'Crash of herstel?', niemand in Tokio die het weet

TOKIO, 19 SEPT. De Japanse economie heeft in het tweede kwartaal een duikeling gemaakt na een gestage, maar bescheiden groei in de voorafgaande kwartalen. Desondanks is het Japanse Economisch Planbureau niet bezorgd om de krimping met 0,7 procent van het bruto binnenlands produkt. “Het bescheiden herstel van de economie zet zich voort”, zo luidde deze week het oordeel van het Planbureau.

De beurs van Tokio laat tijdens dit “bescheiden herstel” van de laatste maanden echter geen stijging zien. De Nikkei-index blijft boven de twintigduizend schommelen, nadat in 1989 tijdens de 'zeepbel' een record van rond de veertigduizend werd gehaald. De zeepbel spatte uiteen en leidde begin 1995 tot het dieptepunt van rond de 14.000 dat speculant Nick Leeson in Singapore de das om deed.

“De Japanse institutionele beleggers hebben kapitalen geparkeerd in korte termijn cash deposits”, zegt Bernard Key, investeringsadviseur bij MeesPierson in Tokio. “Als dat geld op de beurs zou komen kunnen de koersen maar één kant uit. Maar men heeft pijnlijke ervaringen achter de rug en is nu voorzichtig. Investeerders wachten op een herstel van de winstverwachtingen in het bedrijfsleven.”

Gelijk met de bekendmaking van de laatste kwartaalcijfers verscheen het economisch weekblad Toyokeizai afgelopen vrijdag met een omslagverhaal onder de kop 'Crash of herstel? De waarheid over de economische zorgen'. Een afsluitend economisch 'weerbericht' geeft slechts voor enkele sectoren een mager zonnetje achter de wolken: electronica, telecommunicatie en auto-industrie. De rest krijgt wolken of regen toebedeeld, de financiële sector zelfs donder en bliksem ook al stelt het blad dat het ergste achter de rug is in de afschrijving van oninbare leningen die overbleven na het instorten van de 'zeepbel'. Voor de gehele economie blijft het blad gematigd positief, maar het wijst op de onzekere factor die een verhoging van de BTW van 3 naar 5 procent per 1 april 1997 oplevert: “Dan zal de sterkte van de ruggegraat van het herstel moeten blijken.”

Het planbureau wees bij zijn cijfers over het tweede kwartaal nadrukkelijk op de aantrekkende investeringen van het bedrijfsleven en een groei van de activiteit in de woningbouw (respectievelijk 1,6 en 3,7 procent). De particuliere sector zou weer de motor worden van de economie.

Deze constatering is vooral gericht tegen suggesties van sommige politici dat de overheid opnieuw met stimuleringsmaatregelen moet komen. Binnen de bureaucratie is vooral het ministerie van Financiën fel tegen zo'n nieuw pakket gekant wegens de grote staatsschuld. Maar verwijzingen naar vervroegde verkiezingen in oktober zijn de afgelopen twee weken steeds sterker geworden en sommige politici verwerven liever verkiezingssteun dankzij extra uitgaven dan zich zorgen te maken over de rode cijfers van Financiën.

De uiteindelijke daling van het bbp als geheel in het tweede kwartaal was vooral te wijten aan een voorziene afname van de overheidsuitgaven na het stimuleringspakket van vorig jaar herfst en daarnaast aan een lichte daling van particuliere consumptie. Op een mogelijk herstel van deze particuliere consumptie in het lopende kwartaal heeft 'O-157' alvast deze zomer de noodrem gezet, zo constateert Toyokeizai. De nerveuze reactie van het publiek op de besmetting van voedsel met de bacterie O-157 her en der in het land heeft onder andere geleid tot geannuleerde vakanties, beelden in het televisiejournaal van boeren die delen van hun oogst weer de grond in ploegen en restaurants gespecialiseerd in rauwe vis met slechts enkele gasten. “Juist met al die drukte over voedselbesmetting zal het eten zeker veilig zijn”, zei een van de spaarzame nuchter ingestelde gasten.

Het publiek geeft momenteel wel geld uit op de huizenmarkt. Investeringen in de woningbouw waren de grootste groeier in het tweede kwartaal, maar een belangrijke rol speelt hierbij wederom de BTW verhoging per 1 april volgend jaar. Bij een normale vraagprijs van 800.000 à 1 miljoen gulden voor een simpel driekamerflat in Tokio is het begrijpelijk dat kopers de 2 procent belastingverhoging liever voor zijn. Ook het aflopen van de overheidsuitgaven in het kader van het stimuleringspakket van eind 1995 heeft vooral invloed op de bouwsector en derhalve is het de vraag hoe deze sector zich na het komende jaar verder ontwikkeld.

Het Nomura Research Institute, van het gelijknamige effectenhuis, is net als het blad Toyokeizai, positief over de electronicasector en de auto-industrie waar produktie en export zijn aangetrokken. Nomura Research constateert echter een weer toenemende druk op de winsten in het bedrijfsleven die de laatste jaren juist waren opgetrokken. Oorzaken zijn stijgende loonlasten en het afzwakken van pogingen om de hoge kostenfactor (veroorzaakt door de dure yen die echter over het hoogtepunt van 1995 heen lijkt) in Japan tegen te gaan. “De reden dat Japanse investeerders zich op de obligatiemarkt richten is dat ze weten hoeveel problemen er nog zijn op te lossen”, aldus Richard Koo van Nomura Research. Het probleem van de Japanse economie is niet zozeer een gebrek aan geld, maar aan winstgevende investeringsmogelijkheden.

Bernard Key van MeesPierson zegt: “De individuele investeerders in Japan, en dat zijn beslist geen kleine investeerders, waren de afgelopen anderhalf jaar de motor achter twee beursoplevingen die zich concentreerden rond de halfgeleiderindustrie en de telecommunicatie. Deze investeerders staan in nauw contact met de duizenden vertegenwoordigers van bijvoorbeeld een effectenhuis als Nomura. Maar ook zij richten zich nu op obligaties.” Op de beurs van Tokio is dit jaar vooral de activiteit van buitenlandse beleggers opmerkelijk, voor zover er handel is. “De zomermaanden is er eigenlijk geen markt geweest. Er waren prijsschommelingen maar die zeiden weinig want ze ontstonden bij een heel klein volume aan handel”, aldus Key.

Terwijl Japanse beleggers zich op de obligatiemarkt richten, waren buitenlandse beleggers de eerste helft van dit jaar de grote kopers op de beurs van Tokio. In de zomer veranderde de balans weer naar lichte verkoop. Eind augustus daalde de Nikkei even onder de 20.000 waarop Japanse investeerders ingrepen. “Naar mijn inzicht een price keeping operation”, aldus Key, verwijzend naar de activiteiten van met name publieke pensioenfondsen die onder sterk toezicht staan van het ministerie van Financiën. De term price keeping operations of PKO's kwam begin jaren negentig op voor de pogingen van de Japanse overheid om na het barsten van de 'zeepbel' de beurs niet geheel in te laten storten. Momenteel zijn de buitenlandse beleggers weer terug als netto kopers en lijken de zorgen over een mogelijk vertrek opeens geheel onnodig. Eergisteren steeg de Nikkei in een dag bijna 500 punten tot ruim boven de 21.000 in reactie op de recordstijging in New York een dag eerder. “Maar veel hoger zal de Nikkei de komende tijd niet gaan want er zijn veel nieuwe uitgiften van aandelen op komst en het is nog te bezien hoe de markt deze absorbeert”, aldus Key van MeesPierson, “En Japanse beleggers blijven zenuwachtig over de vooruitzichten van de economie als geheel.”