uitvoerig met elkaar gesproken, maar tegelijkertijd uitermate weinig gezegd. Sinds gisteren weten we het: ja, de algemene beschouwingen kunnen dus nóg saaier.

Althans, als wordt afgegaan op de bijdragen van de fractievoorzitters van de verschillende partijen op de eerste dag van het jaarlijks terugkerende parlementaire hoogtepunt.

De Nederlandse politiek lijkt werkelijk uitgepraat. Met uitzondering van de kleine partijen wordt er nauwelijks nog gesproken over principiële keuzes, maar des te meer over 'oplossingsrichtingen'. Ooit was het compromis het sluitstuk van een politiek debat. Tegenwoordig is het compromis voor veel politici het vertrekpunt van hun betoog. Het resultaat van deze instelling was gisteren in de Tweede Kamer te aanschouwen. De FC Eensgezindheid speelde er een wedstrijd tegen zichzelf.

Er is de afgelopen jaren al heel wat geschreven en gefilosofeerd over het doven van het politieke debat. Het discours over het verdwijnen van het politieke debat is er namelijk wel. De grote zaal van het Amsterdamse politiek-cultureel centrum De Balie bleek vorige week te klein om alle geïnteresseerden voor een discussie-avond over 'het onbehagen in de politiek' te herbergen. Het debat dat er werd gevoerd was echter een illustratie van het probleem: het was geen debat. Er werden kanttekeningen gezet en vraagtekens geplaatst, maar er werd geen stelling genomen.

Maar waar komt de roep om politiek debat eigenlijk vandaan? Het twee weken geleden verschenen Sociaal en Cultureel rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau constateerde dat de meerderheid van de burgers in Nederland redelijk tevreden is over het bestuur. Er bestaan de nodige reserves bij de bevolking ten aanzien van 'de' politiek, maar dat is iets anders dan de klacht over gebrek aan debat. Het zijn vooral de actoren zelf die mokken: politici en degenen die dicht bij het politieke bedrijf staan, zoals ambtenaren en journalisten.

Eén van de belangrijkste oorzaken van de politieke windstilte is de al jaren voortschrijdende ontideologisering en daarmee gepaard gaande opkomst van het midden. Het ontstaan van het paarse kabinet werd twee jaar geleden gezien als een logisch uitvloeisel van het vervagen van de politieke scheidslijnen. De onderliggende coalitiepartijen doen soms nog wel heldhaftige pogingen om te laten zien dat ze van elkaar verschillen, maar, zoals ook de eerste dag van de algemene beschouwingen gisteren duidelijk maakte, echt overtuigend is het allemaal niet.

De Nederlandse coalitie-cultuur heeft nooit extreme tegenstellingen tussen de grote politieke bewegingen toegestaan. Nu links en rechts in één kabinet zijn verenigd, is de actieradius van politici bijna onbeperkt. Bij de totstandkoming van het paarse kabinet werd al de vraag gesteld hoe dit moest eindigen. Werd de combinatie een succes dan was er in feite weinig reden om op de oude partijen terug te vallen. Paars is dan een politieke stroming - een hele brede - op zichzelf geworden.

“Staan wij op het keerpunt en is het paarse kabinet de opmaat voor nieuwe verhoudingen, fusies en splitsingen, zo vroeg een select gezelschap Tweede-Kamerleden van PvdA, VVD en D66, verenigd in het 'Trias-beraad' zich kort na het aantreden van het kabinet in een notitie af.

De deze week gepresenteerde begroting van het kabinet-Kok laat zien dat de sociaal-liberale samenwerking inderdaad effectief is. De meevallende economische groei heeft hierbij ontegenzeggelijk een belangrijke rol gespeeld. Dat neemt niet weg dat de ministers van het kabinet-Kok, nu zij door het verstrijken van de tijd wat meer loskomen van de contractuele afspraken van het regeerakkoord, in staat blijken te zijn met elkaar gezamenlijk beleid te ontwikkelen. Naarmate binnen het kabinet de gemeenschappelijke overtuiging het gaat winnen van langs oude scheidslijnen gevoerde onderhandelingen krijgt paars een eigen identiteit.

Met de bewuste keuze voor een samenhangend plan voor de ruimtelijke inrichting van Nederland heeft het kabinet zichzelf van een etiket voorzien. Het principe van de duurzame groei is losgelaten op de ruimtelijke ordening. Waar dit toe zal leiden blijft nog ongewis, maar een politiek feit van betekenis is dat het kabinet hiermee vooruitloopt op de meningsvorming binnen de coalitiepartijen. De discussie die het kabinet wil aanzwengelen is wegens de aard van het onderwerp nog niet echt partijpolitiek belast. Het publieke protest tegen infrastructurele projecten verloopt nauwelijks via partijpolitieke lijnen. Doorslaggevender voor de houding van de burgers zijn de gevolgen voor de eigen achtertuin.

Het kabinet heeft zelf de politieke agenda bepaald. De standpuntbepaling van de coalitiefracties zal niet alleen duidelijkheid verschaffen over hernieuwde samenwerking, maar ook over de mogelijkheden van nieuwe verhoudingen. Want hoe meer 'nieuwe' onderwerpen het paarse kabinet op de agenda zet die door de coalitiefracties worden gedragen, hoe meer de paarse partij van minister Wijers in het vizier komt. Een partij die net zo breed is als het kabinet. Hoe saai zal dat nu weer worden?